Het is doorgaans de hele dag siësta in Kamen, een slaapstad vol forenzen die dagelijks op één lange Baustrecke een retourtje filerijden richting Roergebied. Maar dat was voordat de Spaanse ploeg in het stadje neerstreek.
Frau Spring geeft de rood-gele viooltjes water. Haar voortuin aan de Jakob Kuenen Strasse lijkt op Zuid-Europa. „Ik ben hier vorige week komen wonen”, zegt ze. „Toen we hier in de omgeving naar een huis zochten, vielen we voor de oorverdovende rust.” Dat was dus ook vóór de Iberische invasie.
De velden van Sportcentrum Kaiserau in Kamen schreeuwen om water om zo mooi groen te blijven. Het is spitsuur voor de terreinknechten, die maaien en sproeien. Dat alles gadegeslagen door batterijen cameramensen die wachten, wachten en nog eens wachten op wat komen gaat.
Om 12.30 uur zou de ploeg gaan trainen, maar alleen de grasmaaier draait rondjes op het hermetisch afgesloten hoofdveld. „Het programma verandert om de vijf minuten”, zegt een Spaanse journalist. „Zo gaat dat nu eenmaal met de Spaanse ploeg.”
Niet alleen de temperatuur stijgt flink Kamen. Ook de spanning. Ze voelen zich als gekooide tijgers, de Spaanse spelers die gek worden van het tv-kijken. De ene na de andere wedstrijd hebben ze voorbij zien komen, maar zij moeten tot vanmiddag drie uur geduld hebben. Dan is in Leipzig Oekraïne de eerste tegenstander. „En dat is gelijk de lastigste”, zegt bondscoach Luis Aragones, die een kort inspectierondje langs de velden maakt. Met alle cameraploegen in de achtervolging.
La Sexta is met het grootste materiaal aangerukt. De tv-zender heeft een grote variant van een vouwcaravan laten bouwen. Uit de enorme bus – met opklapbare flanken – is een podium verrezen. Hier kan de Spaanse Jack van Gelder een WK-dag aan elkaar babbelen. Ook de concurrenten Cuatro en Canal + zijn groot uitgerukt.
Ze zijn hier om geschiedenis te schrijven, de spelers uit een groot voetballand met een nog grotere frustratie. Tijdens het WK van 1950 werd la Selección vierde, tijdens de andere elf deelnames werd het nooit beter. Ondanks alle goede vooruitzichten en beste bedoelingen.
Een olympisch (1992) en één Europees titeltje 42 jaar geleden (beide behaald in eigen land) vormen geen erelijst om trots op te zijn.
Misschien is dat ook het probleem: dat vrijwel geen Spanjaard trots is op de nationale voetbalploeg. Ze voelen zich Catalaan, of Bask. Ze houden van Andalusië of van de Costa’s. Als Nadal de titel op Roland Garros grijpt, als Alonso in de Formule 1 als eerste over de finish scheurt, dan is Spanje één land. Maar als Barcelona de Champions League wint, is het land verscheurd. Voetbal verbroedert niet, in Spanje.
Toch gaat Aragones een poging doen. Vanuit Kamen, waar in de standjes rond het veld geen Eis und Bier te koop zijn, maar helado en cervesa. Alleen voor de Bratwurst konden ze geen passende Spaanse naam bedenken.
Op weg naar hun wereldtitels van 1974 en 1990 huisde de Duitse ploeg hier. Bondscoach Klinsmann koos dit keer voor Berlijn. En dus hoefde Frau Spring geen zwarte viooltjes te zoeken, voor haar tuintje in Costa Kamen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.