*

 

Gasindustrie heeft baat bij milieubewustzijn

door Guido Goudsmit − 10/06/06, 00:00

Duizenden zelfverzekerde zakenmannen denk je op het Wereldgascongres in Amsterdam aan te treffen: gas wordt immers een steeds belangrijker brandstof, het uitgelezen middel om de economische machinerie aan de praat te houden. Maar de stemming op de gastop is ongewis.

,,De gasindustrie moet hoe dan ook haar public relations verbeteren”, zegt Catrinus Jepma, wetenschappelijk directeur van het energie-instituut van de universiteit van Groningen. Jepma plaatste op het Wereldcongres met de Weense hoogleraar energie-economie, Nebojsa Nakicenovic, kanttekeningen bij het alom beleden geloof dat gas het helemaal gaat maken. Hoe zeker is het dat gas de hoofdrol zal spelen op weg naar een duurzame samenleving, vroegen zij zich af.

De gasindustrie lijkt voor de komende decennia sterk te staan; gas is de schoonste van de fossiele brandstoffen doordat het weinig fijne deeltjes, zwavel, stikstofoxiden en CO2 uitstoot, in tegenstelling tot bijvoorbeeld kolen. Niet voor niets geldt gas als dé transitiebrandstof. De verstedelijking wereldwijd, en de luchtvervuiling die met het groeiend verkeer gepaard gaat, spelen de gasindustrie in de kaart. Bovendien is gas ruim voorradig.

Maar, schrijven Jepma en Nakicenovic in hun studie ’Sustainable Development and the Role of Gas’, dat is te makkelijk gedacht. ,,Het spel zal niet automatisch worden gewonnen door de gasindustrie.” In Amsterdam passeerden de gevaren waarvoor de internationale gasbedrijven staan de revue.

Ten eerste, aldus Jepma en Nakicenovic, hebben andere brandstoffen, zoals kolen en kernenergie, ook troeven in handen. Ten tweede dreigen spanningen over gasvoorraden, bijvoorbeeld in Rusland en het Midden-Oosten, die makkelijk uit de hand kunnen lopen. Ten derde moet de sector gigantische investeringen doen, en is het niet zeker dat het daarvoor benodigde investeringsklimaat ook zal ontstaan.

Jepma en Nakicenovic hebben deze gevaren tegen het licht gehouden en in hun rapport vier toekomstscenario’s geschetst (zie box) die de gasindustrie heel goed kunnen overkomen. Ideaal voor de gasindustrie is een wereld die stabiel afstevent op duurzaamheid, maar hoe reëel zo’n wereld is, is de vraag.

Sterker nog, ,,het moet worden erkend dat veel regio’s en landen in de wereld steeds afhankelijker worden van gasimport. De gasreserves zijn echter geconcentreerd in handen van een paar landen, met kwetsbare politieke systemen”, schrijven Jepma en Nakicenovic. Bovendien is het gastransportsysteem (LNG-tankers en gaspijpleidingen) gevoelig voor incidenten. De straat van Hormoez is een bottleneck en een explosie van een gaspijp in Georgië in januari staat nog scherp op het netvlies.

De gasindustrie zal zich ook rekenschap moeten geven van de kracht van de concurrenten. Kolen, kernenergie en duurzame energie zullen niet passief toekijken hoe gas de wereldmarkt verovert, aldus Jepma en Nakicenovic. Kolen is net als kernenergie bezig met een comeback. Volgens Ged Davis, directeur van het Centre for Strategic Insight in Davos, is het zelfs denkbaar dat ,,kolen gas als favoriete brandstof verdringen, doordat nieuwe technieken van kolen een schone brandstof maken”.

De derde grote kwestie is de gigantische behoefte aan investeringen in de gassector. Door alle onzekerheden – klimaatbeleid, de (internationale) regelgeving, de rol van de overheid, de opkomst van LNG enzovoort – zijn gasbedrijven huiverig om investeringsbeslissingen te nemen. ,,Dat kan de rol van gas in de komende decennia ondermijnen”, schrijven Jepma en Nakicenovic.

Maar de gasindustrie hoeft alle ellende die op haar pad komt niet passief te ondergaan. Zij moet de beleidsmakers overtuigen van de kwaliteit van gas als product. ,,De gasindustrie is nu te timide.”

mailIcon print |