*

 

Misschien is God wel een reusachtige schermkwal

Peter Henk Steenhuis − 15/03/06, 00:00

God is dood. Allang. Zeggen ze. Neemt niet weg dat we stiekem blijven geloven. Want we kunnen niet anders. Daarom hebben we God herdoopt tot Mysterie. Tot Geheim. Tot Iets. Alleen de persoonlijke God, die lijkt dood te blijven. Vandaag aflevering 12: schrijver en ethicus Marjolijn Februari.

De persoonlijke god moet van het toneel verdwijnen

'Deze stelling is mij te agressief. Hoe kan ik bepalen dat het voor anderen goed zou zijn als de persoonlijke God van het toneel zou verdwijnen. Maar vanuit het oogpunt van de moraal ben ik wel geneigd deze stelling te onderschrijven, want ik vind dat de persoonlijke God een immoraliserend effect heeft op mensen.“

Een moraliserend effect bedoelt u?

“Nee. Dat is een wijdverspreid misverstand. Om het moraliserende effect van de godsdienst te onderstrepen, haalt men graag de klassieke zin uit de Gebroeders Karamazov van Dostojevski aan: 'Als God niet bestaat, is alles toegestaan'.

Dat is ook een mooie stelling: Als God niet bestaat is alles toegestaan.

“Dat is onzin. Een paar weken geleden zag ik de hoogleraar moleculaire biofysica Cees Dekker op televisie. Hij sprak over het nieuwe boek 'En God beschikte een worm', waaraan hij meewerkte. Dekker verdedigt de gedachte dat achter de evolutie een Intelligent Design, een doelgericht ontwerp, schuilgaat. Wellicht is die gedachte prima te onderschrijven, maar zodra de moraal ter sprake komt, haak ik in ieder geval af.“

Waarom?

“Tussen neus en lippen door zei Dekker dat er wel een persoonlijke God moet zijn, want waarom zou je je anders iets aan de maatschappij gelegen laten liggen? Daar schrik ik van. God, denk ik, laat deze mensen nooit van hun geloof afvallen, anders bestaat de kans dat ze brandstichtend door de straten trekken.“

Dan moet de persoonlijke God toch juist niet van het toneel verdwijnen?

“Als Dekkers zelfanalyse waar zou zijn niet nee, maar ik betwijfel dat. Deze meneer Dekker zag er vriendelijk uit, zou hij zonder toezicht van God werkelijk brandstichtend door de straten gaan? Of zou hij dan juist om meer inhoudelijke redenen bereid zijn zich moreel verantwoord te gedragen? Het idee van Dekker, dat alles geoorloofd is als God niet bestaat, is bovendien voor ongelovigen ronduit beledigend. Het verschil in gedrag tussen gelovigen en niet-gelovigen is namelijk niet groot. Ik ben zelf niet bijzonder gelovig en toch gedraag ik mij redelijk, ik weet uit de gevangenis te blijven.“

Kunnen we de stelling ook omdraaien? Als God bestaat, is alles toegestaan?

“Ja. Dat doet De Zweedse schrijver Lars Gustafsson in zijn roman 'Dood van een imker'. Nadat de mensheid duizenden jaren geplaagd is door de bizarre en ongelukkige waanvoorstelling een veeleisende en bijna vijandige vaderfiguur boven zich te hebben, komt zij nu plotseling tot de ontdekking dat ze zich heeft vergist. God blijkt 'een grenzeloze welwillendheid, een onvoorwaardelijke, zelfs nihilistische liefde voor de schepping' te koesteren.“

Hoe kon deze metamorfose totstandkomen?

“Volgens Gustafsson sliep God eerst twintig miljoen jaar lang in een afgelegen hoek van het universum voordat ze wakker werd.“

Ze?

“Ja. Gustafsson schrijft: 'Ze zweefde als een reusachtige schermkwal, dertien parsec in doorsnede en prachtig om te zien met haar roze, groene en diepblauwe kleuren die onder de doorzichtige buitenkant voortdurend van toon veranderden. Heel de bodemloze ruimte verleende zij, lichtjaren in alle richtingen, een soort frisheid.'

Toen ze vervolgens na een korte afwezigheid van twintig miljoen jaar haar aandacht weer eens op het universum richtte, zo schrijft Gustafsson, hoorde ze een nieuwe toon, die er een moment eerder nog niet was geweest. Een toon zo klagend en smekend dat haar meteen, in menselijke termen gesproken, een moederlijke onrust beving. 'God had de gebeden van de mens opgemerkt'.“

Dat moet een zegenrijke wending voor de mensheid inhouden.

“Nee. Goed, aanvankelijk gaf God de mensen waarom ze haar zo dringend vroegen: kanker werd genezen, armoede bestreden. Maar vervolgens werden ook overal ter wereld tegenstanders vernietigd, gingen landen bankroet door ontwrichting van de economie en werd ontucht getolereerd in de straten. Omdat God aldus iedere morele reserve leek te missen bij het verhoren van de gebeden, trok uiteindelijk de bisschoppenconferentie haar handen af van Gods goedheid en riep de gelovigen op tot 'uiterste terughoudendheid' bij het bidden. Het mocht niet baten. Een laatste bericht vanuit de chaos luidde: 'Als God leeft, is alles toegestaan'.“

Dostojevski versus Gustafsson, wat is de conclusie?

“Dat je de koppeling van religie en moraal moet loslaten.“

Hoe krijg je dat voor elkaar, door religie af te zweren of de persoonlijke God van het toneel te laten verdwijnen?

“Ik zou niet weten hoe je dat voor elkaar krijgt, maar het voordeel van een onpersoonlijke God is dat er minder makkelijk een morele politieagent aan valt vast te knopen.“

Waarom niet?

“Sommigen internaliseren hun ouders, horen voortdurend hun stem. Zo gaat het ook met een persoonlijke God. Als je je God niet persoonlijk voorstelt, is identificatie moeilijker. Dat scheelt.“

Die persoonlijke politieagent heeft wel verwantschap met het geweten. Maar het geweten lijkt me eerder een onpersoonlijke agent.

“Ja. Mijn wrevel ontstaat als een persoonlijke God status verleent aan een onpersoonlijk geweten. Op dat moment krijgt dat geweten een onaantastbaar gezag. En wordt moraal al gauw een stok om anderen mee te slaan. Vooral vrouwen, want opmerkelijk genoeg wordt religieuze moraal vaak verkleind tot seksuele moraal en dan zijn het meestal de vrouwen die verantwoordelijk worden voor seksueel onberispelijk gedrag.“

Zou het zin hebben God te ontpersoonlijken tot Energie, Licht, Kracht?

“Voor alle ficties geldt: als je er maar lang genoeg in gelooft, krijgen ze vanzelf een autoritaire status.“

Hoe zou u God dan willen noemen, of gelooft u in Niets?

“Misschien bestaat ergens een reusachtige schermkwal. Het is een romantische gedachte die me wel bevalt. Nee, ik ben een Godzoeker, al ben ik niet heel actief op zoek. Ik zou me ook ongelovig kunnen noemen.

Het vreemde is alleen dat ik nauwelijks verschil zie tussen mijn levensopvatting of wereldopvatting en die van gelovige vrienden voor wie er ook geen nauwe band bestaat tussen religie en moraal.

Ik heb ooit het boek 'God, een collage' samengesteld. Daarin speel ik met die grenslijn. Uit de ene tekst komt een gelovige naar voren; uit de andere een ongelovige. Zoals bij Hans Andreus, die in zijn allerlaatste gedicht schrijft:

() Heer (ik spreek je toch maar

weer zo aan,

ofschoon ik me nauwelijks daar

iets bij voorstel,

maar ik praat liever tegen iemand

aan

dan in de ruimte en zo is dit wel

de makkelijkste manier om wat te

zeggen)

Gelooft Andreus? Wil hij geloven? Zelf zou ik dit niet zo opschrijven, maar deze strofe komt heel dicht in de buurt van het fascinerende omslagpunt tussen geloof en ongeloof.“

mailIcon print |