*

 

Spionage en verraad leidden naar Al-Zarkawi

door Judit Neurink − 10/06/06, 00:00

Een achtergelaten laptop, onbemande spionagevliegtuigjes, infiltraties. Het verslag van de opsporing van Aboe Moesab al-Zarkawi leest als een spionageroman.

Heel gericht lieten de Amerikanen woensdagavond om kwart over zes twee bommen vallen op een afgelegen woning bij het dorp Hibhib. Ze wisten zeker dat de leider van Al-Kaida in Irak, Aboe Moesab al-Zarkawi, daar was. Twee weken eerder was een soortgelijke actie vergeefs. Toen was de vogel al gevlogen.

Een speciale Amerikaanse eenheid werkte in Irak om hem te vinden. Maar Al-Zarkawi was ze steeds te vlug af: vorige maand sprong hij uit een rijdende auto om Amerikaanse soldaten te misleiden. En begin 2005 reden de Amerikanen zijn auto klem, maar kregen alleen zijn chauffeur en een kompaan te pakken. Plus Al-Zarkawi’s laptop.

Dat was een belangrijke vangst, maar niet één die direct naar de eigenaar leidde. Want Al-Zarkawi was moeilijk op te sporen. In plaats van makkelijk te traceren mobiele telefoons zweert hij bij satelliettelefoons (Thuraya’s) die dat niet zijn.

Maar dat de Amerikanen hem op de hielen zaten, was duidelijk sinds ze met de weggegooide opnamen kwamen van een video die Al-Zarkawi kort daarvoor had rondgestuurd. De weggecensureerde beelden van een schutterige Al-Zarkawi waren gevonden in een huis dat hij gebruikte. De speciale eenheid viel de afgelopen maanden enkele van die schuilplaatsen binnen, hield een aantal van zijn mensen aan, doodde een aantal en vond er documenten.

Het net sloot zich rond de meesterschurk nadat Jordanië eind mei een van zijn kompanen oppakte. De man vertelde de geheime dienst wie hij kende in Al-Zarkawi’s omgeving, zoals zijn geestelijk raadsman Sjeik Abdel Rachman. Die werd opgespoord, en de Amerikanen lieten hem dagenlang schaduwen door een Predator, een onbemand spionagevliegtuigje. Dat leidde ze uiteindelijk naar het huis bij Hibhib.

Maar dat was niet alles. Zowel Amerikaanse als Iraakse functionarissen zeggen dat Al-Zarkawi is verraden. De New York Times sprak een ooggetuige in Hibhib, die meldde dat Al-Zarkawi met drie auto’s arriveerde, waarvan er één snel weer wegreed. Zat daarin de man die de Amerikanen de informatie gaf waardoor ze „honderd procent zeker” wisten dat ze hun boef hadden?

De Guardian zegt dat drie dagen eerder Kassim al-Ani is opgepakt, een van Al-Zarkawi’s commandanten in Bagdad. Hij zou informatie hebben gegeven over zeventien van hun schuilplaatsen. Daar zijn de Amerikanen onmiddellijk na de actie in Hibhib binnengevallen.

Maar Al-Ani zat vrijwel zeker niet in die auto. Dat moet een infiltrant zijn geweest die de afgelopen maanden door de Jordaanse geheime dienst is opgeleid en ingezet. Een anonieme Amerikaanse functionaris bevestigde tegenover de New York Times dat de Amerikanen „een man binnen hebben die ons direct naar Al-Zarkawi leidde”. Ook de Iraakse nationale veiligheidsadviseur Al-Roebaie erkende dat. Dit bericht kan echter ook bedoeld zijn om tweespalt binnen Al-Kaida te zaaien.

De infiltrant kan ook bij een Iraakse soennitische groep hebben gezeten, waarmee Al-Zarkawi samenwerkte. Veel radicale soennieten waren boos over zijn werkwijze die een front met sjiieten tegen de bezetting onmogelijk maakte, waardoor de Iraakse overheid de laatste tijd steeds meer voet aan de grond kreeg binnen dit soort groepen.

En dan is er nog de mogelijkheid dat Irakezen in Hibhib en Bakoeba hebben geklikt over Al-Zarkawi’s bewegingen. Een reeks onthoofdingen heeft daar veel kwaad bloed gezet.

Inmiddels is zeker dat Al-Zarkawi nog leefde toen de Irakezen hem onder het puin vandaan haalden. Zwaargewond probeerde hij nog te ontkomen toen hij de Amerikanen zag. Hij stierf kort daarna.

mailIcon print |