De Nederlands-Soedanese Sherief Mukhtar (21) zit ondergedoken in het buitenland. Zijn relatie met een Turks-Koerdisch meisje leverde hem aanhoudende doodsbedreigingen op. Terug naar Nederland durft hij niet. “Aselye dacht dat haar vader de relatie zou goedkeuren.“
'Ik leerde Aselya april 2005 kennen via haar ex-vriend, waar ik af en toe mee omging. Op een dag reden we rond in mijn auto en zagen we Aselya op straat lopen. We stopten en raakten aan de praat. Ik was gelijk erg onder de indruk en had het idee dat het wederzijds was.
Ze was na deze ontmoeting een onderzoek gestart in eigen kringen: Wie was ik? Waar kwam ik vandaan? Al snel had ze mijn MSN-adres. Vanaf nu sprak ik haar regelmatig op MSN. Kort daarna belden we regelmatig mobiel.
Pas op 10 juni 2005 spraken we samen af, bij mij thuis. We kletsten, en leerden elkaar die dag goed kennen. We hadden officieel iets. Twee dagen later, op mijn verjaardag, nam ze zelfs haar zusje en een neef mee. Ik vond het geweldig haar familie te leren kennen en ik ontving hen gastvrij bij mij thuis, waar ik met mijn gescheiden Nederlandse moeder woonde.
Haar neefje en zusje reageerden enthousiast, toen Aselya vertelde dat ik op een dag haar man zou worden.
In augustus kwam ik terug van een zomervakantie in Marokko, die ik samen met mijn maatje Abdelilah had doorgebracht. We waren met zijn auto gegaan en ik ben alleen teruggekomen met het vliegtuig. Ik had in Marokko dagelijks telefonisch contact met Aselya.
Toen ik terugkwam besloten we samen om het aan haar ouders te vertellen. Zij is Turks-Koerdisch en was op dat moment 17 jaar oud. Ik 21. Ik had uit Marokko een gouden trouwring meegebracht en aan Aselya gegeven. Niet als een trouwring, maar gewoon als mooi cadeau.
We hadden haast om het haar ouders te vertellen, want we waren bang dat ze er anders zelf achter zouden komen. Aselya wilde graag een tatoeage: mijn naam op haar borst. Ik heb er ook een aantal, al van langer geleden. Haar tatoeage hebben we gezet zonder dat haar ouders het wisten. Ik ging mee, samen met een van haar nichtjes en haar jongere zusje. Haar moeder heeft die tatoeage kort daarna gezien, toen Aselya in bed lag te draaien. Maar ze had haar man nog niets verteld.
Aselya heeft een westers uiterlijk, net als veel van haar familieleden. Alleen haar ouders zijn traditioneler. Zo draagt haar moeder een hoofddoek. Aselya dacht dat haar vader onze relatie zou goedkeuren, maar toen ze het vertelde, eind augustus 2005, flipte hij totaal. Dat was onverwacht. Wij zijn allebei moslim, dus dachten we dat het weinig problemen zou opleveren.
Misschien heeft het er mee te maken dat ik eerder iets met een Turks-Koerdisch meisje had gehad in Den Bosch. Een aantal jongens, waarmee ik destijds grote ruzie had, waren toen naar de vader van dat meisje gegaan. Ze vertelden hem dat ik pooier, drugsdealer en loverboy was. Onzin. Maar die verzonnen verhalen kwamen ook terecht bij Aselya's vader. Die gemeenschap in Den Bosch is heel hecht.
Maar die verhalen kloppen dus niet. Ik zou komend jaar zelfs beginnen als leerling-agent in Utrecht. Afgelopen jaar was ik succesvol getest. Maar zo lang ik mijn problemen met de zaak rond Aysela in Nederland niet heb opgelost, willen ze niet met me verder, zeggen ze. Ik probeerde telefonisch uit te leggen dat er eigenlijk niets op te lossen valt, maar toen bleef het stil aan de andere kant.
Het was op een woensdag, de afwijzing door haar vader. Ik kreeg al snel een telefoontje. Het was Aselya. In paniek zei ze: “Schatje, mijn ouders weten het.“ Het gesprek was kort. Haar vader had de ring die ik haar had gegeven, afgepakt. Mijn naam stond erin gegraveerd.
Een half uurtje daarna belde haar vader. Die bedreigde mij met de dood. Hij zei: “Jij moet van kleine meisjes afblijven.“ Even later belde ook Aselya's neef. Hij vertelde dat ik niet meer veilig was. Ze stuurden sms'jes. Bijvoorbeeld: 'Als we je op straat zien lopen, dan pakken we jou'.
Ik heb het feest van mijn werk, sauna Deshima in Den Bosch, afgezegd. Daar werkte ik met veel plezier sinds 2000 in de horeca. Ik was net fulltime begonnen, nadat ik mijn havo-diploma had gehaald.
Gelukkig was ik al thuis. Ik heb 24 uur achter slot en grendel gezeten. Ik was bang en heb mijn mobiele telefoon tot het eind van die volgende middag uitgezet. Toen ik 'm weer aanzette, belde Aselya, met het mobieltje van haar 11-jarige zusje. Haar vader had haar eigen sim-kaart in tweeën geknipt.
Die avond belde ik haar vader. Ik vroeg of we als volwassenen konden praten en was bereid naar hun huis te komen, om samen met mijn vader een eventuele trouwerij te bespreken. Als moslims onder elkaar. Haar vader zei: “Vergeet het maar“, en bleef dreigen.
Iedereen was boos op Aselya, vertelde ze. Haar vader had haar hals opengekrabd. “Wat moet ik doen“, vroeg ze mij. “Aangifte“, zei ik. Uiteindelijk belde ik de politie, aangezien zij constant bij familie was. Aan het begin van de avond kwamen twee agenten langs.
De agenten spraken thuis met iedereen. Ook namen ze Aselya apart in haar kamer. Ze verzon dat ze met haar hals tegen de deur was gelopen. Ze was bang dat haar vader anders mee zou moeten, met nog meer problemen voor haar als gevolg. Haar vader riep steeds, waar de agenten bij waren: “Ik pak die jongen, ik maak 'm dood.“ Aselya kreeg een kaartje van de agenten. “Als er iets is, moet je maar bellen“, zeiden ze tegen haar. Ze verstopte het kaartje in haar zak.
Die avond kreeg ik opnieuw een sms'je van haar vader. 'De politie is in mijn huis geweest door jou. Ik maak je kapot. Jij gaat eraan'. Even later belde Aselya mij stiekem, vanuit de douche. Haar vader had haar weer geslagen. Ze wilde weg en vroeg mij om de agenten te bellen.
Toen ik hen rond 23.00 uur aan de lijn kreeg, zeiden ze: “Wij zijn eerder vandaag al geweest. We kunnen niet weer.“ Wel boden ze aan een keertje extra door de straat te rijden. Aselya's tas stond al klaar, maar de agenten kwamen niet.
Uiteindelijk heb ik Aselya de volgende ochtend, op haar verzoek, op haar school opgezocht. “Als de politie je niet naar een andere plek brengt, doe ik het wel“, zei ik. Op het schoolplein nam Aselya afscheid van haar vriendinnen. Ik maakte haar opnieuw duidelijk dat ze door deze stap zou worden verstoten. Toch ging ze mee. Die middag, op vrijdag 2 september, vertrokken we rond een uur in de middag per auto naar Amsterdam, met het idee om zo snel mogelijk te trouwen. Dan was het goed, voor de islam.
Ik had contact gezocht met maatschappelijk werk in Amsterdam. Maar we kwamen te laat aan en konden pas de dinsdag erop terecht. In die tussentijd hadden we voortdurend contact met hen en de politie Den Bosch. De politie adviseerde Aselya naar huis te bellen, om haar familie wat geruster te stellen. Dit deden we ook gelijk. Maar weer bedreigde haar vader mij.
Maatschappelijk werk had contact gezocht met het Advies en Steunpunt Huiselijk Geweld in Amsterdam. Die wilde Aselya wel in een opvang plaatsen, maar zij wilde niet in haar eentje. Ze was al zonder familie, en wilde daarom alleen met mij geplaatst worden. Dus werd er doorgezocht naar een geschikte ruimte. Maar voor mannen die slachtoffer worden van eerwraak, is geen opvang. Ondanks navraag in het hele land.
We werden in de tussentijd wel erg goed geholpen door maatschappelijk werkers. Regelmatig kwamen er agenten, ook een eerwraak-specialiste uit Dordrecht, om met ons, maar vooral met Aselya te praten.
Thuis in Den Bosch gebeurde ondertussen van alles. Twee dagen nadat we waren vertrokken, kreeg mijn moeder bezoek van een aantal auto's met Turkse mannen. Ze stormden binnen, duwden haar opzij en doorzochten het hele huis. Mijn moeder deed aangifte en het hele gezin heeft een week moeten onderduiken. Ook mijn neef en enkele vrienden kregen bezoek.
Abdelilah, de jongen waarmee ik naar Marokko was geweest, had mijn autosleutels en autopapieren nog bij zich. Hij moest onder bedreiging van een pistool auto en papieren afgeven. Die auto is vervolgens verkocht. Een blauwe BMW 325i cabrio, waar ik lang voor had moeten werken bij de sauna.
Maar ook wijzelf, in Amsterdam, voelden ons niet veilig. Zo zaten we op een dag in de auto te praten met iemand van Vrouwenopvang Amsterdam toen we werden achtervolgd door een auto met Turkse mannen. We dachten dat het Aselya's neef was. We zijn als een dolle, door rode stoplichten, naar het politiebureau gereden. Iedereen moest verklaren: Aselya, twee kennissen van mij, en de vrouw van de vrouwenopvang. Ik niet, trouwens. Mij vroegen ze niks. Ik moest wachten in een wachtkamertje. Het was al nacht geworden.
De situatie was volgens de politie onveilig. We werden naar een gevangenis vervoerd in een gevangenisbusje. Eerst werd Aselya met een deken over haar hoofd afgevoerd en tien minuten later ook ikzelf. We sliepen in een gezinscel. We waren geschokt dat we hier zaten, 'voor onze eigen veiligheid'.
De volgende dag moest Aselya weer verklaren op het politiebureau. Ondertussen zat ik de hele middag in een cel. Gek genoeg zette de politie aan het einde van de dag de deur van het bureau open. “Het is niet meer onveilig“, zeiden ze. We moesten maar zien hoe we op ons veilige adres kwamen. Ik riep: “Zijn jullie gek geworden?“ Maar ze wilden ons niet wegbrengen. Ze begonnen over personeelstekort en dat ze geen taxibedrijf zijn. Aselya en ik keken elkaar aan, we stonden versteld. Uiteindelijk kwam een kennis langs. Zij heeft enorme stennis geschopt. Na een halfuur werden we alsnog weggebracht, in een undercoverwagen.
Een andere keer belde ons contact bij de politie Den Bosch mij mobiel, op ons veilige adres. Ze zei: “Maak dat jullie wegkomen.“ Meer niet. Aselya was volledig in paniek. We vluchtten naar onze maatschappelijk werkster. De agente belde later die middag terug met meer uitleg. Volgens de criminele inlichtingendienst wist 'de Turkse gemeenschap' waar we zaten. Ik dacht: dat kan niet. Ons onderduikadres was met geen mogelijkheid aan ons te linken. Dus zijn we teruggegaan. Wij voelden ons daar het veiligst. Het bleek achteraf loos alarm.
Toen Aselya op 13 september moest beslissen of ze alleen naar de vrouwenopvang ging, wilde ze die ochtend eigenlijk in bed blijven. Ik heb haar met moeite overgehaald toch te gaan. Het was niet alleen een bijeenkomst met maatschappelijk werk, maar ook met een aantal politie-agenten.
Aselya zei de hele tijd: “Ik wil niet naar huis, maar ook niet naar de opvang zonder Sherief.“ Dat kon niet, vertelden de aanwezigen haar, terwijl ik buiten wachtte. Ze moest beslissen wat ze ging doen, vond de politie. Aselya dreigde met mij naar het buitenland te vertrekken, iets waar we het samen al over gehad hadden. Maar er werd op haar ingepraat om terug naar huis te keren. 'Waar moet je heen? Denk aan je familie'.
'Als jij naar huis gaat, dan is Sherief pas veilig. Dan pas laten ze hem met rust', hielden ze haar voor. Aselya kwam huilend naar buiten. Vervolgens vertelden ze mij dat Aselya naar huis wilde. Ik geloofde het niet: “Dat zou Aselya nooit doen.“ Maar het besluit stond vast: ze ging. Ik was enorm verdrietig.
Toen ik uit de kamer kwam, mochten Aselya en ik van de politie geen afscheid van elkaar nemen zonder anderen erbij. Ik voelde me totaal niet op mijn gemak, dus weigerde ik afscheid te nemen op deze manier. Ik zag dat Aselya oogcontact zocht, maar ik ontweek haar. Ik was verbaasd over haar besluit en voelde me in de steek gelaten. We hebben dus nooit echt afscheid genomen. Later, toen ze thuis was, hebben we dit per mail en telefoon wel uitgepraat.
Die avond bracht ze wederom in de gevangenis door. Maatschappelijk werk en politie wilden uitzoeken of het thuis echt veilig was. De volgende dag is ze naar huis gegaan.
De politie vertelde mij dat ik niet op opvang hoefde te rekenen. Ze konden niets voor mij doen, zeiden ze. Ik stond er helemaal alleen voor. Op mijn Amsterdamse onderduikadres voelde ik mij niet meer veilig. Aselya kon thuis onder druk zou komen om mijn onderduikadres vrij te geven. Ik begon van stad naar stad te gaan.
De telefonische bedreigingen door Aselya's vader en neef hielden aan. Omdat ik nog heel wat verklaringen tegen hen moest afleggen, zochten agenten Bosch mij regelmatig op.
Ik zorgde dat ik nooit te lang op dezelfde plek verbleef. Ik kon ook niet naar Den Bosch, waarschuwde de politie. Dat zou te gevaarlijk zijn. Daar konden ze mijn veiligheid niet garanderen. Het is gek. Ze halen Aselya over om naar huis te gaan voor mijn veiligheid. Maar vervolgens zeggen ze tegen mij dat ik niet naar Den Bosch kan omdat het te onveilig is.
Twee dagen na haar vertrek, kwam Aselya online via MSN. Dat hadden we afgesproken: mocht er iets gebeuren, dan zoeken we via MSN contact. Ze vertelde dat ze spijt had van haar beslissing. Hoewel iedereen blij was dat ze terug was, merkte ze ook boosheid. Het was niet meer hetzelfde thuis.
Het was een verschrikkelijk gesprek. Ze voelde zich schuldig tegenover mij en vertelde dat ze van plan was opnieuw weg te lopen wanneer alles rustig was. Ze wilde bij mij zijn. In een e-mail noemde ze haar terugkeer de slechtste beslissing die ze ooit had genomen.
Toen ze eenmaal weer naar school ging, belde ze mij regelmatig, in de pauze. Verder was ze nooit alleen. Ze kon niet eens naar het winkelcentrum zonder in de gaten te worden gehouden.
De politie wilde dat wij het contact verbraken om de gemoederen in de familie te bedaren, maar we bleven bellen en mailen. De politie wist dit en lichtte haar vader in.
Dat hadden ze nooit moeten doen. Haar vader brak Aselya's nieuwe sim-kaart in tweeën en gaf haar opnieuw flink op haar donder. Vanaf nu kon Aselya alleen mij nog bellen, met telefoons van haar vriendinnen.
Het laatste contact tussen Aselya en mij was rond half oktober, telefonisch. In oktober werden ook haar vader en neef gearresteerd. Ik las in de krant dat Aselya aangifte tegen mij had gedaan wegens stalking. Het klinkt raar, maar ik begrijp haar wel. Ik begrijp hoe erg zij onder druk stond, met haar vader in de gevangenis. Ze moet alles doen het goed te maken met haar familie.
Tijdens de rechtszaak tegen haar vader en neef, vorige maand, liet justitie ook een afgeluisterd gesprek horen van haar vader met een kennis. Dit ging over de planning van een ontvoering van een klein meisje, waarschijnlijk een van mijn kleine zusjes. En dat hij mij 'aan de vissen zou voeren'. Aselya's neef bekende vrijwel alles, ook het bedreigen van mijn ouders. Aselya's vader niet. Hij dacht dat ik een drugsdealer was. Mijn BMW cabrio versterkte dat beeld.
Ik voelde mij zelfs na hun arrestatie nog zo bedreigd, dat ik op 1 november 2005 ben ondergedoken in het buitenland. Daar zit ik tot op de dag van vandaag.“
Om privacyredenen is de naam Aselya gefingeerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.