*

 

moderne manieren

Beatrijs Ritsema − 10/06/06, 00:00

Gedurende twee jaar heb ik een relatie gehad met een getrouwde man. Zijn scheiding was bijna rond. We waren in onze toekomstige woning al volop aan het verbouwen. Hij is weer gaan twijfelen en is uiteindelijk teruggegaan naar zijn vrouw. Ik heb hem tijdens onze verhouding veel geschreven, hem in volste vertrouwen mijn hart, ziel en buik gegeven. Maar nu is alles anders. Ik gruw bij de gedachte dat mijn brieven in een schoenendoos achter een knieschot gaan, met het risico dat zijn vrouw of een van zijn kinderen ze zullen vinden. Ik vind het sowieso geen prettige gedachte dat hij mij nog (min of meer) heeft. Uiteraard heb ik zijn brieven en e-mails aan hem teruggegeven. Maar de mijne wil hij niet teruggeven. Hij is ervan overtuigd dat de aan hem gerichte brieven zijn eigendom zijn. Ik begin nu te twijfelen; kunt u me vertellen hoe de feiten liggen?

Ik wil mijn brieven terug!

Juridisch gesproken zijn de brieven die u hem geschreven hebt, zijn eigendom. Zodra de brief is gepost, houdt het eigenaarschap van de afzender op. Ook de postbode die de brievenbus gaat lichten, mag hem niet aan u teruggeven (mocht u ernaast zijn gaan staan om hem terug te krijgen omdat u vijf seconden na het posten spijt kreeg). De geadresseerde is de eigenaar. Hij heeft overigens geen recht om te publiceren. Het auteursrecht blijft bij de afzender liggen.

Dat is de formele kant van de zaak. Nu de etiquette-kant. Traditioneel gold de regel dat bij verbroken verlovingen, de ex-geliefden elkaar hun brieven teruggaven. De vrouw retourneerde bovendien verlovingsring en andere duurdere cadeautjes (juwelen). Dit hoorde bij een beschaafde manier van afhandelen. Men blijft tenslotte niet rondlopen met ringen of sieraden die symbolisch zijn voor een verbintenis die er niet meer is. Ook is het niet prettig als de ex-verloofde een stapel brieven in bezit houdt met zielenroerselen die in het licht van de mislukte relatie pijnlijk en gênant zijn. Correct is dus om elkaar de brieven terug te geven, waarna de schrijvers desgewenst overgaan tot verbranding.

Deze regel is vergeten omdat niemand nog brieven schrijft. De regel toepassen op e-mails heeft iets zinledigs, omdat het zo makkelijk is om van e-mails kopieën achter te houden. Dat kan weliswaar met brieven ook, maar de meeste briefontvangers zullen niet zo ver gaan dat ze eerst de stapel gaan kopiëren voordat ze hem teruggeven.

Binnen de traditie van de liefdesbrief hebt u het gelijk aan uw zijde. Beschaafde personen gaven de brieven terug, tenzij de afzender zei: ’Je mag ze houden’. Wie dit weigerde, gold als grof en kwaadwillend. Dergelijke nalatigheid werd vroeger ook ruim besproken en gaf een smet op de reputatie van de betreffende persoon. Hetgeen een reden kon zijn om alsnog het verzuim goed te maken.

U kunt met deze informatie uw ex-geliefde nog eens onder druk zetten om uw brieven terug te krijgen. U kunt zelfs overwegen om er een klein beetje morele chantage tegenaan te gooien door op te merken dat u deze betreurenswaardige gang van zaken natuurlijk niet onder de pet zult houden. Dat uw ex-geliefde zijn vrouw verkoos boven u, allà, bij een verkoeld hart moet men zich neerleggen, maar dat hij elementaire fatsoensregels niet in acht neemt tegenover u, valt niet te excuseren. U kent allicht mensen die geïnteresseerd zijn in deze minne opstelling zijnerzijds. Misschien hoort zijn rechtmatige echtgenote ook wel bij de geïnteresseerden. Enfin, dat laatste natuurlijk alleen, wanneer u het werkelijk hoog wil spelen.

Ik ga wel eens lunchen met een vriendin. In de meeste restaurants worden we eerst voorzien van stokbrood met (kruiden)boter of olie. Laatst sneed ik een stukje van het brood af met mijn mes, waarop mijn vriendin zei dat dat niet hoorde. Volgens haar hoor je het brood met de handen te pakken en er stukjes af te breken. Klopt dat?

Wel of geen mes?

U kunt inderdaad beter handmatig een stuk van het brood afbreken dan het met een mes te lijf gaan. Zo luidt de traditie nu eenmaal: men breekt het brood met elkaar. Bovendien zijn de erbij geleverde messen te bot om brood mee te snijden. Daarvoor zijn gekartelde broodmessen nodig en die liggen niet op tafel.

Ik ben een meisje van 14 jaar en ben heel erg verlegen. Vooral in de klas durf ik haast niks te zeggen. Tegen jongens praat ik eigenlijk niet, omdat ik bang ben dat ze mij toch maar raar en niet aardig vinden. Bij ons op school zitten heel veel meisjes met van die grote monden, en dan denk ik altijd: ’Waarom heb ik dat nou niet?’ Ook als kinderen een vervelende opmerking maken, denk ik daar een paar weken later nog aan. Of als kinderen een keertje niet zo aardig doen, denk ik meteen: ’Die mag mij niet’, terwijl ze het misschien wel helemaal niet zo bedoeld hadden. Als iemand heel erg stom heeft gedaan, vooral als het om jongens gaat, durf ik daar eigenlijk niks meer tegen te zeggen. Wat kan ik hier nou het beste aan doen?

Was ik maar niet zo verlegen!

Maak je er geen zorgen over. Verlegenheid is geen slechte eigenschap. Het is weliswaar niet modern om verlegen te zijn (je hoort je assertief op te stellen en jezelf te uiten), maar verlegen kinderen zijn wel vaak aardiger. Ze zijn gevoeliger, denken meer na over van alles en zijn gewoon vaak leuker dan degenen met de grote mond. Ze hebben wat meer tijd nodig, dat is alles.

Het enige waar je mee moet ophouden is piekeren of ze je wel aardig vinden. Onthoud dat de meeste kinderen (en volwassenen trouwens ook) veel meer met zichzelf bezig zijn dan dat ze over anderen nadenken. Als ze iets vervelends tegen je zeggen, betekent dat meestal niets bijzonders. De dag daarna zijn ze dat allang weer vergeten, omdat ze met zichzelf en hun eigen problemen bezig zijn en niet met jou; zeker niet met jou. De gedachte dat je klasgenoten zichzelf belangrijker en interessanter vinden dan jou, zal je de vrijheid geven om je minder van hen aan te trekken. Wanneer je vrede met jezelf hebt, zul je het ook minder moeilijk vinden om af en toe wél je mond open te doen in de klas of klasgenoten aan te spreken. Zodra de mening van anderen je niet zoveel meer kan schelen, voel je je vrijer om te zeggen wat in je hoofd opkomt. Wat de jongens betreft: troost je, er zijn er ook die een beetje bang zijn voor grote monden en juist verlegen meisjes leuk vinden. Te zijner tijd kom je die vanzelf tegen.

mailIcon print |