De Europese markt voor stroom is een utopie zolang er geen Europees netwerk van de grond komt.
Met de koppeling van de nationale netten moet haast worden gemaakt, schrijft de Europese Commissie in haar Groenboek over energie. De gedachte is helder: pas wanneer elektronen vrijelijk door de Europese stroomkabels schieten, kan van een Europees netwerk sprake zijn, en kunnen bedrijven eerlijk met elkaar concurreren. Zover is het bij lange na nog niet. Sterker nog, het Europese net is een lappendeken van nationale netten -historisch ontstaan uit regionale netten.
Een Europees net creĆ«er je door de hoogspanningsnetwerken aan elkaar te koppelen en er een meter bij te zetten, zegt Peter Puijk van netbeheerder Tennet. Stroom kiest de weg van de minste weerstand. “Als je de nationale netten beter op elkaar wil aansluiten, moet je honderden miljoenen investeren in masten en lijnen, bijvoorbeeld voor een verbinding over de Alpen.“
Volgens Ad Seebregts van energie-instituut ECN is dat “technisch vrij eenvoudig, al moeten de netbeheerders meer doen om de balans te handhaven.“ In 2002 spraken de leden van de Europese Unie af dat ze in 2010 minstens 10 procent van hun stroom uitwisselen. “Dan spreek je van zogenaamde interconnectiecapaciteit“, zegt Seebregts.
De 10 procent blijkt echter over heel Europa gezien te hoog gegrepen. Seebregts: “Het zijn langetermijninvesteringen waarvan de baten niet altijd zichtbaar zijn.“
Nederland voldoet wel aan de eisen: dankzij investeringen door de beheerder van het hoogspanningsnet Tennet beschikt het inmiddels over vijf uitwisselingspunten met het buitenland en een importcapaciteit van 20 procent. “We hebben heel wat verbindingen - een kabel naar Noorwegen wordt aangelegd. Je hoort wel vragen om nog meer importcapaciteit, want in het buitenland is de stroom goedkoper.“
In het Groenboek pleit de Europese Commissie voor “extra fysieke capaciteit“ om stroom door te voeren. Hoe groter de koppeling tussen de Europese netten, hoe kleiner de behoefte aan reservecapaciteit, en hoe hoger de voorzieningszekerheid. Het is voor een stroomproducent peperduur om reservecapaciteit, centrales, achter de hand te houden.
Volgens energie-expert Dieter Helm van de Universiteit van Oxford zijn interconnectoren 'riskante investeringen'. Investeerders moeten rekening houden met politieke veranderingen, technologische verbeteringen en hoge kosten die met regelgeving gepaard gaan, waardoor de waarde van hun investering onzeker is. “Er is dan ook een goede reden dit soort investeringen als 'Europees' te behandelen, en ze niet in nationale handen te laten.“
De vraag is of de eenwording van de energiemarkt -de uitbreiding van de interconnectiecapaciteit- aan vaart zal winnen. “Interconnectoren worden niet spontaan aangelegd in vrije markten“, waarschuwt Helm. Niemand betaalt graag hogere nettarieven, en die zijn nodig als de netten worden verzwaard.
Het grootste probleem is echter de nationale bril die de netbeheerders opzetten. “Dat is overdreven. We kijken allereerst naar Nederland, maar zijn geen eiland“, zegt Puijk van Tennet. “We proberen de interconnectiecapaciteit zo ruim mogelijk op te rekken, en we houden er rekening mee dat elektriciteit die bij Groningen binnenkomt de Belgische grens weer overgaat. Dat is de Noordwest-Europese energiemarkt.“
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.