*

 

Voor kinderen die nooit op vakantie gaan, zijn Nederlandse gastgezinnen een heerlijke afwisseling.

door Daniëlle Linders − 10/06/06, 00:00

Elk jaar kunnen duizenden kinderen uit binnen- en buitenland bij gastgezinnen of op vakantiekampen in Nederland terecht. Kinderen die opgroeien in armoede, slechte wijken of in oorlogsgebieden.

Tientallen organisaties proberen deze kinderen even hun zorgen te laten vergeten. De kinderen zijn vaak beschadigd, soms getraumatiseerd. Niet iedereen voelt ervoor de welverdiende rust op te offeren en zo’n kind in huis te halen. De organisaties komen eigenlijk altijd vrijwilligers tekort. Daarom bieden ze een scala aan mogelijkheden: van een logé voor een week tot een huisgenootje voor negen weken.

Voor kinderen uit de Parijse banlieus bestaat het leven veelal uit uitzichtloze dagen in benauwde flats vol ruzie, zonder aandacht, en zeker zonder luxe. Khadidja (spreek uit: ghadiesja) was vier jaar oud en te jong om te begrijpen wat er gebeurde toen ze voor het eerst naar Nederland op vakantie ging. De eerste nachten was ze te bang om te gaan slapen. Vier jaar later verzuchtte ze, wandelend over een dijk: „Aah, dit is écht vakantie.”

Haar gastmoeder, Bertien van Delft (43) uit het Brabantse Elshout, hoorde op een verjaardag over de Gastoudervereniging Symbiose. Die organiseert vakanties in Nederland voor kinderen uit achterstandswijken in Parijs.

De vereniging streeft naar een langdurige relatie tussen het gastgezin en het kind. De meeste gezinnen nemen dan ook bijna elke schoolvakantie ’hun kind’ in huis, wat behoorlijk wat toewijding vraagt. Gezinnen die eenmalig of flexibel een kind willen opnemen, zijn ook van harte welkom, benadrukt Symbiose, want ze moeten elk jaar weer kinderen teleurstellen.

Een foto van kleine Khadidja en het enthousiasme van Bertiens nu veertienjarige dochter Janneke („Jaaa, doen!”) gaven de doorslag in Elshout. Frans spraken de Van Delfts niet, maar Khadidja leerde al snel heel behoorlijk Nederlands te spreken.

Teruggaan valt de kleine Parisienne altijd zwaar. Sinds haar eerste verblijf komt ze elke zomervakantie. En gaat dan na negen fijne weken steevast met buikpijn terug naar Frankrijk. In die negen weken draait ze mee als een volwaardig gezinslid. Ze gaat mee op vakantie naar Friesland, dagjes uit met het hele gezin en mee op bezoek bij opa en oma. „Maar eenmaal thuis went ze weer”, weet Bertien. „We bellen haar eens per week, of twee weken. Als ze zegt dat ze het liefst hier wil blijven wonen, zeg ik altijd: dat kan toch niet, je moet toch terug naar jouw mama en je zusjes. Dat accepteert ze ook.” Toch zien Bertien, haar man Leo, dochter Janneke en zoon Joost, de kleine Khadidja ook als een dochter en zusje. „Als ze er is, hoort ze helemaal bij ons. Klaar.”

Hoewel iedere gezinssamenstelling welkom is bij Symbiose, stelt de vereniging wel eisen. „We kiezen in de praktijk vaak voor mensen die kinderen hebben”, zegt Rubert Kuipers, voorzitter van Symbiose. „Een alleenstaande zal minder vaak de tijd en energie op kunnen brengen; maar als die mogelijkheid er wel is, is het geen probleem. Een persoonlijk intakegesprek, een verklaring van goed gedrag, referentiebrieven en een gastoudercontract zijn verplichte kost.”

Dat is bij Europa Kinderhulp allemaal niet anders. Zij organiseren vakanties voor kinderen uit Duitsland, Frankrijk, Engeland, Oekraïne, Oostenrijk en Nederland. Daarnaast verzorgt Europa Kinderhulp (EKH) elk jaar een ’bijzonder project’. Eerder boden ze kinderen uit onder andere Roemenië de kans om drie weken vakantie door te brengen in Nederland. Dit jaar zijn Bosnische kinderen van tussen de zes en twaalf jaar aan de beurt.

In samenwerking met hulpverlenende instanties ter plaatse – zoals het Rode Kruis of Humanitas – wordt beoordeeld welke 150 kinderen op vakantie mogen. In tegenstelling tot kinderen uit de andere landen, gaat het om een eenmalige vakantie; volgend jaar zijn andere kinderen weer aan de beurt. Elke drie jaar een ander land.

De kinderen worden per twee in een gezin geplaatst, zodat ze altijd een maatje hebben om mee te kletsen. Want hoewel er op elke tien kinderen één tolk meereist, spreekt een gastgezin zelf zelden Roemeens of Bosnisch. Volgens gastmoeder Petra Bakker (39) uit Alblasserdam, zorgt de taal in de praktijk voor weinig problemen. Zelf moeder van Daphne (10) en Denise (7), weet ze hoe makkelijk kinderen kunnen communiceren. „De afgelopen jaren waren er Roemeense meisjes in de zomer bij ons. Als je ze in het zwembadje achterin de tuin bezig ziet, dan speelt taal helemaal geen rol.”

Maar met kinderen uit zo’n moeilijke situatie loopt het natuurlijk niet altijd soepel. „Het heeft ons altijd meegezeten tot nu toe, maar ik ken ook een gezin waar het niet klikte tussen de kleine gast en hun eigen kind. Dan ging moeder met de één en vader met de ander op stap. Dat wil je natuurlijk niet, maar het blijft altijd afwachten wat je in huis krijgt.”

Het liefst ontvangen Servaas en Petra Bakker meisjes tussen de zes en de tien jaar, dat maakt contact het gemakkelijkst. En: „Ik heb vooral meidenspeelgoed en -kleding.”

De familie Bakker ontving zes jaar geleden voor het eerst een vakantiekind via EKH, een achtjarig Amsterdams meisje. Hun eigen kinderen vonden het vanaf het begin prima.„Ze zagen haar een beetje als een vakantiezus, want ze was net zo blond als zijzelf. Nu, met de Roemeense en Bosnische kinderen, is het meer een leermoment voor ze. Ze zijn nu al bezig om voor de nieuwe kinderen speelgoed uit te zoeken om weg te geven.” Ja, het is wel eens moeilijk afscheid nemen.

„Twee jaar geleden hadden we een meisje van wie de ouders allebei alcoholist waren. Ze werd regelmatig bijgevoed door het kindertehuis daar. Toen ze terug ging, moest ik haar in de bus echt van me af treken. Dan is het heel erg moeilijk.

We stonden met z’n allen te janken. Maar toch is er óók dan voldoening. Ik hoop maar dat ze er later iets van meenemen. Dat ze weten dat ze niet zo hoeven te worden als hun ouders. Dat ze hebben gezien hoe het ook kan”.

mailIcon print |