van ons land, in de herfst vanaf midden september overal te zien, wat aanleiding gaf tot de Duitse naam, die door gezaghebbende Nederlandse spinnenkenners letterlijk is vertaald. Het minder grote wielweb van de herfstspin is van dat van de kruisspinnen te onderscheiden door het open centrum, een brede vrije zone eromheen, het tamelijk geringe aantal spaken en de schuine stand. Het zit ook meestal laag tussen de vegetatie.
Het dikke vrouwtje zit bijna altijd in het centrum van haar web, in rust veelal met de voorste potenparen naar voren gestrekt, waardoor ze op een dood takje lijkt. Aan de buikzijde van het achterlijf zie je een donkere baan, geflankeerd door twee lichte lijnen. Er is een heel nauw verwante soort die al in mei en juni volwassen is, een iets donkerder kleur heeft en op de onderkant van het achterlijf twee lichtere vlekjes vertoont.
Vaak zitten verscheidene mannetjes dagen achtereen aan de rand van het web te wachten, totdat een vlieg in het net belandt. Ze snellen dan op de prooi af en de snelste wikkelt die in een zijden draad. Hij biedt hem aan het vrouwtje aan. Daarna begint de inleiding tot de paring, wat uren kan duren. De paring zelf duurt hooguit drie minuten. De mannetjes sterven kort nadat ze hun sperma hebben afgegeven. De vrouwtjes blijven nog weken lang in leven.
Op veel plaatsen zijn weer koperwieken gesignaleerd, Scandinavische lijsters, die hier komen overwinteren.
www.henkvanhalm.nl
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.