'U heeft het voor het zeggen', is het motto van de campagne waarmee het ministerie van binnenlandse zaken probeert om zo veel mogelijk mensen op dinsdag 7 maart naar de stembus te krijgen. Maar gemeenten vinden dat ze te weinig te zeggen hebben.
Doorgaande weg of 30-kilometerstraat? Woningen, winkels of wandelgebied? Speeltuin of sportveld? Kinderdagverblijf of drugsgebruikersruimte? Waar mag je je hond uitlaten? Hoever mag je je huis uitbouwen in de achtertuin? Tot hoe laat mogen de cafés open zijn? En welk belang weegt zwaarder: dat van de organisatoren van een openluchtconcert of dat van de omwonenden?
Op talloze terreinen komen burgers het bestuur van hun gemeente tegen. Soms gaat het om een individueel belang, zoals een bouwvergunning of een bijstandsuitkering. Soms is er een collectief belang, en ziet een straat zich genoodzaakt in actie te komen tegen het opheffen van parkeerplaatsen of het kappen van bomen. En soms gaat het om botsende opvattingen over een algemeen belang als bijvoorbeeld de inrichting van het stadscentrum, waarbij uiteindelijk het gemeentebestuur de knoop doorhakt.
Burgers lijken er dus alle belang bij te hebben om invloed uit te oefenen op de samenstelling van dat gemeentebestuur. Maar veel lokale kiezers zien dat anders. Burgers laten het bij gemeenteraadsverkiezingen doorgaans massaal afweten.
Sinds de afschaffing van de opkomstplicht bij verkiezingen (in 1970) kwam het opkomstpercentage slechts twee keer boven de 70: in 1978 (73,7 procent) en 1986 (73,2). Alle andere keren tot en met de raadsverkiezingen van 1994 bewoog de opkomst zich tussen de 62 en de 69,1 procent. In 1998 dook het opkomstpercentage voor het eerst net onder de 60. Die dalende lijn zette in 2002 door toen 57,7 procent van de kiezers opkwam.
Hoe groter de gemeente, hoe lager de opkomst, kun je ruwweg zeggen. Den Haag vestigde met een opkomstpercentage van 44,4 een laagterecord. Het komt erop neer dat het college steunt op ongeveer 27 procent van het plaatselijke electoraat. Van de grote steden was Rotterdam in 2002 nog een gunstige uitzondering met 54,7 procent. Maar daar had een zekere Pim Fortuyn dan ook besloten om aan de raadsverkiezingen mee te doen.
De vroegere VVD-leider Frits Bolkestein legde het wegblijven van kiezers graag uit als een uiting van tevredenheid. Onderzoek in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wijst inderdaad uit dat burgers in het algemeen tevreden zijn over de gemeentelijke dienstverlening.
Maar spreken de kiezers die niet gaan stemmen daarmee ook hun tevredenheid uit over de plaatselijke politiek? Dat lijkt nauwelijks vol te houden voor wie kijkt naar de motieven die mensen opgeven om niet naar de stembus te gaan. Die zijn bepaald niet vleiend. Bijna 45 procent van de niet-stemmers geeft te kennen dat de beslissing om thuis te blijven is ingegeven door een negatief oordeel over de politiek.
Deze gegevens komen uit een Nationaal Kiezersonderzoek, gehouden ten tijde van de kamerverkiezingen van 1998. De commissie-Elzinga heeft ze in 2000 opgenomen in haar rapport over lokale democratie. Met enige voorzichtigheid concludeert de commissie dat de uitkomsten van het onderzoek ook iets zeggen over de houding van de burgers jegens de lokale politiek.
Als dat zo is, dan is dat des te erger voor die plaatselijke politiek. Wegblijven bij Europese verkiezingen, omdat mensen het moeilijk vinden om vertrouwen te stellen in dat verre Brussel, daar kan men zich nog iets bij voorstellen. Maar bij de gemeente gaat het om de bestuurslaag die het dichtste bij de mensen staat.
De onvrede uit zich tegelijkertijd in schier eindeloze rijen nieuwe lijsten voor de komende raadsverkiezingen. De gevestigde politiek vertegenwoordigt kennelijk bij lange na niet alle wensen en belangen. Zo zullen er in de gemeente Den Haag maar liefst 29 partijen op de lijst staan op 7 maart. En Den Haag is geen uitzondering. Zoveel partijen: dat moet wel tot versnippering in de uiteindelijke gemeenteraad leiden en minder effectiviteit.
Onder het motto 'U heeft het voor het zeggen' (tevens de titel van een deze week geopende website) probeert de rijksoverheid met een publiciteitscampagne zo veel mogelijk burgers op 7 maart naar de stembus voor de nieuwe gemeenteraden te krijgen. Voor de campagne is een beroep gedaan op bekende Nederlanders die figureren in televisieprogramma's als 'Idols' en 'Big Brother'.
De ironie wil dat diezelfde landelijke overheid die de burgers oproept de gemeenten serieus te nemen en te gaan stemmen, zelf op dit moment spanningen heeft met de gemeenten. Lokale bestuurders hebben de indruk dat landelijke politici gemeenten de laatste jaren niet zo vertrouwen. Enkele kwesties waren de afgelopen paar jaar aanleiding voor forse aanvaringen tussen de lokale overheden en het rijk. De anders toch zo rustige Vereniging van Nederlandse Gemeenten greep zelfs naar het middel van demonstratieve vergaderingen. In alle kwesties draaide het om de vraag in hoeverre Den Haag de gemeenten juridisch en financieel voldoende ruimte laat om hun eigen zaakjes te regelen.
Zo zijn de gemeenten diep gekwetst door de wijze waarop het rijk is omgesprongen met de kwestie van de onroerendezaakbelasting. De VVD, die bij de verkiezingen van 2002 met het voorstel kwam deze af te schaffen, zette aanvankelijk in op het helemaal schrappen van deze gemeentelijke belasting. Zover is het niet gekomen. Alleen het gebruikersdeel is geschrapt, dat iedereen die een huis bewoonde moest betalen. De eigenaar moet nog wel deze gemeentebelasting betalen.
Dat deze kwestie de gemeenten niettemin nog erg hoog zit, heeft veel te maken met de gebruikte argumenten. Vice-premier Zalm sprak tijdens de verkiezingscampagne over de 'meest gehate belasting'. En D66-kamerlid Bakker schilderde tijdens het kamerdebat over de gedeeltelijke afschaffing van de ozb hoe gemeenten hun burgers het vel over de oren haalden. Zoiets steekt. Gemeenten voelen zich door de centrale overheid zwart gemaakt. In Den Haag wordt in de richting van gemeenten politiek vanuit de onderbuik bedreven, heet het bij de VNG.
Recentelijk gaf de landelijke politiek er opnieuw blijk van niet zo'n hoge pet op te hebben van de wijze waarop gemeenten omspringen met de belangen van hun inwoners. In het aanvankelijke voorstel voor de Wet maatschappelijke ondersteuning kregen de gemeenten nog tamelijk veel ruimte voor eigen beleid. Maar met een stortvloed aan wijzigingsvoorstellen heeft de Tweede Kamer de zaak inmiddels veel te veel dichtgeregeld, meent de VNG.
Gemeenten zijn verplicht om burgers die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning recht hebben op voorzieningen een persoonsgebonden budget toe te kennen, als de aanvrager dat wil. Met dat zakje geld kan de burger zelf zorg inkopen. De gemeente is dan niet meer dan een geldloket. Liever hadden zij gezien dat het inkopen van zorg aan hun was overgelaten (Wij kunnen het immers goedkoper dan de burger) maar daar wilde de Tweede Kamer niet aan.
Enig wantrouwen bij de landelijke politiek speelde in het debat nadrukkelijk een rol. Deze week moest minister Dekker (volkshuisvesting) zich met hand en tand verzetten tegen pogingen van de Tweede Kamer om een wettelijke regeling af te dwingen het permanent bewonen van recreatiewoningen tegen te gaan. Dit moet je niet aan gemeenten overlaten. Het financiële hemd is bij gemeenten vaak nader dan de bestuurlijke rok, stelde het kamerlid Gerkens van de Socialistische Partij in dat debat.
Gemeenten stellen zich al een tijdlang te weer tegen de sluipende inperking van hun beleidsvrijheid. Maar met hun aandacht trekkende demonstratieve vergaderingen hebben ze, onbedoeld, wellicht bij hun burgers voeding gegeven aan de gedachte dat de gemeente er steeds minder toe doet en dat het dus ook niet zo veel zin heeft om op 7 maart naar de stembus te gaan.
Dat risico hebben de gemeenten inmiddels onderkend. Ze zijn dan ook een campagne gestart om duidelijk te maken dat ze zich echt wel met meer bezighouden dan met het uitreiken van paspoorten en het verwerken van aangiften van geboorten en overlijden (www.watdoetjegemeente.nl). Maar tegelijkertijd met als doel de landelijke politiek duidelijk te maken dat de gemeente een belangrijke bestuurslaag is, die meer verdient dan wantrouwen. Een hoge opkomst op 7 maart zou in dat kader mooi meegenomen zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.