*

 

Ineens wist ik dat ik niet meer alleen was

door Koert van der Velde − 31/03/06, 00:00

Zonder religieuze beleving geen religie - misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Laura Visser.

Wat hebt u meegemaakt?

“Ik was 45 en zat op het randje van overspannen worden. Ik had het idee dat ik op mijn werk alleen gewaardeerd zou worden als ik perfect was, en dat lukte me niet. Ik zat in een gespreksgroep bij een psychologe en ik maakte vorderingen, maar op een donderdagavond in januari kreeg ik het te kwaad.

Ik was alleen thuis en zat op de bank, en ineens zag ik mezelf in een groot donker gebouw met hele dikke muren. Door een met draadjesglas beveiligd raam keek ik naar buiten en zag ik een zonnig plein waar mensen liepen. Het was er vrolijk en gezellig. Oh, wat verlangde ik ernaar dáár te zijn, maar in plaats daarvan zat ik opgesloten in dat gebouw.

Terwijl ik in de keuken een glas water vulde, riep ik: 'God, Jezus help me!' Ineens voelde ik dat ik niet meer alleen was in die kleine keuken. Er was nog iemand, hij stond voor me, ik kon er niet omheen. Ik zag niemand, maar ik wist dat het Jezus was. Er ging warmte, liefde en ook humor van hem uit. Ik voelde me geaccepteerd zoals ik was. En ik moest om mezelf lachen. Wat nam ik mezelf toch altijd over-serieus.“

Had u altijd al van Jezus gehouden?

“Hij was zo volmaakt, zo superieur, daar kon ik tot dan toe niet zoveel mee. De figuur van Jezus maakte me altijd vooral bewust van mijn eigen onvolkomenheid, al had ik hem daar niet echt voor nodig. Dat ik tekortschoot wist ik zelf maar al te goed. Ik was wel altijd gelovig, maar ik richtte me liever tot God.

In het keukentje moest ik lachen en huilen tegelijk. Ik zei: 'Oké, ik ben altijd met een grote boog om u heen gelopen, maar vanaf nu wil ik het samen met u proberen.“

En hoe was dat?

“Ik besefte dat ik altijd nogal streng oordeelde over mezelf en anderen. Ik nam me voor dat niet meer te doen, en zo is er meer blijdschap en harmonie in mijn leven gekomen. Toen ik die zomer in mijn tentje, zeshonderd kilometer van huis, in gebed Jezus hiervoor bedankte, stroomde er ineens een warme golf van geluk door me heen, heel intens, van mijn kruin tot mijn tenen. Eerst vond ik het een beetje eng, tot ik me eraan kon overgeven. Een paar dagen later gebeurde het weer, en in de jaren erna gebeurde het vele malen.

Tegenwoordig heb ik het niet meer zo intens, maar dat geeft niet. Ik praat heel veel met hem, thuis, in de auto, of buiten in de natuur. Ik ben net een klein kind dat almaar tegen vader en moeder aanpraat. Als ik een zonsopgang of de sterrenhemel zie, zeg ik: 'Heer, ziet u dat? Mooi hè?'

Ik heb het gevoel dat hij me hoort, en dat ik op mijn gebeden altijd een soort antwoord krijg en hulp als het moeilijk is. Ik weet niet of ik dit blijf zeggen als ik het heel zwaar zou krijgen. Tot nu toe is mij dat niet overkomen. Ik vertrouw op hem.“

Valt er met zo'n geloof niet heel wat af te bidden?

“Anderen zeggen misschien dat zonder gebed de loop der dingen hetzelfde zou zijn. In die gedachtegang steek ik geen energie. Ik kan me niet voorstellen dat God of Jezus of de hemel niets te maken hebben met wat er allemaal gebeurt. Al denk ik als ik de krant lees en al die narigheid zie wel: hé, wat raar, hoe kan dat nou? Waar is God nu?

De krant is voor mij inspiratiebron voor gebed, zoals voor Darfur, in Soedan. Ook daar bid ik voor. Als een heleboel mensen gaan bidden, dan moet het helpen. Ik kan me niet voorstellen dat God mij wel helpt, maar mensen die het nog moeilijker hebben, niet.“

Laura Visser (56) werkt in het onderwijs.

mailIcon print |