*

 

Bespottelijke vertoningen

Rob Schouten − 11/10/06, 00:00

Het opmerkelijkst vond ik nog wel de Noordkoreaanse nieuwslezeres die het bericht voorlas als een schooljuf wier klas zojuist in de prijzen is gevallen. Knikkend en glimlachend alsof er achter in haar rug een sleutel was opgewonden zei ze: Vrede en veiligheid! Goed voor de wereld. Tenminste, dat neem ik maar aan van de ondertiteling want verstaan deed ik haar natuurlijk niet. Ze leek sprekend op de vrouw van Mao, vond ik, maar dat kan aan het onflatteuze baggerpakje hebben gelegen. Ze houden er erg van uniformen, net zoals Mao indertijd. Op het jeugdjournaal haastte onze eigen nieuwslezeres Milouska, aan wie ik bij deze vergelijkende warentest toch vrij snel de voorkeur gaf, zich de jeugd te vertellen dat niemand bang hoefde te zijn want dat er heus geen bommen aankwamen. Het was allemaal maar een beetje dreigen. Mijn eigen jeugd schoot me te binnen, gut ja, ik ben nog opgegroeid met angst voor de bom. In sommige landen, waar ze nog banger waren, zoals Amerika, bouwden mensen zelfs schuilkelders onder hun eigen huizen. Wij kregen instructies hoe ons te gedragen als het eenmaal zover was. Ik herinner me er helemaal niks meer van, was geloof ik ook niet werkelijk bang. In 1981, binnenkort vijfentwintig jaar geleden, op 21 november, vond een grote demonstratie tegen kernwapens in Nederland plaats. Ik was erbij, wat niet zo moeilijk was, want ik woonde in Amsterdam en ik moest die zaterdag voetballen op een veldje waar die demonstratie langsparadeerde. Ik heb van die dag een dagboek bijgehouden, mijn enige ooit, voorzover ik me herinner. Andere tijden. ’Ik heb goed geslapen, maar nu ben ik knap nerveus. Er is weliswaar nog niks gebeurd maar straks zal de grootste demonstratie in de geschiedenis van Nederland in deze stad plaatsvinden. Tegen kernwapens. Voor die demonstratie ben ik banger dan voor die kernwapens. Die kernoorlog komt er misschien niet maar de demonstratie komt er zeker. Om mijn onrust te stelpen lees ik het voetbalkrantje.’ En even verderop luister ik naar de radio. ’We vallen midden in een interview met een oudere demonstrant: „Van al die mutaties moeten we niks hebben. Ik heb de hongerwinter meegemaakt en... ik ben nu 56 en ik vind het wel welletjes”.’ Ook nu weer, met het verre Korea als een blazende kat, voel ik dat de angst voor al die uniformen en in de pas lopende poppetjes vele malen groter is dan die voor de bom zelf, of voor de reacties van Amerika. Wat een mal regime eigenlijk dat allemaal dezelfde figuurtjes wenst af te scheiden. En ik denk aan een gedicht van Mark Boog, dat ik net vanochtend op een poëziecursus heb besproken: ’Van wegwijzers de weifelende volgelingen / schuifelen wij dwaas / de desondanks vorderende dag door.’ Vanuit het heelal zijn wij allemaal identieke mieren, zonder veel individualiteit voortbewegend over een willekeurige bol in de ruimte. En dan maar eens ingezoomd op Bush die eindelijk zijn favoriete woord weer mag uitspreken: ’weapons of mass destruction’. Over naar Kim Jong Il: zwaaiend naar zijn menselijke machinerie. Bespottelijke vertoningen wereldwijd.

mailIcon print |