Het grootste mondiale sportevenement is weer teruggekeerd in de oude wereld, op het terrein van hoe dan ook een eerbiedwaardige voetbalnatie. Of het toernooi volwaardiger wordt dan het vorige, is nu de voornaamste vraag.
Anders gesteld: zullen vertrouwde waarden worden hervonden in Duitsland, dat met onder meer drie wereldtitels – in 1954, 1974 en 1990 – kan bogen op een respectabele historie? Het WK van 2002, dat zich in het kader van de mondialisering van het voetbal op de wezensvreemde Aziatische bodem van Japan en Zuid-Korea afspeelde, riep zacht gezegd gemengde gevoelens op.
Er waren er die het prachtig vonden, het bizarre toernooiverloop waarin menige reputatie danig werd aangetast. Voor wie hecht aan de gekende krachten omdat ze alleen daarvan met hun rijke verleden wezenlijke bijdragen aan de ontwikkeling van de sport verwachten, was het op den duur echter te veel van het goede. Gerenommeerde landen als Argentinië, Frankrijk en Portugal sneuvelden in Azië al in de eerste ronde.
Met belegen stervoetballers als Veron en Batistuta, Zidane, Figo en Rui Costa maakten ze al bij het begin van het toernooi een uitgebluste indruk. Franz Beckenbauer, voorzitter nu van het Duitse organisatiecomité, zette zich af tegen de overvolle kalender die gevoegd bij de ingrijpende klimaat- en cultuurverschillen een fnuikende uitwerking had op het experimentele WK van vier jaar geleden.
Sindsdien zijn er enige zij het nog tamelijk marginale aanpassingen gedaan. In de Champions League, de competitie waarin toch de meeste mondiale kopstukken – ook die van buiten het Europese continent – worden verenigd, werd de tweede groepsfase geschrapt. De wereldvoetbalbond Fifa bepaalde voorts dat de spelers in mei wereldwijd een verplichte rustperiode moest worden opgelegd. In 2002 waren nationale dan wel internationale competities vrijwel naadloos in het WK overgegaan.
De fysieke verzorging van de spelers staat inmiddels op een hoog peil, waarbij coaches er al lang niet meer voor schromen om op het voor hen vaak onbekende terrein specialisten naar voren te schuiven. Klinsmann poogde de longinhoud van de Duitsers sinds zijn aantreden, twee jaar geleden, met Amerikaanse hulp te vergroten. Eriksson beweert dat de Engelsen er in fysiek opzicht nu al beduidend beter voorstaan dan in 2002 en in 2004, vóór het EK destijds, in dit stadium.
In het kamp van Oranje bedient ook Van Basten zich van een ogenschijnlijk consciëntieus opgezet schema, waarin inspanningsfysioloog Van Agt een voornaam aandeel lijkt te hebben. In bepaalde fasen van de voorbereiding nam Van Basten zijn selectie stevig én langdurig onder handen volgens het ongecompliceerde adagium dat wie hard werkt, er altijd wel beter van wordt. Een voordeel kan zijn dat veel van zijn spelers niet tot de internationaal zwaarst beproefde behoren, maar daar stond de tegenspoed van gewichtige blessuregevallen tegenover.
Zoiets berust op overmacht. Van Basten vertrouwt erop dat de rest van zijn selectie op een verantwoorde wijze is voorbereid – en derhalve over de vereiste fitheid beschikt. Toch is hij er nog altijd niet gerust op dat overbelasting zich in de hogere echelons niet opnieuw zal laten gevoelen. Van Basten wijst erop dat met de verplichting van de Fifa tot enige rust in mei toch hier en daar de hand is gelicht, en dat acht hij spijtig.
,,Ik vond het een goede maatregel van de Fifa, maar hij is toch al weer een beetje teruggedraaid’’, zegt de bondscoach van Oranje. ,,Er mochten geen officiële wedstrijden worden gespeeld, werd ervan gemaakt, en daardoor zijn sommige landen toch in trainingskamp gegaan. Het is goed voor het toernooi als de beste spelers ook echt fit zijn. Na een lange en zware competitie is rust noodzakelijk. Ik vrees dat een aantal topspelers straks toch de last van hun competities nog zal voelen.’’
Of de schaduwzijden van het vorige WK werkelijk kunnen worden verdreven, is voorlopig dus nog maar de vraag – en dat is, zoals het hoort bij een met spanning én nieuwsgierigheid tegemoet gezien mega-evenement, voorwaar de enige niet. Kan Brazilië, om er niet zomaar één te noemen, de wereldtitel op 9 juli prolongeren? Velen verwachten van wel. Maar in sommige geledingen, de verdediging vooral, is de ploeg al behoorlijk belegen. Ook dát kan zich wreken in de komende vier weken, waarin bovenal dient te worden aangetoond of het nog kan: ongebreideld topvoetbal in de nadagen van het seizoen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.