*

 

'We hebben feest gevierd toen Van Anraat straf kreeg'

door Judit Neurink in Halabja − 11/02/06, 00:00

De Koerdische stad Halabja is door de Iraakse dictator Saddam Hoessein met gifgas gestraft voor zijn opstandigheid, en daarna door de Koerdische overheid vergeten. Slachtoffers zoeken naar gerechtigheid. Ook in Nederland.

“Van Anraats cel is honderd keer beter dan mijn huis“, zegt Kamil Abdelkader Wais bitter. Zijn adem raspt moeizaam; zijn longen zijn aangetast door de gifgasaanvallen op zijn woonplaats Halabja in 1988. Aanvallen waarvoor de Nederlandse handelaar Frans van Anraat de Iraakse leider Saddam Hoessein de chemicaliën leverde, wat de Nederlandse rechter eind december bestrafte met vijftien jaar cel.

Voor Wais gaat die straf niet ver genoeg, hij wil ook een schadevergoeding uit Nederland. In 1988 overleefde hij als 15-jarige als enige van zijn familie de aanvallen met mosterd- en zenuwgas. “Waarom? Ik denk omdat ik een boodschap moet overbrengen“, zegt hij in het kantoortje van de hulporganisatie Kurdistan Save the Children in Halabja.

Sociaal werker Aras Abid Akram, die ook zijn familie verloor, zit achter zijn bureau vol papieren. In een kooitje op een kast zingen vier kanaries. Aan de muren hangen foto's van dode vrouwen en kinderen in de straten van Halabja. “We hebben feest gevierd, toen Van Anraat werd veroordeeld“, vertelt Akram. “Voor ons was dat een bewijs van de misdaden van Saddam Hoessein, en een bevestiging van het ongelijk van hen die het ontkenden.“

Saddam strafte de stad met 70000 inwoners omdat die zich tegen zijn regime verzette. De aanvallen kostten vijfduizend levens, velen stierven daarna aan hun verwondingen en veel overlevenden hebben ernstige lichamelijke klachten. Vooral long-, huid- en oogklachten, en het aantal misvormd geboren kinderen is sinds 1988 sterk gestegen. Er is grote onzekerheid over de gevolgen voor het menselijk DNA van de chemicaliën die in de grond en het drinkwater zijn beland, maar betrouwbaar onderzoek of statistieken zijn er niet.

Daarom vindt Akram het ook jammer dat de Haagse rechtbank geen delegatie naar Halabja heeft gestuurd, terwijl wel slachtoffers van Saddams gifgas in Iran zijn bezocht. Weliswaar waren Nederlandse Koerden uit Halabja als getuigen aanwezig, “maar wij wisten pas van het proces toen het al liep. Waarom heeft de rechtbank geen contact met ons opgenomen?“

Akram zoekt naar wegen om op basis van het vonnis tegen Van Anraat schadevergoedingen te eisen voor de slachtoffers in Halabja. Dat is belangrijk omdat het proces tegen Saddam Hoessein de aanval op Halabja uiteindelijk wegens tijdgebrek waarschijnlijk niet zal behandelen -ook al hebben duizend plaatselijke families hem aangeklaagd.

Tot verdriet van Wais: “Dat proces is belangrijk voor ons. Zodat Europese en Arabische staten die zwegen toen Saddam ons bestookte en die hem steunden, weten waaraan ze hebben meegewerkt.“

Meer dan 25 jaar na de aanvallen door Saddam ligt Halabja er verwaarloosd bij. De armoede is voelbaar. Het ziekenhuis is vervuild, straten onverhard en vol afval, huizen nauwelijks meer dan bouwvallen. Het enige opmerkelijke is de nieuwe moskee met zijn glanzend groene koepel. De Koerdische overheid heeft Halabja vergeten. Geen wonder dat de islamitische partijen bij de plaatselijke verkiezingen een meerderheid van de stemmen behaalden.

“Ik heb Ventolin nodig om te kunnen ademen, maar dat is hier niet te krijgen“, klaagt Wais. “Ik heb zuurstof nodig, maar die flessen hebben ze zelfs in de operatiekamer niet. De overheid doet niets voor ons.“

Ondanks de vele chronisch zieken heeft Halabja geen aparte afdeling of specialisten voor hen. Sterker nog: de stad krijgt door het Iraakse systeem waarbij jonge artsen eerst een jaar op het platteland moeten werken, ieder jaar een nieuwe, onervaren arts.

“Ik weet pas sinds een jaar dat ik longemfyseem heb“, zegt Wais. En niet dankzij de Iraakse artsen, maar doordat hij onlangs met acht anderen in Oostenrijk onderzocht is.

Hij zwaait met een kopie van een röntgenfoto die daar is gemaakt. “Mijn rechterlong is gedeeltelijk weg. Ik wacht op hulp uit het buitenland. Ik weet dat er een medisch centrum is in Nederland waar ze delen van longen transplanteren.“ Hoopvol: “Hoe kan ik daarmee in contact komen?“

mailIcon print |