Veel Amerikaanse ouders moeten het rapport van hun kind zelf ophalen op school. Een prachtidee, vindt minister Van der Hoeven van onderwijs, want dan zien de ouders de school ook eens van binnen.
Scholen mogen zelf bepalen hoe ze het contact met de ouders onderhouden, zolang docenten en ouders elkaar maar regelmatig spreken over de vorderingen van de leerlingen. Toch is minister Van der Hoeven enthousiast over Amerika, waar ouders veelal zelf het rapport moeten ophalen in plaats van dat het kind de cijferlijst meeneemt naar huis – of niet.
Irene van Kesteren, directeur van de Nederlandse Katholieke Vereniging van ouders, ziet dat anders. „Natuurlijk moeten leerkrachten de vorderingen van het kind met de ouders kunnen overleggen. Alleen dan wel als partners op een gelijkwaardige basis.” Een school die het rapport geeft op voorwaarde dat de ouders het zelf komen halen, benadert die mensen met een waarschuwend vingertje, vindt Van Kesteren. De Amerikaanse tactiek heeft bovendien nog een ander nadeel: „Als ouders niet weten hoe hun kind presteert in de klas, kunnen ze zich onvoldoende voorbereiden op een gesprek met de leerkracht.”
„Voor leraren is het wel frustrerend als ze de ouders niet minimaal een paar keer per jaar ontmoeten om de vorderingen van hun leerling te bespreken”, zegt onderzoeker Anne Luc van der Vegt van Sardes, een bureau dat onderzoek doet naar onderwijs. „Maar een school moet niet betuttelend overkomen op ouders, want dat werkt averechts.”
Sardes ontwikkelde extra leesoefeningen voor leerlingen uit groep 3 en koppelde een diploma aan de cursus waar de kinderen thuis mee oefenen. „We stimuleren de ouders om samen met het kind het lesboekje te bekijken en het kind te ondersteunen bij de oefeningen. Vervolgens wordt het diploma op school uitgereikt aan zowel de ouder als het kind. Bij die gelegenheid kan de leraar de voortgang van de leerling met de ouder bespreken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.