Zo omzichtig als een olifant maar kan zijn, manoeuvreerde Richard Pound zich door de Chinese porseleinkast. Dat de voorzitter van het wereld-antidopingagentschap Wada in Peking scherven en gruis achterliet, was onvermijdelijk.
Pound opende zijn vierdaagse bezoek aan de Chinese hoofdstad maandag zo diplomatiek mogelijk. Een door de plaatselijke sportuniversiteit toegekend eredoctoraat dwong hem daar wel toe. Wat was hij blij geweest met het toewijzen van de Olympische Spelen van 2008 aan Peking. Als het aan Pound had gelegen, was dat al acht jaar eerder gebeurd.
Maar Pound was er niet in zijn hoedanigheid als IOC-lid, de inspectiereis betrof het voor China uiterst gevoelige onderwerp doping. En als leidend sportland, zo hield Pound zijn gastheren voor, heeft China een grote verantwoordelijkheid in de strijd tegen doping.
De eerste wespensteek is de vaststelling dat vanuit China prestatiebevorderende middelen worden geƫxporteerd. Pound liet het in zijn toespraak bij deze vaststelling, en drong aan op een nauwere samenwerking tussen sportautoriteiten en overheid om deze praktijken aan banden te leggen.
Tijdens een internationale persconferentie gisteren was zijn kritiek scherper. ,,China’s reputatie als een exporteur van doping is er niet een die de Chinese autoriteiten op prijs zullen stellen.’’
Hij stelde prijzend vast dat door de Chinezen structureel en organisatorisch een solide frame is opgebouwd voor dopingbestrijding. ,,Nu moeten ze zorgen dat het allemaal gaat werken.’’
Problemen daarbij zijn de grootte van het land en bureaucratie. Deze beletsels voor dopingcontroleurs om toegang te krijgen tot atleten, hebben de vorderingen in China’s dopingstrijd belemmerd.
Pound vroeg zich af of de Chinese autoriteiten zich wel realiseren hoe wijdverspreid het dopingprobleem in hun land is. ,,China is een groot en belangrijk land dat een probleem heeft dat het in het verleden misschien niet zo heeft onderkend als had gemoeten.’’ Dat was een indirecte verwijzing naar grote schandalen in de jaren negentig, waarbij tientallen zwemmers en atleten van topniveau waren betrokken. Pound verwees gisteren slechts naar de recente affaire rond een sportclub waar structureel dope werd verstrekt aan sporters vanaf 15 jaar.
Pound trok de vergelijking met het Amerikaanse Balco-schandaal, waarbij wereldsterren waren betrokken. In China ging het om provinciale atleten. In het westen wordt niet uitgesloten dat zij geofferd zijn om te tonen dat China dopingbestrijding serieus neemt
De Canadese Wada-directeur is van dat laatste niet overtuigd. Hij vindt dat de Chinezen veel te weinig dopingcontroles uitvoeren. Hij hield hen voor dat in het immense land minder controles zijn dat in het wat inwonertal betreft nietige AustraliĆ«. ,,Het aantal testen in China staat in geen enkele verhouding tot de omvang van de sportpopulatie.’’ Wel is het aantal controles in 2005 met meer dan 50 procent gestegen.
Pound verzuimde op te merken dat het dopinglaboratorium in Peking samen met dat van Tokio het minste aantal positieve gevallen (0.4 procent) telt. Ter vergelijking: in het laboratorium van Los Angeles wordt verreweg het grootste aantal controles in olympische sporten verwerkt, 21.000 in 2005. De pakkans is er 1.92 procent. Gemiddeld over alle door het IOC geaccrediteerde laboratoria is dat 2.12 procent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.