*

 

’De zaal hing aan zijn voeten.’ Het is onmogelijk, en toch zie je het voor je.

Jan Kuitenbrouwer − 14/06/06, 00:00

Vrienden van ons hadden ooit een hulp genaamd Coby. Coby woonde al haar hele leven in dezelfde straat in de Jordaan, Coby hield van een lekker potje kletsen en Coby had een heel eigen taalgebruik. Als ik bij mijn vrienden over huis kwam en Coby was er, dan móesten we even een bakkie en een saffie. Coby’s monologen waren een soort muziek. Ik zou willen dat ik ze op de plaat had. Almere heette bij haar Almère, op z’n Frans, en met haar zoon speelde ze altijd graag een potje dominee. De Ferdinand Bolstraat, de andere kant van de wereld voor haar begrippen, noemde zij de ’Feddanbo’. Toen ik zelf een keer met de tram door die straat kwam, begreep ik het. De bestuurder boog zich naar de microfoon en uit het plafond klonk iets dat inderdaad nog het meest leek op ’feddanbo.’

Ze kwam een keer oude vrienden tegen op de markt, vlak voor sluitingstijd. ,,Toen hebben we op de vangrail nog een biertje met ze gedronken’’, vertelde ze. Malapropismen worden ze wel genoemd – (mal approprié, verkeerd toegepast). In zijn stuk The Rivals (1775) voert de Britse toneelschrijver Sheridan een vrouw op die erin grossiert, en die van haar achternaam dan ook Malaprop heet. Coby was een soort Mrs. Malaprop. De Spreekbuis, het personeelsblad van de publieke omroep, bevat deze week een prachtige verzameling malapropismen, opgetekend van Radio 1 door de nicht van oud-Journaal-redacteur G.J van Lonkhuizen. Ik noteer er zelf ook wel eens eentje, maar de nicht van meneer Van Lonkhuizen heeft er écht een oor voor.

,,Ze blazen flink op de trom’’, zegt Robin Linschoten.

’Ik sta met mijn oren te fluiten’, zegt Kees Vendriks van GroenLinks, maar even later is ’de kous’ volgens hem ’afgedaan’.

,,We hebben het beeld van de veelpleger helder over de drempel gekregen’’, zegt oud-commissaris Jelle Kuiper.

Om met Henna Draaibaar te spreken: ,,De mensen zijn uitbandig.’’

Het mooist zijn degenen waarbij de verhaspelde onderdelen samen toch een beeld vormen.

,,Dat krijg je dan van bovenaf op je brood gesmeerd.’’ Arm uit het plafond, mes, pindakaas, je ziet het voor je.

,,De economie drijft op vier pilaren.’’ Boorplatform dobbert op zee.

,,Dat is het probleem in een notenboom.’’ Daar hangt het, en niemand kan erbij.

,,De zaal hing aan zijn voeten.’’ Het is onmogelijk, en toch zie je het voor je.

,,Hij liet zijn voeten wapperen.’’ Niet die spreker van daarnet, hopelijk.

,,Het sop en de geit sparen.’’ Zoek de kool.

,,Je ziet dat sommige jongens niet in hun vel zitten.’’ Hè, bah.

,,Het succes van de fusie is mislukt.’’ Mislukt succes, het bestaat niet, maar dankzij deze spreker toch even.

Op televisie zie je wel eens bloopers waarvan je het gevoel krijgt dat ze speciaal gemaakt zijn. Bij deze lijst is dat soms ook zo. ,,Die actie sloeg in als een kogel door de kerk’’ – dat ruikt haast naar opzet. Wat bij ’een veeg teken aan de wand’ juist weer niet het geval is, of’ ’ópnieuw het ei uitvinden’. Opnieuw het ei uitvinden, dat is het. Het kan niet, maar het gaat vanzelf.

mailIcon print |