Staatssecretaris Van Hoof mag zich dan bezorgd tonen over de jeugdwerkloosheid, kamerleden vinden dat hij het te luchthartig opneemt. „Ik ben het zat”, aldus PvdA-kamerlid Bussemaker.
Haar collega Van Hijum (CDA) formuleert het iets rustiger. „Maar ik proef dat de staatssecretaris het probleem relativeert. En daar is het echt nog veel te vroeg voor”, aldus het kamerlid van de grootste coalitiefractie.
De staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid moet er dan ook op rekenen dat hij volgende week woensdag, als er een debat over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt op de agenda van de Tweede Kamer staat, zowel vanuit de oppositie als vanuit de coalitie onder vuur komt te liggen.
„Ik ben niet van plan om dan genoegen te nemen met een makkelijk antwoord”, kondigt Bussemaker aan. „Het kabinet doet te weinig. Van Hoof staat erbij en kijkt ernaar. Ik vind het schandalig dat hij informatie achterhoudt die hem niet goed uitkomt. Ik wil vanaf nu elke drie maanden de cijfers hebben en de interpretatie daarvan.”
Ook Van Hijum wil de precieze cijfers over de jeugdwerkloosheid hebben. „Bij verstoppertje spelen is niemand gebaat”, meent hij. De christen-democraat maakt zich vooral zorgen over de hoge werkloosheid onder allochtone jongeren en over het feit dat steeds meer jongeren buiten beeld dreigen te raken.
Zonder diploma, zonder baan en zonder uitkering is het risico levensgroot dat ze afglijden richting criminaliteit. Voor Van Hijum reden om opnieuw aandacht te vragen voor het CDA-voorstel om voor alle jongeren tot 23 jaar een leer/werkplicht in te voeren.
Volgens een woordvoerster van het departement is Van Hoof wel degelijk bezorgd over een harde kern werkloze jongeren. Maar hij wil die groep eerst beter in beeld krijgen voordat hij maatregelen kan nemen.
Hij hoopt na de zomer meer duidelijkheid te hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.