*

 

Zwerfafval is van ons allemaal!

door Marnix van Gurp − 14/06/06, 00:00

De straten en bermen liggen nog altijd vol met zwerfafval. Overheid en bedrijven ruziën erover maar vergeten de burger: die wil heus opruimen.

Zwerfafval is een van de grootste ergernissen van deze tijd. Straten en bermen liggen bezaaid met blikjes, flesjes en papiertjes. Minstens zo ergerlijk is de manier waarop dit probleem op bestuurlijk niveau wordt aangepakt. Twee kampen staan tegenover elkaar: de Nederlandse gemeenten en de verpakkingsindustrie. ’De industrie moet ervoor opdraaien’, vinden de gemeenten. ’Zij hebben al die verpakkingen gemaakt.’ ,,Welnee’’, zegt het bedrijfsleven, vertegenwoordigd door VNO/NCW, ,,de gemeenten moeten dit probleem oplossen. Kunnen wij er wat aan doen dat die burgers hun afval weggooien?’’ De hete aardappel – de honderden miljoenen die het kost om al dat zwerfafval op te ruimen – wordt heen en weer geschoven, zonder dat er een oplossing in zicht is.

Wat ík nou ergerlijk vind, is dat die gemeenten en die industrie niet inzien dat het probleem van zwerfafval alleen gezamenlijk kan worden opgelost. Door de bestuurlijke impasse wordt het probleem van het zwerfafval alleen maar erger. De burger ziet geen verbetering en raakt gefrustreerd of zelfs cynisch. Hoezo ’Nederland wordt steeds schoner’?

De oplossing van het probleem zit dus in de eerste plaats in het parkeren van de vraag wie verantwoordelijk is. In de tweede plaats, en misschien nog wel belangrijker, is dat je de burger erbij moet betrekken. De meeste mensen willen immers graag hun steentje bijdragen, maar weten nu niet hoe. En het is waar: als er dan toch al een hoop troep ligt, dan maakt dat blikje of papiertje van mij ook niet meer uit.

Dat betekent niet dat mensen niet graag hun woonomgeving en de buitengebieden schoonhouden. Ze brengen hun flessen en potten naar de glasbak en zetten één keer per maand trouw hun oud papier aan de straat. Het blijkt ook uit de jaarlijkse opruimactie in onze gemeente Sittard-Geleen waar zo’n 2000 mensen (2 procent van alle bewoners!) aan meedoen.

De oplossing voor het zwerfafval ligt dan ook voor de hand: maak gebruik van een van de vele bestaande hergebruikroutes: de inleverbalie van de statiegeldflessen, de vrachtwagen van het oud papier, de centrale containers voor glas, kleding, soms blik of plastic, de grijze of groene bakken die we wekelijks aan de weg zetten.

Uiterst effectief werkt natuurlijk het toevoegen van waarde aan verpakkingsafval. Als de kleine Pet-flesjes bij inleveren een cent per stuk of een bepaald bedrag per kilo (bijvoorbeeld 10 of 20 cent) waard zijn, komt er vanzelf een inzameling van de grond. Het kan via buurt-, sport- of muziekverenigingen, maar ook via de supermarkten. Het gaat dus niet om statiegeld (op oud papier zit ook geen statiegeld, toch levert het wat op), maar om de mogelijkheid ons eigen verpakkingsafval in kleinere of grotere hoeveelheden tegen vergoeding in te leveren. Hetzelfde verhaal kan voor blikjes, zeepflessen, melk- en frisdrankpakken gelden. Gemeenten kunnen dit organiseren en coördineren, maar het is belangrijk dat de mensen zelf een duidelijk herkenbare bijdrage kunnen leveren.

Er is nóg een manier waarop de burgers kunnen bijdragen om (zwerf)afval te verminderen: door hun aankoopgedrag. Ze moeten daarbij wel geholpen worden om te weten wat goed is en wat slecht. Ik ben jaren terug enorm onder de indruk geweest van de snelheid waarmee margarinekuipjes van pvc uit de supermarkten verdwenen zijn. De enige aanleiding was de publicatie onder het grote publiek dat (al dan niet terecht) pvc bij verbranding gevaarlijke afvalstoffen tot gevolg heeft.

Ik denk nu aan iets soortgelijks, en hierbij kunnen de overheid en het bedrijfsleven een handje helpen. De overheid kan verplicht stellen om op ieder product een getal aan te geven, dat ik voor het gemak de ’verpakkingsindex’ noem. Dit is het gewicht van de verpakking (in grammen) gedeeld door het gewicht van het verpakte product (in kilo’s). Een lage verpakkingsindex betekent simpel dat er weinig verpakkingsafval wordt geproduceerd. Deze aanpak lijkt me effectiever dan de industrie verplicht te stellen een geldelijk afdracht te doen voor iedere kilo gebruikte verpakking, zoals al in Duitsland gebeurt.

Uit zo’n index valt meteen op dat de kleine Pet-flesjes een hoge verpakkingsindex hebben. Daar moet dus wat aan gedaan worden. Het zal duidelijk zijn dat in glas verpakte producten een nog veel hogere verpakkingsindex hebben. Daarom kan besloten worden dat boven een zekere verpakkingsindex een minimaal percentage hergebruikt moet worden, zoals voor glas al gebeurt. Ook andere duurzame oplossingen zijn denkbaar: waarom geen wedstrijd om een makkelijk schoon te maken, maar vooral stoere en coole drinkfles voor op school te ontwerpen?

Ook de grootte is relevant: frisdrankpakken van 1,5 liter hebben een lagere verpakkingsindex dan pakken van 1 liter. Als de burger dit doorheeft, zal hij zich bij zijn aankopen daar ook door laten leiden (mits de grootte praktisch blijft). Dit betekent dat 1-liter-pakken snel ophouden te bestaan. Minder verpakkingsmateriaal leidt tot minder afval, maar vooral tot meer bewustwording bij de consument en de mogelijkheid actief bij te dragen. Zwerfafval is van ons allemaal. Samen zijn we er verantwoordelijk voor, laten we het ook samen opruimen.

mailIcon print |