Natuurlijk, als leerkrachten kunnen kiezen tussen een grote of een kleine klas, geven ze de voorkeur aan een kleine. Maar groepsgrootte is niet zaligmakend voor de kwaliteit van het onderwijs. Dat zeggen basisscholen zelf.
„Het is erg afhankelijk van hoe je ermee omgaat”, zegt Koen Kroeze, directeur van basisschool De Schakel in Deventer, over de klassenverkleining. „Pas je je onderwijs aan, ga je bijvoorbeeld in kleine groepjes werken of geef je gewoon onderwijs zoals je dat altijd al deed?” Een kleine klas met veel leerlingen die extra zorg nodig hebben, voegt hij eraan toe, is minstens zo zwaar voor een leerkracht als een grote klas.
Dat geluid is vaker op te tekenen bij basisscholen in het land: de groepsgrootte is maar één van de factoren die bepaalt of leerkrachten hun klas wel of niet aankunnen. Het is dus ook zeker niet zo dat leerlingen in een grote klas automatisch minder vorderingen maken. „Een klas van vijftien kan ook heel zwaar zijn”, zegt Kroeze.
Voor veel scholen is de klassenverkleining geen actueel onderwerp meer. Zij bekijken van jaar tot jaar hoe groot hun klassen worden. Ruimte voor eigen keuzes hebben ze nauwelijks, simpelweg omdat ze een bepaald aantal leerlingen van dezelfde leeftijd moeten bergen.
„We hebben nu één groep van 29, omdat er nu eenmaal 29 leerlingen van die leeftijdsgroep zijn”, zegt Ria Lurvink van de Sint Jozefschool in Aalten. „Maar onze intern begeleidster neemt regelmatig de leerlingen apart die extra aandacht nodig hebben. Zo vind je altijd wel een oplossing.”
Volgens de onderzoekers van het Groningse instituut GION is het vooral van belang om groep 3 niet te groot te maken. De leerlingen beginnen dan met taal en rekenen; daar kan extra aandacht goed bij helpen.
Directeur Aart Maat van de Delftse basisschool Het Mozaïek deelt dat inzicht, maar soms kan het gewoon niet anders, zegt hij. Op zijn school telt groep 3 noodgedwongen 32 leerlingen.
„Je moet als leerkracht langs 32 leerlingen spurten om ze te helpen met hun eerste schrijflessen; dat is behoorlijk arbeidsintensief.” Hij prijst zich gelukkig dat hij voor deze groep een voormalig speellokaal kon vrijmaken.
„Zo voorkom je het witte-muizeneffect: dat ze elkaar opvreten. Of hun prestaties lijden onder de groepsgrootte? Gevoelsmatig ben ik geneigd te zeggen: dat valt mee. De zwakkeren krijgen automatisch aandacht en de rest neemt elkaar wel mee.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.