*

 

Kleinere klas alleen gunstig voor leerlingen in groep 3

Van onze redactie onderwijs − 11/10/06, 00:00

Honderden miljoenen zijn erin gestoken. De groepen in de laagste klassen van de basisschool zijn inderdaad iets kleiner geworden. Maar de prestaties van leerlingen gaan daardoor lang niet overal vooruit. „Een klas met vijftien leerlingen kan ook heel zwaar zijn.”

Kleinere klassen leiden niet altijd tot beter onderwijs. Alleen leerlingen in groep 3 van de basisschool worden er wijzer van, zo blijkt uit Gronings onderzoek. In andere groepen werkt de extra inzet van leerkrachten soms zelfs averechts.

Leerlingen in groep 3 presteren beter als ze met niet meer dan ongeveer twintig andere kinderen in de klas zitten. Niet alleen de groepsgrootte maakt uit, het helpt ook als er ’extra handen’ in de klas zijn, bijvoorbeeld die van een onderwijsassistent. Vooral zwakkere leerlingen doen het veel beter als ze meer aandacht krijgen.

Heel anders is dat in groep 2. Of daar veel of weinig kinderen in de klas zitten, maakt weinig uit. De aanwezigheid van een extra leerkracht in de klas werkt zelfs averechts. Er wordt dan vaker individueel of in kleine groepjes gewerkt. De docenten kunnen niet bij alle groepjes tegelijk zijn. Eén leraar voor de klas vangt wel de aandacht van alle leerlingen in het lokaal. Bij twee docenten zijn leerlingen gemiddeld minder met hun werk bezig en ook hun leerprestaties gaan achteruit. Alleen drukke kinderen schieten wat op met die extra handen.

In groep 3 beginnen leerlingen op de meeste scholen serieus met lezen, schrijven en rekenen. „Kennelijk zijn ze dan bevattelijker voor extra hulp dan in groep 2, waar het allemaal nog wat vrijblijvender toegaat”, zo verklaart onderzoekster Simone Doolaard van het Groningse instituut GION het verschil tussen de twee groepen.

Bij het GION-onderzoek naar de effecten van de klassenverkleining waren 220 basisscholen betrokken. Dertig procent van de scholen heeft daadwerkelijk de klassen verkleind. Bij vijftien procent krijgt de groepsleerkracht steun van een extra leerkracht in de klas. Nog eens dertig procent combineert die twee maatregelen. Een kwart laat van de omstandigheden afhangen welke keus wordt gemaakt.

Het GION vergeleek de prestaties in grote groepen (26 leerlingen) met die in middelgrote (21) en kleine (17) groepen. Daarnaast kwamen de onderzoekers op ruim honderd scholen in de klas kijken.

Uit internationaal onderzoek was al bekend dat klassenverkleining in de bovenbouw nauwelijks effect heeft. Het GION-onderzoek brengt nu aan het licht dat ook in groep 4 het effect te verwaarlozen is. „Scholen hebben de neiging het geld eerlijk te verdelen”, zegt Doolaard. „Maar het beste is om dat geld vooral in groep 3 te gebruiken.”

Kleiner dan twintig leerlingen hoeft ook groep 3 echter niet te worden. Volgens het onderzoek van het GION zou dat weinig effect hebben, terwijl het wel veel geld kost. Doolaard houdt echter een slag om de arm: wellicht zijn „echt zwarte scholen” wél gebaat bij nog kleinere klassen, zegt zij. Naar zulke scholen deed zij geen onderzoek.

mailIcon print |