*

 

Met pet in de hand naar Parijs: dat kan écht niet

door Greetje Lubbi − 14/06/06, 00:00

De jubilerende Club van Parijs heeft geen reden voor een feestje. Zijn strenge leningen helpen arme landen van de regen in de drup.

Een halve eeuw schulden herstructureren en kwijtschelden heeft niet geleid tot een houdbare situatie. Veel ontwikkelingslanden betalen aan hun schuldeisers ten koste van broodnodige voorzieningen voor hun eigen bevolking. Het is tijd voor een onafhankelijk oordeel over de schulden van ontwikkelingslanden.

Vandaag viert de Club van Parijs dat hij vijftig jaar bestaat. In de Franse hoofdstad vergadert elke maand de groep van 19 rijke landen die schulden hebben uitstaan bij de armste ontwikkelingslanden. Dat de Club nog steeds in deze vorm bestaat, is geen reden voor een feestje. Niet voor de crediteuren, want al hun vergaderingen hebben nog niet geleid tot een rechtvaardige en fundamentele oplossing van het schuldenprobleem. Aan de andere kant zullen ook veel (ex-)ministers van ontwikkelingslanden weinig vrolijke herinneringen bewaren aan de keren dat zij met de pet in de hand naar Parijs moesten. De netto-opbrengst van de reis viel in termen van kwijtschelding vaak nogal tegen.

Ernstiger nog is het feit dat Parijs en Washington in dit geval dichter bij elkaar liggen dan meestal in het buitenlands beleid het geval is. De Club van Parijs stelt immers als voorwaarde dat schuldenlanden eerst een akkoord bereiken met het IMF. Dat betekent dat ze aan een streng programma van economische eisen moeten voldoen. De op deze manier afgedwongen privatisering en handelsliberalisering hebben in veel ontwikkelingslanden geleid tot massaontslagen, stijgende armoede en een stagnerende economische en sociale ontwikkeling. Dat heeft veel kwaad bloed gezet, maar de landen in kwestie staan in deze vrij machteloos: door te weigeren verspeel je immers een akkoord met de Club van Parijs. Het eenzijdig opgelegd openstellen van grenzen en privatiseren van overheidsbedrijven en -diensten zijn voorwaarden die niet aan schuldkwijtschelding horen te worden gekoppeld. Zij zijn onderwerp van onderhandeling in de Wereldhandelsorganisatie, en stuiten daar op veel weerstand van ontwikkelingslanden die terecht ruimte opeisen om hun eigen economisch beleid te voeren. Zij stellen dat een zekere mate van bescherming van nog zwakke bedrijfstakken nodig is om economische ontwikkeling een kans te geven.

De feestgangers in Parijs schijnen zich zorgen te maken over China, dat steeds meer leningen verstrekt zonder bovengenoemde voorwaarden op te leggen. Toch hoeft dat niemand te verbazen. China heeft zijn hoge groeicijfers mede te danken aan een economisch beleid dat ver afstaat van de recepten van het IMF.

De Club van Parijs moet zich wat Jubilee betreft grondig bezinnen op zijn toekomst. Meer transparantie, minder willekeur. De snelheid waarmee Irak 80 procent van zijn schulden kwijtgescholden kreeg, staat in schril contrast tot de behandeling die Afrikaanse landen ten deel valt. Neem bijvoorbeeld Senegal. Dat land moest in de loop van de jaren maar liefst 14 maal de gang naar Parijs afleggen om zijn schuld geherstructureerd en deels kwijtgescholden te zien worden.

Er moet onafhankelijk toezicht komen op de onderhandelingen die plaatsvinden tussen schuldeisers en debiteuren. De machtsverhoudingen zijn te ongelijk. Bovendien wordt te veel uitgegaan van arbitraire criteria als basis voor schuldkwijtschelding.

Elke dollar die de armste landen onterecht afbetalen aan hun schuldeisers, betekent minder geld om te besteden aan sociale voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg. Kwijtschelding van schulden heeft er in de afgelopen jaren toe bijgedragen dat miljoenen kinderen nu naar school kunnen waar dat voorheen niet kon, zo blijkt uit onderzoek van de Wereldbank. Terecht wordt door diezelfde instelling gewaarschuwd dat er niet opnieuw onhoudbare schulden moeten ontstaan. Of dat gebeurt, zal in belangrijke mate afhangen van de vraag of de internationaal toegezegde stijging van de ontwikkelingshulp er op korte termijn echt komt. Tot nu toe laten landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland het nog afweten: de toegezegde verhogingen van het hulpbudget lijken te zijn ingeruild voor schuldkwijtschelding aan enkele grote landen als Irak en Nigeria. Ook in Nederland wordt de beschikbare hulp lager doordat schuldkwijtschelding meetelt als gegeven hulp.

In het schulden- en hulpbeleid moet centraal staan, hoeveel geld er nodig is om per land de internationaal afgesproken Millenniumdoelen te bereiken. Daarnaast zullen eerlijke handelsafspraken de weg moeten openen naar duurzame economische ontwikkelingskansen voor de armste landen.

mailIcon print |