*

 

Hollandse blosjes

Rob Schouten − 14/06/06, 00:00

Turpis Romano Belgicus ore color, schreef Propertius, oftewel: Een Hollandse (eigenlijk dus Belgische) blos ontsiert een Romeinse wang. Met andere woorden: ieder volk, ieder ras heeft z’n eigen schoonheid, sleutel er niet aan. Mijn lievelingsfilosoof Montaigne laat het allemaal in zichzelf bezinken om tot de conclusie te komen dat geen mens, als het om schoonheid gaat, boven de wet staat. Heel wat dieren zijn in bepaalde opzichten zelfs mooier dan wij, merkt hij op. Diepzeevissen bijvoorbeeld hebben prachtige kleuren, struisvogels en kamelen (hij bedoelt natuurlijk giraffes, maar dat verschil zagen ze toen gek genoeg nog niet – de giraf noemden ze ook wel kameelpaard) hebben een mooie lange nek die wij ontberen. Daarentegen zijn juist de beesten die het meest op ons lijken, de apen namelijk, ook het lelijkst en afstotelijkst. Het is grappig om te zien hoe Montaigne, die toch net beweerde dat schoonheid relatief is, opeens zeker weet dat apen afstotelijk zijn. Van de meeste van zijn menselijke voorbeelden herken ik overigens niet veel meer. Nog wel dat Afrikanen van vlezige lippen en platte neuzen zouden houden, al is dat allang een onaanvaardbaar cliché geworden. Maar dat Peruanen van heel grote oren houden wist ik niet, en dat vrouwen in Baskenland hun hoofden graag kaal scheren ook niet. Mexicaanse vrouwen beschouwen een klein voorhoofd als teken van schoonheid, Italianen houden van vol en zwaar, Spanjaarden van slank en mager. Ik neem aan dat Montaigne niet uit z’n nek zwetst, maar zijn lijst van lokale eigenaardigheden betekent wel dat de schoonheidsidealen de afgelopen eeuwen danig zijn bijgesteld. Zelfs ik, als uitgesproken amodieus man, zie dat er tegenwoordig trends zijn die de grenzen wel degelijk overschrijden en dat de Romeinen allang met Hollandse blosjes rondlopen. De meestbegeerde vrouwen lijken mij momenteel een soort gebleekte en ontkroeste negerinnen met grote borsten te zijn, als ik op de muziekclipjes afga. Wat mannen betreft heb ik er weinig kijk op, maar dat komt misschien wel omdat ik het helemaal niet wil weten. Ik hoop altijd maar dat mannen niet mooi hoeven te zijn, maar sterk en dapper ben ik ook al niet, dus sloof ik me maar uit met babbelen en stukjes schrijven. Arjen Robben kwam, na de gewonnen wedstrijd tegen Servië minus Montenegro, zeggen dat de redactie de mooiste jongen gevraagd had om te komen bijpraten. Ja, zo doe je dat als onknappe man, je probeert geestig te zijn. Cabaretiers zijn dan ook vrijwel nooit knap; waarom zouden ze ook: Freek de Jonge, Youp van ’t Hek. Al te filosofisch schijnt daarentegen weer geen grote uitstraling te hebben, Kant, Kierkegaard, Nietzsche, in amoureuze zin waren het nobody’s. Ik dwaal af. Zo overweldigend en intimiderend zijn de vrouwelijke schoonheidsidealen tegenwoordig dat we ze in de verste verte niet benaderen. De dikkerds, de platborstigen en de kortbenigen moeten hun vergeefse pogingen tot universele schoonheid bekopen met vernederende bezoekjes aan Dr. Phil en Oprah Winfrey. De goeroes van eeuwen terug, Propertius en Montaigne, waren zo te zien te verstandig om onze tijd te halen.

mailIcon print |