*

 

Vrouw kan werk en gezin nauwelijks scheiden

door Sarah-Mie Luyckx − 11/02/06, 00:00

Parttime en flexibel werken blijken niet de ultieme remedie om werk en zorgtaken goed te combineren, toont onderzoek van psycholoog Karen van Rijswijk aan. Vrouwelijke deeltijders zijn te veel in de ban van het gezin, en worden daar niet gelukkig van.

De westerse wereld kijkt doorgaans met enige afgunst naar het grote aantal moeders dat hier in deeltijd werkt, weet Van Rijswijk. Maar na vijf jaar onderzoek, waar ze gisteren aan de universiteit van Tilburg op promoveerde, is haar duidelijk dat dat lang niet altijd terecht is.

Om te achterhalen of parttime-functies en flexibele werktijden bijdragen aan een gezonde werk-privébalans enquêteerde de onderzoekster zeshonderd medewerkers (450 vrouwen en 150 mannen) van twee grote zorgverzekeraars. De uitkomsten vond ze tamelijk verrassend. “Deeltijdwerk is hier zo'n ingeburgerd fenomeen -daarom dacht ik dat vrouwen er over het algemeen wel tevreden over waren.“

Dat viel dus tegen. Parttime-werkende vrouwen zijn thuis weliswaar nauwelijks met hun werk bezig, maar blijken op kantoor minder goed in staat hun privé-perikelen buiten de deur te houden dan de fulltimers, wat dikwijls tot stress leidt. Vrouwen die vanwege het moederschap voor een kleinere baan kiezen, hebben dus niet minder last van de frictie tussen werk en zorg, concludeert Karen van Rijswijk. “Het probleem verplaatst zich. De professionele taken zijn beter te behappen, in tegenstelling tot de zorgen om het gezin.“

Een verklaring is volgens Van Rijswijk dat parttime werkende vrouwen meer tijd hebben voor de thuissituatie, en daar dan ook de verantwoordelijkheid voor krijgen toebedeeld. Ze worden dus dubbel belast. “De partner die wel hele dagen werkt, gaat er mogelijk sneller vanuit dat de moeder van zijn zieke kind met oplossingen voor de dag komt“, verduidelijkt de promovenda.

Dit verhaal gaat ook op voor de werknemers met flexibele werktijden. Omdat zij de mogelijkheid hebben om werktijden aan te passen, wordt van hen waarschijnlijk eerder verwacht dat zij bij onverwachte calamiteiten thuis inspringen. Bovendien ligt bij flexibele werktijden het gevaar op de loer dat de grens tussen privé en werk vervaagt, zegt Van Rijswijk. “Wanneer een werknemer bijvoorbeeld met pauzetijden kan schuiven, is het verleidelijk die volledig af te stemmen op het thuisfront om snel nog even wat te kunnen regelen.“ Die valkuil gaat niet alleen op voor vrouwen. Met name de hogeropgeleide mannen maken in toenemende mate gebruik van de mogelijkheid om flexibel te werken.

Het bewaken van je grenzen is overigens iets wat aan te leren valt, stelt Van Rijswijk. “Bedrijven kunnen daarvoor experts inhuren. Daarnaast zouden ze meer onderzoek moeten doen naar de werk-familiebalans van hun werknemers. In Amerika zijn ze daar al heel ver mee. Bij een grote onderneming als IBM wordt structureel onderzocht hoe haar medewerkers dat evenwicht ervaren.“ Door dit voorbeeld te volgen, kunnen Nederlandse werkgevers net als de promovenda tot de conclusie komen dat hun vrouwelijke medewerkers -met kinderen- niet altijd floreren bij een deeltijdfunctie. Een voltijdsaanstelling in combinatie met een partner die ook zorgtaken op zich neemt, of meer kinderopvang zijn misschien betere opties.

Zo'n omschakeling moet de Nederlandse overheid wel mogelijk maken, vindt Karen van Rijswijk. Het feit dat veel vrouwen hier parttime werken is cultuurbepaald, maar ook het gevolg van de doorgaans dure opvang. Daarbij zou ze volgens de onderzoekster meer aandacht moeten besteden aan de mannen. “Als die meer verlofmogelijkheden krijgen, kunnen ze ervaren dat de zorg voor kinderen ook zijn leuke kanten heeft; met als gevolg dat het niet altijd weer de moeders zijn die deeltijd gaan werken.“

mailIcon print |