*

 

De Cito-toets krijgt een heel ander doel

door Harriët Salm − 11/10/06, 00:00

Alle leerlingen moeten in groep acht van de basisschool een verplichte eindtoets in taal en rekenen doen, vindt minister Van der Hoeven. Maar welk doel dient die verplichting?

Veel basisscholen, vooral in de grote steden, sluiten zwakke leerlingen uit van de Cito-eindtoets in groep 8. Dat verontrust de Tweede Kamer en de minister liet de onderwijsinspectie onderzoek doen.

Een grote meerderheid van de scholen, ruim 80 procent, neemt de Cito-test af, zo bleek. Nog eens 15 procent kiest voor een vergelijkbare toets. De afname van de Cito-toets, die drie dagen duurt, vindt plaats in de tweede helft van het schooljaar, nadat de leerkracht in een gesprek met de leerling en zijn ouders al heeft duidelijk gemaakt wat het schooladvies is voor het vervolgonderwijs (vwo, havo, vmbo). Een leerling gaat dus gewapend met het advies van de basisschool en de uitslag van de Cito-toets op zoek naar een middelbare school.

Vijf procent van de basisscholen doet niet aan een eindtoets en laat het, in de meeste gevallen, bij een volgsysteem van toetsen door de hele schoolperiode van het kind. Die eindtoets is dan niet meer nodig, vinden die scholen.

Deze scholen zijn meestal ook wars van de hype die rondom de afname van de Cito-eindtoets is ontstaan. Middelbare scholen stellen soms een bepaalde Cito-score als harde minimumeis voor toegang, wat de druk om te presteren flink doet toenemen. Vaak willen deze basisscholen ook niet meedoen aan de vergelijking tussen scholen onderling in een stad, of zelfs in het land. Dit werkt volgens hen in de hand dat het onderwijs te sterk gericht raakt op het goed afleggen van de eindtoets, zodat weinig aandacht overblijft voor sport of creativiteit.

Aanleiding voor het voorstel van de verplichte toets was overigens niet onvrede met deze scholen, maar de trend in de grote steden, waar in sommige wijken één op de drie leerlingen van tevoren wordt uitgesloten van de eindtoets. Vooral allochtone scholieren treft dit lot. Zoals een leerkracht het uitlegde: deze leerlingen begrijpen de vragen niet eens, laat staan dat ze het juiste antwoord aankruisen. Hen een toets te laten maken, is demotiverend. Landelijk, zo blijkt uit het inspectie-onderzoek, betreft dit 5 procent van de leerlingen.

De minister vindt het omgekeerde demotiverend: om leerlingen uit te sluiten. Zij krijgen de boodschap: ’Jij kunt die toets niet, jij bent te dom’. Maar als leerlingen een taalachterstand hebben, zijn alternatieve toetsen denkbaar, zoals een zogenoemde niveautoets, vindt Van der Hoeven.

Er zijn ook scholen die de zwakke leerlingen wel mee laten doen, maar de uitslag niet meetellen. In de gemeente Amsterdam is dit zelfs beleid. Zo worden de uitkomsten kunstmatig hoog gehouden en zijn ze onbruikbaar om scholen te vergelijken, zoals de minister wil. Een verplichte toets lost ook dat probleem op. Maar dit is wel een heel ander doel dan de toets oorspronkelijk had: een hulp bij het bepalen van het geschikte vervolgonderwijs.

mailIcon print |