*

 

Xinjiang is te belangrijk voor China

door Babs Verblackt in Turpan − 10/06/06, 00:00

De Chinese provincie Xinjiang was ooit onafhankelijk en heette ’Oost-Turkestan’. In 1955 lijfde Peking het gebied in. De communistische partij reageert fel op het onafhankelijkheidsstreven van de aan de Turken verwante bewoners.

„Xinjiang is van de Oeigoeren. China is van de Chinezen”, zegt een Oeigoerse tiener in de Xinjiangse stad Turpan.

Zijn uitspraak klinkt zowel overtuigend, hoopvol als naïef. China blijft immers met harde hand optreden tegen Oeigoeren die tegen het officiële beleid ingaan.

Zo meldde de prominente mensenrechten Rebiya Kadeer onlangs dat drie van haar volwassen kinderen zijn opgepakt in de Xinjiangse hoofdstad Ürümqi. Zo moest worden voorkomen dat ze zouden praten tegen Amerikaanse Congresleden die op bezoek waren. Het moet een onaangenaam déjà vu zijn geweest voor Kadeer. Zijzelf werd in 1999 in Ürümqi gearresteerd vlak voordat ze een delegatie van het Amerikaanse Congres zou ontmoeten.

De aan etnische Turken verwante Oeigoeren hebben hun eigen taal en cultuur. Ze zijn moslim. In 1955 riepen de communisten Xinjiang (Chinees voor ’nieuwe grens’) uit tot ’autonome regio’ en stelden de lokale overheid onder controle van Peking. Veel Oeigoeren streven naar nieuwe onafhankelijkheid en Xinjiang kent sporadisch separatistisch geweld.

Peking gebruikt de door de Verenigde Staten gelanceerde ’oorlog tegen terrorisme’ als rechtvaardiging voor een nog hardere aanpak van de Oeigoeren. De overheid waarschuwt regelmatig voor de gevaren van ’separatisme, terrorisme en religieus moslimextremisme’. Volgens mensenrechtenorganisaties lopen Oeigoeren groot risico te worden gearresteerd, vastgezet, gemarteld of zelfs geëxecuteerd voor alles wat de regering gelijkstelt aan separatistische gedachten of voor het houden van religieuze activiteiten.

In Xinjiang zelf durft niemand openlijk kritiek te geven. Oeigoeren zijn opgepakt voor het simpelweg praten tegen buitenlandse journalisten. Gevraagd naar de wens een onafhankelijke staat te vormen, gebiedt een Oeigoerse jongen eerst van het Chinees over te gaan in Engels, een minder gangbare taal – uit angst dat anders iemand het gesprek zou kunnen horen, ook al is op gehoorafstand niemand te bekennen. „Honderd procent van de Oeigoeren hoopt ooit onafhankelijk te zijn”, zucht hij ten slotte. „Maar China zal dat nooit toestaan.”

Xinjiang is alleen al vanwege de ligging cruciaal voor Peking. De provincie grenst aan acht landen, waaronder Rusland, Kazachstan, Afghanistan en Pakistan. Bovendien is de regio rijk aan olie en gas. De overheid propagandeert de vooruitgang die de regio met regeringshulp heeft geboekt. Bijna overal in Xinjiang wordt – letterlijk – aan de weg gewerkt. Maar plattelandsdorpjes langs de nieuwe wegen blijven uiterst armoedig. Veel mensen gaan nog met ezelskarren over het nieuwe asfalt, kinderen lopen langs de weg kilometers naar de dichtstbijzijnde school.

Sommige auto’s hebben een sticker met „Ik hou van China” op de achterruit, ten teken dat de eigenaar behoort tot de Han-Chinezen, de grootste bevolkingsgroep in China. Steeds meer Han vestigen zich in Xinjiang. Volgens de regering is dat een gevolg van haar campagne om investeringen in het westen te doen. Volgens critici is het een manier om de Oeigoerse bevolking verder te intimideren en hun invloed ook getalsmatig te verminderen.

mailIcon print |