Veel Nederlanders zitten helemaal niet op méér democratie te wachten. Zij willen bestuurd worden door experts, die als het moet tot de orde geroepen kunnen worden.
Directe democratie wordt vaak als een middel gezien om de veelbesproken 'kloof' tussen burger en politiek te dichten. Matthijs Rooduijn beschreef afgelopen woensdag in deze krant waarom dat naar zijn mening geen goed middel is. Volgens hem moet de besluitvorming aan gekozen professionals worden overgelaten, om de kwaliteit ervan te waarborgen. Aan de andere kant zijn er de politieke partijen D66, GroenLinks, SP, PvdA en zelfs de VVD die direct-democratische middelen zoals een referendum juist als een goed middel beschouwen. Verder zijn er nog een minister voor bestuurlijke vernieuwing en een Nationale Conventie die zich buigen over de vorm van ons politieke systeem.
Om de noodzaak van deze bestuurlijke veranderingen te onderbouwen wordt regelmatig geschermd met opiniepeilingen. Steeds weer blijkt een grote meerderheid voor een referendum te zijn, waardoor het draagvlak voor directe democratie groot wordt geacht. Dit is echter een hardnekkig misverstand. De gegevens uit deze opiniepeilingen laten namelijk niet het volledige beeld zien, maar slechts een klein deel. Wie meer vragen stelt dan alleen over een directe democratie, zal heel andere resultaten te zien krijgen. Dan blijkt juist dat veel mensen helemaal niet op meer democratie zitten te wachten, maar daar op zijn minst sceptisch tegenover staan.
In een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau werd ook gevraagd naar minder democratische politieke houdingen. Hoewel een krappe meerderheid van 54 procent het idee van een referendum wel ziet zitten, blijkt ook dat een grote meerderheid van ongeveer 66 procent graag zou zien dat belangrijke beslissingen niet meer door politici, maar door experts worden genomen. Die situatie zou betekenen dat de burger zijn (indirecte) invloed op de besluitvorming kwijt raakt. Een verdere analyse van deze cijfers laat zien dat er een grote overlap bestaat tussen deze groepen. Maar liefst 42 procent van alle ondervraagden wil zowel een referendum als bestuur door experts, in plaats van politici.
Deze dubbele houding kan onmogelijk alleen met een verlangen naar directe democratie in verband worden gebracht. De wens tot meer besluitvorming door experts in plaats van politici heeft immers iets technocratisch. Het lijkt er dan ook op dat een groot deel van de Nederlandse bevolking graag door experts, en dus niet door politici, geregeerd wil worden, maar toch op bepaalde momenten een directe greep op het bestuur wil hebben.
Je zou op basis hiervan kunnen stellen dat Nederlanders verlangen naar een 'stealth-democratie': een politiek systeem dat op grote afstand van de burgers opereert, maar toch tot de orde geroepen kan worden als men dat nodig vindt. Dit fenomeen is een paar jaar geleden ook al onder burgers van de Verenigde Staten ontdekt, alleen in minder grote mate dan hier.
Het is overigens niet zo dat deze groep mensen met het dubbele verlangen naar zowel bestuur door experts als naar een referendum, herleid kan worden tot een bepaalde sociale categorie. Het houdt geen enkel verband met cynische politieke houdingen, opleidingsniveau of leeftijd. Ook in het partijpolitieke landschap zijn ze overal terug te vinden; in de aanhang van vrijwel alle partijen komen zij in ongeveer gelijke mate voor, zelfs bij de ChristenUnie en SGP die traditioneel weinig op hebben met veranderingen in het staatsbestel. Het lijkt dus een algemeen verschijnsel te zijn.
De vraag is nu wat de politieke partijen, de Nationale Conventie, de minister van bestuurlijke vernieuwing en andere potentiële vernieuwers met het verlangen naar zo'n 'stealth-democratie' aan moeten. Het oprichten van onafhankelijke instellingen die vooral uit specialisten bestaan, zoals de Opta of de Autoriteit Financiële Markten, is slechts een halve oplossing. Op zich zijn die wel deskundig en a-politiek, maar zij kennen geen procedures die de inbreng van het volk waarborgen. Om bij de gebruikte termen te blijven: die zijn wel 'stealth' (dat wil zeggen: zij opereren onzichtbaar), maar niet democratisch.
Het is dan ook raadzaam om in dit soort organisaties de expertise te behouden, maar ook enkele democratische procedures in te bouwen. Denk aan correctieve referenda over besluiten van dit soort organen, of aan een burgerjury die een oordeel velt over beleidsvoorstellen. Op die manier speelt expertise een grote rol in de besluitvorming, terwijl tegelijkertijd ook directe input vanuit de bevolking mogelijk wordt.
Omgekeerd is het referendum ook geen allesomvattende maatregel. Dat brengt immers niet meer expertise in de besluitvorming. Wie de democratie wil vernieuwen zal daarom verder moeten kijken dan de traditionele dogma's van de directe democratie. Veel mensen zitten daar nu eenmaal niet op te wachten. Technocratisch leiderschap is voor hen een minstens even belangrijke behoefte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.