De Nederlandse industrie is sinds de jaren zestig gewend spotgoedkoop gas te betrekken uit de Groningse gasbel. Het laaggeprijsde gas heeft de Nederlandse economie geen windeieren gelegd.
Het was dan ook schrikken toen de belangenvereniging van de industrie, VEMW, begin mei van Gasunie Trade and Supply vernam dat vanaf volgend jaar geen goedkoop hoogcalorisch gas meer kan worden geleverd: Gasunie is voor de komende jaren uitverkocht. Logisch dat de bedrijven vrezen dat ze hun gas elders tegen een hogere prijs moeten inkopen.
Minister van economische zaken Brinkhorst reageerde onderkoeld op het bericht, dat tijdens het Wereldgascongres in Amsterdam naar buiten kwam. Gasunie heeft niet langer een monopolie op levering van gas en concurreert inmiddels met andere gasleveranciers, liet hij weten. De industriële bedrijven kunnen volgens Brinkhorst de komende jaren gewoon terecht bij andere leveranciers. Risico van de vrije markt.
Daarin heeft de minister gelijk, maar dat laat onverlet dat de vrije markt niet volmaakt is. Er is momenteel nog geen sprake van een goed functionerende gasmarkt waar concurrentie is gewaarborgd, zo heeft toezichthouder DTe vastgesteld. Ook andere gasleveranciers betrekken hun gas meestal van Gasunie. Gasunie heeft als voormalige monopolist nog altijd aanzienlijke marktmacht in Nederland – met een marktaandeel van 80 procent voor de industriële levering van gas. Dat Gasunie vorig jaar is gesplitst in een transportbedrijf (pijpleidingen) en een handelsonderneming, doet aan haar invloed niets af.
Het is de vraag of de industrie in haar vete met de Gasunie redding moet verwachten uit Brussel, dat de interne markt voor energie graag voltooid ziet. De Europese Commissie zegt dat concentraties op nationale schaal eigenlijk alleen zijn aan te pakken door de nationale markten meer met elkaar te verbinden.
Het is inderdaad opvallend dat Europese gasbedrijven over het algemeen niet over hun nationale grenzen heen kijken. Er is in de eerste plaats een gebrek aan cross border-pijpleidingcapaciteit, zo staat in een rapport dat voor de Internationale Gasunie werd opgesteld. Bedrijven die de markt beheersen, hebben meestal de productie in handen en doen zaken op basis van langetermijncontracten. Zulke contracten bieden zekerheid, maar ze beperken de noodzaak van gashandel. Simpel gezegd, de vrije gasmarkt komt in Europa moeizaam van de grond.
Op het Amsterdamse gascongres zei de econoom Dieter Helm van de universiteit van Oxford dat de liberalisering van de Europese (en de Nederlandse) gasmarkt in feite ’verkeerd om’ is aangepakt. ,,Om een concurrerende markt te creëren, zou je eerst over de fysieke infrastructuur moeten beschikken.” Helm doelde op het gebrek aan verbindingen tussen de nationale elektriciteits- en gasnetwerken. ,,Nu kondigt de Europese Commissie in richtlijnen competitie af voordat de voorwaarden daartoe zijn vervuld. Zij heeft het paard achter de wagen gespannen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.