Na twaalf jaar als lid van de Tweede Kamer vindt Pieter Hofstra (VVD) het genoeg. Tijd voor doorstroming van jong grut, en bewaking voor automatisme voor hem zelf. De noorderling blijft nuchter over zijn verdiensten van de afgelopen jaren. „Ik zeg altijd: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.”
Als autoliefhebber en eigenaar van maar liefst een Lexus terreinwagen, een Mercedes cabrio én een Saab scheurde hij door de Tweede Kamer heen.
Twaalf jaar lang was Pieter Hofstra bekend op het gebied van onder andere openbaar vervoer. Maar vorig jaar november deelde hij de politiek mee dat hij ermee wilde stoppen. In een interview met een tijdschrift over bouw liet hij dat weten.
„RTV Noord-Holland hoorde het nieuws en belde me dat ze over een uurtje voor mijn huis stonden. Helaas voor hen zat ik in het buitenland bij een delegatie voor het WTO in New York. Vele nachten ben ik nog wakker gebeld.’’
Een van de redenen om zijn vertrek al zo vroeg te melden, was een gesprek met zijn vrouw. „Zij vond dat mijn uit de hand gelopen hobby – de politiek, red. – wel erg uit de hand was gelopen. Daarnaast heb ik liever dat ik een mooie tijd in de politiek achter de rug heb dan dat ze bij de partij zeggen: vuilnisman, mag deze zak ook mee?”
Humor heeft Hofstra zeker. Hij gebruikt het vaak ook in debatten of vergaderingen. „Sommige kamerleden hebben geen humor, nemen zichzelf veel te serieus. Met een goede grap kun je soms een uur debat samenvatten. Dan kun je er ook genuanceerd over zeggen wat je vindt. Want wat gaat het in de Tweede Kamer soms over onzinnige details.’’
En daar heeft de nuchtere man geen tijd voor. Er moet gewerkt worden – hoewel Hofstra nu minder uren per week maakt dan in zijn vorige baan. „Als ondernemer reisde ik zo’n 60.000 tot 70.000 km per jaar. Nu ben ik in het weekend en soms op maandag thuis. Mijn familie en vrienden hebben zeker geleden onder mijn kamerlidmaatschap. Mijn vrouw zit nu in Spanje, waar wij een huisje hebben. Ik heb een soort van lat-relatie met haar. Ik mis ook veel verjaardagen van mijn kinderen en kleinkinderen. Gelukkig begrijpen zij dat deze baan nou eenmaal veel van je vraagt.”
De in Groningen geboren politicus heeft een Friese grootvader en woont al 35 jaar in het noorden van Drenthe. Hij schaamt zich bepaald niet voor zijn afkomst. Trots vertelt hij dat zijn woongebied – het noorden des lands – 25 procent van de oppervlakte van Nederland beslaat, dat de noorderlingen 10 procent van de bevolking en 8 procent van de economie uitmaken.
Maar het noorden is voor Hofstra vooral een vluchtoord uit politiek Den Haag. „Ik ben altijd blij als ik voorbij Lelystad ben. Wat een drukte. Ik zit net in een verhuizing van Paterswolde naar Zuidlaren, een dorp verder. Mijn vrouw en ik hebben lang gedubd: Den Haag, Spanje of toch Drenthe?” Met een glimlach: „Het is Drenthe geworden. Ik blijf een historische en culturele binding met het noorden houden.’’
Vóór de tijd van Fortuyn mengde Hofstra zich al tussen bedrijven en burgers. Is die kloof tussen burgers en politici sindsdien nu echt zo hevig veranderd? „Weet je, ik zeg ook altijd tegen mijn fractieleden: wees duidelijk naar de bevolking toe, en het liefst via landelijke media. Wat je doet moet voor burgers duidelijk zijn; die kloof moet er niet zijn, in welk tijdperk ook. Politici moeten dus niet voor eigen parochie preken, maar naar buiten treden. Laatst bleek uit onderzoek dat ik de bekendste Noord-Nederlandse politicus was. Natuurlijk zal dit ook door mijn anciënniteit komen, maar hopelijk ook door mijn duidelijkheid naar het volk toe.”
Aansluitend vindt Hofstra dat er een ’nationale offerdag’ moet komen. „Een minister of staatssecretaris die een slecht jaar achter de rug heeft, of met wie veel is misgegaan, moet je kunnen wegsturen. We moeten dan kijken naar wat de burgers nodig achten en met die oplossing verdergaan – niet met de waan van de dag.’’ Waar sommigen politici soms weer te lang in blijven hangen. „De status van politici is daardoor ook gedaald, de bestuurlijke dichtheid is te groot. We moeten daarom beter plannen en gewoon de onderwerpen volgen die op de agenda staan. Geen gezeur, geen media opzoeken, maar werken.’’
Hofstra, een van de 10 procent oudste kamerleden, vertrekt per 30 november. Gaat hij stilzitten? „Nee, zeker niet”, lacht hij, „Stilzitten is niks voor mij. Ik heb mij kandidaat gesteld voor de Eerste Kamer. Maar eerst ga ik komend weekeinde met mijn vrouw in Spanje vieren dat ik 60 word. Daarnaast wil ik mijn vrienden en familie, die ik de afgelopen jaren heb moeten verwaarlozen, weer aandacht geven. Een weekje kamperen met de kinderen en kleinkinderen lijkt me leuk. In een tent? Nee, dat niet. In een huisje. Ik blijf een Bourgondiër.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.