*

 

'Je moet beelden tonen'

door Maaike Bezemer − 11/02/06, 00:00

Met waaghalzen in rubberbootjes probeert Greenpeace weer ouderwets walvisjagers dwars te zitten. Actievoerster Jetske Nagtglas is net terug.

Jetske Nagtglas is nog geen twee uur in Nederland of ze zit al in een interview. Na een lange vlucht uit Kaapstad kon de actievoerster even douchen en een boterham eten. Greenpeace bestaat bij publiciteit. De persvoorlichter had al een afspraak gemaakt toen Jetske Nagtglas nog walvissen aan het redden was bij de Zuidpool. Straks volgen ook nog regionale kranten en radio.

Nagtglas vindt het niet zo'n punt. Ze is nu eenmaal actievoerster. ,,We proberen de walvisvaart onder de aandacht te brengen, dus daar steek ik zo veel mogelijk tijd in. Veel mensen denken dat het niet meer voorkomt. Maar Japan wil dit jaar zo'n duizend dwergvinvissen slachten, onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Wij hebben gezien dat dozen vol walvisvlees worden opgehaald door een bevoorradingsschip. Die gaan rechtstreeks naar de supermarkten.“

Jetske Nagtglas is bij Greenpeace International begonnen als adviseur personeelszaken. Inmiddels werkt ze alleen nog als vrijwilliger. Anderhalf jaar terug deed ze nog mee aan acties op de Noordzee, tegen bodemvisserij. Eind november ging ze samen met 56 anderen op expeditie naar een walvisreservaat bij de Zuidpool. Met twee schepen, de Esperanza en Arctic Sunrise en acht rubberboten. Voornaamste doel: Japanse walvisjagers dwarszitten. Het levert de bekende beelden op van waaghalzen met spandoeken in kleine bootjes. ,,We gebruiken geen geweld, maar proberen wel zo hinderlijk mogelijk te zijn“, vertelt ze.

Zijzelf is bestuurder van een rubberboot. Ze voer continu heen en weer, tussen de walvissen en de jagers door. Aan de ene kant een collega om de dieren in de gaten te houden, aan de andere kant iemand die aangaf waar het schip zich bevond. ,,Ik zie natuurlijk niks op zo'n moment en het is heel intimiderend, die grote boeg en zo'n enorme harpoen boven je hoofd. Je hoort alleen de motor en de wind en ondertussen denk je alleen maar: als ze maar niet schieten.“

De jagers maken gebruik van allerlei apparatuur om groepen walvissen te vinden, maar ze zijn ook afhankelijk van de bemanning in het kraaiennest en van degene die de harpoen op de boeg bedient. Voor het eerst hadden we een waterinstallatie op een rubberboot. Daarmee zorgden we voor een waas van water, om het zicht op de walvissen te belemmeren. Bovendien maak je het voor die man met de harpoen zo koud en nat mogelijk.“

In de huiskamer van haar ouders loopt Nagtglas rond in een kapotte spijkerbroek, haar blote voeten in slippers, een ketting met dolfijntje om haar hals. Dat ze in haar jeugd veel gezeild heeft rond Den Helder is nog wel voor te stellen, maar je ziet haar niet direct als rubberbootbestuurder tussen walvisjagers. ,,Mannen met baarden en tatoeages zijn er ook hoor“, lacht ze. ,,Het is inderdaad makkelijker werken in zo'n boot als je groot en zwaar bent. Dan sta je steviger. Maar ik kan nu eenmaal varen en ik doe graag actief mee.“

De 32-jarige vrijwilligster krijgt veel aandacht. Voor een lokale krant schreef ze een dagboek. En dankzij een continue internetverbinding kon niet alleen moeder Nagtglas contact onderhouden, maar ook andere internetters. Haar weblog op de site van radioprogramma Vroege Vogels leverde veel reacties op. “Het mooie van internet is dat mensen direct kunnen zien wat daar ver weg gebeurt. Hoe inhumaan de walvisjacht is. Op de punt van de harpoen zit een granaat, die explodeert zodra de harpoen de walvis treft. Volgens de Japanners sterft vijftig procent binnen een paar minuten. Maar wij hebben verschillende walvissen gezien die een halfuur worstelen, of zo getroffen zijn dat hun organen eruit hangen. Regelmatig hingen ze nog levende walvissen aan de staart langs het verwerkingsschip, met hun kop nog in het water. Die lieten ze verdrinken. De walvissen blijven tot het laatst bij bewustzijn.“

Volgens Jetske Nagtglas is het van belang beelden te laten zien. ,,Je zag het ook bij de walvis die de Theems op zwom, ineens voelt iedereen zich erbij betrokken. Dankzij internet kunnen we ook de Zuidpool wat dichterbij halen.“

Soms is Greenpeace wel erg confronterend. Half januari dumpte de organisatie een dode walvis voor de Japanse ambassade in Berlijn. Jetske Nagtglas kan zich er helemaal in vinden. ,,Het dier was dood gevonden in de Baltische zee. Dat bewijst dat je geen dieren hoeft te doden om onderzoek te plegen. De walvis is trouwens al vrij snel overgebracht naar een museum.“ Onkies vindt ze het niet. ,,Het tonen van dode dieren maakt duidelijk waar het om gaat. Zo hebben we ook eens honderden kilo's vis, bijvangst van de Noordzeevisserij, bij het Europarlement op de stoep gegooid.“

Wetenschappelijk onderzoek wordt door Japan gebruikt als argument om door te gaan met walvisjacht, maar volgens Greenpeace is het een farce. Het vlees komt gewoon in de Japanse supermarkten. Jetske Nagtglas deelde haar hut met een Japanse vrijwilligster. Zij legde uit dat de Japanse jagers walvissen beschouwen als ongedierte. Jetske Nagtglas kan zich dat niet voorstellen. ,,Je ziet moeders met kalven om je heen zwemmen, hoe ze proberen weg te komen. Er wordt gezegd dat we ook koeien en schapen eten, maar dat vind ik toch anders. Walvissen zijn niet te fokken, alleen al vanwege de lange draagtijd. Het gaat ook om de duurzaamheid van het milieu. Dit zijn heel kwetsbare soorten. Als je blijft jagen kan de populatie zich niet meer herstellen.“

Het is nu zomer rond Antarctica, de enige periode waarin gejaagd kan worden op vinvissen. Na 28 dagen optrekken met de Japanse vloot, raakten de brandstoftanks van Esperanza en Arctic Sunrise leeg en de voorraden op. Greenpeace keerde terug, de jagers bleven achter. Toch is de campagne volgens Jetske Nagtglas geslaagd. ,,Ze hebben veel minder geschoten en lopen maanden achter op schema. Het geeft al een goed gevoel als ze op een dag maar drie walvissen doden in plaats van veertien. Elke dode walvis is er een te veel.“

mailIcon print |