Het was zijn geboortestad, op 14 december 1923 werd Gerard Kornelis van het Reve geboren in de Van Hallstraat 25. Maar sinds de schrijver in 1970 Amsterdam verliet, uitte hij zich alleen maar negatief over de achtergelaten 'woestijn van glas en beton'.
Amsterdam, dat was 'een lugubere feesttent waarop een vloek schijnt te rusten, want welke gave of welk talent men ook moge hebben: wie daar blijft zitten zal nooit iets bereiken', zo schreef hij bijvoorbeeld in 'Het boek van violet en dood' (1996).
'Ik haat Amsterdam... Amsterdam is een gedoemde stad', is daarom een gepaste titel voor het wandelboekje dat Hans Hafkamp samenstelde over Reves' Amsterdam. In drie wandelingen doet hij het centrum, de Plantage en Betondorp aan. De vierde, 'De Avonden', gaat langs de Amstel en door Zuid.
Zoals de wandeling in de Plantage goed gecombineerd kan worden met een bezoek aan Artis - Reve kwam er vaak om de vogeloppassers te beloeren -, zo is de centrumwandeling een goede aanleiding om de 17de-eeuwse schuilkerk Ons' Lieve Heer op Solder te bekijken, aan de Oudezijds Voorburgwal 40.
Hier maakte Reve kennis met het katholicisme, gezeten op het bankje dat ooit de vaste zitplaats was geweest van Joost van den Vondel. In de kapel van de dochters van Jozef en Maria in de Rustenburgerstraat 162 in de Pijp, vonden in 1966 zijn doop en toetreding tot de katholieke kerk plaats. Hij nam de doopnaam Franciscus aan, het alternatief Maria verwierp hij om niet door 'die meidennaam nog meer de risée van heel Nederland' te worden. De Pijp wordt overigens niet aangedaan, net als Reve's woningen in de Eerste Rozendwarsstraat en in Osdorp, of zijn geboortehuis.
Dat laatste is niet zo'n gemis, want al na een jaar verhuisde het gezin naar Betondorp. Daar is het nu in de Ploegstraat flink zoeken naar het kunstwerk 'Rue des Reves'. De krantenjongen zou het moeten weten. Die fietst zo langzaam dat hij niet hoeft te remmen om de afbeelding in het boekje te bekijken, mompelt 'nooit gezien' en rijdt verder. Een oude vrouw loopt mee naar de plek, en al had ze bij de onthulling op 5 september 2004 liever een echt standbeeld gezien dan de rebus van vormgever Steffen Maas, ze is toch van slag als ze ontdekt dat het verdwenen is. De kruidenier van de Versmarkt pakt meteen een Stadsblad uit zijn krantenrek, op zoek naar het nummer van de stadsdeelraad: “Iemand moet ze bellen!“
Vormgever Maas weet meer, het kunstwerk stond op twee ijzeren palen. “Binnenkort komt het aan een muur te hangen.“ Hoe dan ook, het plantsoen is nu leeg, net als de straten waarover Reve in 1939 al dichtte: 'Ik voel mij hopeloos verlaten / En in de schemerige straten / Schommelt de sneeuw omlaag'.
Om de hoek woonde de jongen op wie Werther Nieland gebaseerd is, het personage uit de gelijknamige novelle. Toen stond zijn huis aan de stadsrand. Nu houdt de hooggelegen ringweg veel licht tegen en heet de straat terecht Onderlangs.
'Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit', zei Reve over deze buurt, en dat gold zeker voor de scholen die hij zich herinnerde. Reve kwam zelf ook nog eens terug naar zijn oude wijk. De lagere school, een vestingachtig complex aan het Zuivelplein, 'geleek mij nog even somber en dreigend als in mijn jeugd', schreef hij in 'Moeder en zoon'. Hoofdonderwijzer Waarts, 'een vals en slecht mens', was inmiddels overleden. Dat was tenminste iets.
Volgens zijn broer Karel van het Reve was het een buurt als alle andere. En dat Betondorp niet gedoemd was, blijkt ook uit het vlakbij gelegen geboortehuis van Johan Cruijff, in de Akkerstraat 32.
De betonrot in Reve's herinneringen ontstond vooral door het communistische milieu waarin hij opgroeide: 'Als gevoelig en ontvankelijk kind te moeten opgroeien in deze levensvijandige leer, waarin alles verboden, geminacht en belachelijk gemaakt wordt wat niet als functioneel, nuttig of materieel tastbaar geldt - het betekent opgroeien in een hel of in een gekkenhuis, of in beide tegelijk. Ik ben de schade van die jeugd nooit te boven gekomen.'
De wandeling rond 'De Avonden' begint op Amstel 268, waar Karel in 1945 ging wonen. Reve beschrijft de woning in zijn roman als Frits van Egters zijn broer Joop en diens vrouw Ina bezoekt. Aan de overkant, op Weesperzijde 34, ligt de woning van personage Viktor Poort, gebaseerd op Robert van Amerongen. Reve bezocht hem tijdens het schrijven om hoofdstukken voor te lezen. 'We hebben hem moeten bemoedigen om door te gaan', zei Van Amerongen daarover. 'Hij was bezeten maar hij zou het ook hebben laten vallen bij een half woord van afkeuring, ontmoediging.'
Jozef Israëlskade 166, in 'De Avonden' omgedoopt tot Schilderskade 66, heeft nu nummer 415. Het was de ouderlijke woning, waarin Reve 'De Avonden' schreef. Door het raam keek Frits van Egters naar de voorbijgangers. 'De hemel was effen en had een vuile, gele tint.'
Verderop in de straat woonde Wouter Wagener, in 'De Avonden' Maurits Duivenis geheten. Samen pleegden ze in de hongerwinter drie overvallen. Bij de derde, in de Tintorettostraat, werd Wagener opgepakt. Reve stond op de uitkijk. Hier eindigt de wandeling, want waarheen hij vluchtte is onbekend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.