*

 

Outlets zijn een feest voor de funshopper. Maar ook oude stadscentra profiteren ervan.

door Marlise Hamaker − 11/02/06, 00:00

Funshoppen is het toverwoord. Aan alles is gedacht om de sfeer zo goed mogelijk te maken. Van goedkope kinderopvang tussen felgekleurde muren tot een kabbelend achtergrondmuziekje dat al op de parkeerplaats te horen is. Het doel: De klanten zoveel mogelijk geld uit laten geven, zodat ze met een voldaan gevoel en een auto vol designerspullen vertrekken. Ze moeten zó tevreden zijn dat ze gewapend met creditcard of pinpas binnen korte tijd terugkeren. Liefst in gezelschap van vrienden en familie, die ze hebben klaargestoomd om ook hun geld te laten rollen.

Het zuiden van het land krijgt er dit najaar een derde kortingdorp voor merkkleding bij. Met prijzen die dertig tot zeventig procent lager liggen dan in gewone winkels zijn de zogenoemde outlets grote publiekstrekkers. Roosendaal is de gelukkige, naast Roermond en het Belgische Maasmechelen die al een mode-outlet hebben. In gecreëerde stadscentra, gesitueerd in niemandsland of naast een industrieterrein, kunnen vooral vrouwen terecht om dure merken tegen hoge kortingen aan te schaffen. Een zonnebril van 'Dolce en Gabbana' van 220 euro voor de helft van de prijs, een Levi's-spijkerbroek voor 39 euro of een echte Eastpak-tas voor 29 euro.

Het funshoppen begint in Maasmechelen Village met een welkomstbord: 'Chic outlet shopping'. Een terechte tekst, vindt Irmgard Metzler uit Herzogenrath. ,,Het is prachtig hier“, zegt de 57-jarige Duitse die acht keer per jaar in het merkendorp op bezoek komt. ,,Omdat je hier veel geld bespaart. Maar dan op de wat minder bekende merken hoor, voor een Dolce en Gabbana ben ik te dik.“

Het designerdorp doet inderdaad mooi aan. Wie langs de etalages loopt, waant zich - precies zoals bedoeld - in een gewoon stadscentrum. Tot je naar boven kijkt. Dan blijkt 'chic outlet shopping' zo onecht als een filmset. De winkels hebben geen plafond, de bovenverdiepingen zijn niet bewoond en worden niet gebruikt als opslag voor extra kleding of andere producten.

De bezoekers winkelen er niet minder om, gezien de hoeveelheid tassen bedrukt met beroemde namen die ze bij zich dragen. Dat de meeste spullen oud zijn - via de outlets raken topmerken hun collecties van voorgaande jaren kwijt - lijkt ze weinig te kunnen schelen.

Er lopen echter maar weinig mensen rond. ,,Het is echt een hele saaie dag“, zegt Angelo Passarella, verkoper bij een van de weinige mannenwinkels in Maasmechelen. Zijn '4 men by Leco' verkoopt spullen variërend van Senseo's tot dvd-spelers. ,,We zijn speciaal door de outlet aangetrokken, voor de mannen. We hebben banken gekregen en een grote televisie. Soms zitten mannen hier urenlang te kijken.“

Deze dinsdag niet, de winkel is leeg. En dat is geen uitzondering, vertellen winkeliers in zowel Maasmechelen als Roermond. De outlets moeten het vooral van de weekenden hebben, die op donderdagavond beginnen. Toch heeft het zin de outlet 363 dagen per jaar open te houden zoals Roermond doet, weet Huib Lubbers, retaildeskundige en directeur van het Retail Management Center. Dat bureau adviseert winkeliers over de beste verkoopstrategieën.

,,Consumenten zijn heel grillig. Uit verkoopcijfers blijkt misschien dat je het meeste verkoopt in de weekenden, maar dat is irrelevant. De retailwet is dat je ruim open moet zijn, je moet de consument niet beperken. Doe je dat wel dan ga je binnen de kortste keren over de kop. Mensen moeten geld uit kunnen geven op het moment dat ze daar zelf zin in hebben.“

De bezoekersaantallen groeien in ieder geval aardig. In 2004 bezochten 1,7 miljoen mensen Maasmechelen Village, vorig jaar waren dat er twee miljoen. Cijfers van verder terug zijn niet beschikbaar. In Roermond zit de groei er zelfs flink in: in 2002 winkelden nog 1,9 miljoen mensen er, vorig jaar waren dat er 2,5 miljoen. De Nederlandse outlet trekt zestig procent Duitsers en veertig procent Nederlanders, terwijl in Maasmechelen vijfendertig procent Nederlands is, vijfenvijftig procent Belg en slechts tien procent Duits.

Lubbers spreekt van 'het nieuwe shoppen', waarbij concurrenten naast elkaar worden gezet, omdat ze daar beter van worden. Hij ontwikkelt grote winkelcentra in Nederland. ,,In bijvoorbeeld de woonboulevards zijn keukens, badkamers en woonkamers te krijgen. De mode-outlets werken hetzelfde. Ja, er zitten verschillende kledingzaken die eigenlijk elkaars concurrent zijn. Maar per saldo is de winst die ze maken groter als je ze bij elkaar zet, dan het verlies dat ze lijden, omdat ze naast de concurrent zitten.“ De reden: een grote keus aan winkels trekt meer publiek.

Zelfs de gewone centra van steden met een outlet profiteren van de kortingdorpen, blijkt in Roermond. Een jaar na de komst van het merkendorp in 2001 was het aantal mensen dat de Roermondse binnenstad bezocht zelfs met elf procent gestegen, blijkt uit onderzoek in opdracht van de gemeente.

,,Mensen hebben lekker gewinkeld, een kop koffie gedronken en denken: 'wat ga ik nu doen?'. Ze besluiten richting het oude stadscentrum te gaan om daar verder te winkelen of cultuur op te snuiven. Terwijl Roermond nou niet een plek is waarvan mensen gewoonlijk denken dat het een goed idee is om daar een dag voor uit te trekken“, zegt wethouder Jan Pelle (economische zaken en toerisme) van Roosendaal. Omdat Roosendaal net zomin aantrekkelijk van zichzelf is als Roermond, ziet Pelle de bouw van het outletdorp in zijn gemeente als een 'enorme impuls voor de stad'.

Roosendaal heeft gevochten voor de bouw van de outlet. ,,Het is een keiharde strijd geweest. Met de outlets denken we in cirkels: dus een straal van kilometers, waarbinnen je verzorgingsgebied ligt. Er is nog plek voor één outlet in het zuiden. Onze cirkel richt zich op Zeeland, Den Haag, Rotterdam, de directe omgeving en Vlaanderen. Als je bedenkt dat Roermond jaarlijks zo'n twee miljoen bezoekers trekt, waarvan tien procent een vervolgbezoek aflegt aan de stad, dan begrijp je wel dat veel gemeenten die laatste outlet graag willen hebben. Tweehonderdduizend extra toeristen per jaar betekenen een enorme economische vooruitgang.“

Roermond gaat zelf van nog een hoger percentage uit. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat 40 procent van de outletbezoekers vervolgens ook naar het gewone stadscentrum gaat.

De juridische strijd die aan de bouw van Rosada - zoals de outlet in Roosendaal gaat heten - vooraf ging, is nog niet beslecht. Voor de eerste paal geheid werd, moest Roosendaal tot aan de Raad van State procederen. Over bossen, parkeren, toename van het verkeer, het milieu ,,en wat al niet meer. We dachten alles gehad te hebben en de bouw werd afgelopen voorjaar gestart. Ineens kwam als een konijn uit de hoge hoed de discussie over fijnstofdeeltjes, over de luchtkwaliteit. De Raad van State doet daar binnenkort uitspraak over.“

Ondertussen bouwt de initiatiefnemer, een Amerikaanse investeerder, gewoon verder. Op eigen risico. ,,Ik hoop dat het lukt, we willen het dorp echt heel graag hebben. Er wordt nu al zoveel werkgelegenheid mee gecreëerd: voor aannemers en bouwvakkers en architecten. Als de winkels open gaan, wordt dat alleen maar meer.“

Roermond is zelfs zo optimistisch dat de outlet er vorig jaar negenduizend vierkante meter winkelruimte bij bouwde, wat de totaaloppervlakte achtentwintigduizend vierkante meter maakt. ,,Het gaat om de merken“, weet Marc Bauwens, directeur van de Designer Outlet Roermond. ,,Wij hebben net Hugo Boss binnengehaald. Dat is een enorme trekker, omdat hij geen andere winkels heeft in de Benelux. Vooral onze Duitse bezoekers kicken daar op.“

Met andere merken liep het minder goed af. De komst van een Ralph Lauren in dezelfde outlet bracht een Roermondse winkelier in de problemen. Hij stopte met de Polo-collectie van Lauren omdat de verkoop ervan aanzienlijk daalde na de komst van de outlet van hetzelfde merk. Merken moeten daarom uitkijken met het innemen van winkelruimte in een dergelijk dorp, stelt retaildeskundige Lubbers.

,,Ze moeten hun vaste afnemers niet tegen de schenen schoppen. Het gevaar van goedkoop spullen aanbieden, is dat winkeliers die in de buurt van de outlet dezelfde collectie verkopen, in de problemen komen. Een merk kan afnemers verliezen. Daar moeten designers heel voorzichtig mee omgaan.“ Ook winkeliers in omliggende steden kunnen door de komst van een outlet een daling van hun verkoop verwachten, blijkt uit het onderzoek in opdracht van de gemeente Roermond.

Maar de meeste Roermondse winkeliers hebben vooral baat bij het merkendorp. De outlet ligt ongeveer naast het stadscentrum, wat het makkelijk bereikbaar maakt voor de bezoekers om ook daar een kijkje te nemen. Bij het dorp in aanbouw in Roosendaal is dat wel anders: Rosada ligt anderhalve kilometer van de stad. Wethouder Pelle: ,,We komen met gratis shuttlebusjes, zodat mensen makkelijk naar de binnenstad kunnen worden gebracht.“

mailIcon print |