De sleutelzin in de korte troonrede die koningin Beatrix gisteren uitsprak, was misschien wel dat wij ’voor ons geluk en welzijn op elkaar zijn aangewezen’. Deze zin markeert pregnant de omslag van de verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij, die het tweede kabinet-Balkenende in gang heeft gezet. In ideologische en psychologische zin een enorme opgave, die het kabinet vrijwel permanent dwong tegen de stroom in te gaan. In dat perspectief was het niet zo gek dat de premier en de (bijna eeuwige) minister van financiĆ«n Zalm een streep plaatsten onder de politieke moed die zij de afgelopen jaren hebben getoond. We hebben veel gedaan, zei de minister; dat was niet even aangenaam, maar wel gedurfd en noodzakelijk.
Dat laatste wordt nu, binnen en buiten Den Haag, veel minder stellig tegengesproken dan drie jaar geleden. Daar speelt mee dat de economische conjunctuur gunstig is, wat het kabinet in zijn eigenzinnigheid achteraf gelijk lijkt te geven. Nu moeten we niet te moeilijk doen als politici de zonneschijn tot hun verdiensten rekenen, als zij ook de schuld krijgen van het slechte weer – maar een en ander hebben niet zoveel met elkaar te maken. De kernvraag is of we blij moeten zijn met de contouren van de participatiesamenleving die zich beginnen af te tekenen. Het antwoord kan bevestigend zijn, voor zover het nieuwe bestel een sterker beroep doet op onze verantwoordelijkheid en creativiteit, en uitnodigt meer naar elkaar dan naar de overheid te kijken. De scepsis begint daar waar het kabinet lijkt door te schieten. Dat doorschieten dreigt vooral in het propageren van een arbeidsethos, dat voor een goed leven nog maar weinig ruimte laat, vooral voor gezinnen met kinderen.
Tot op zekere hoogte is het vanwege de vergrijzing noodzakelijk dat we in de komende decennia meer en langer gaan werken, maar het hangt van politieke keuzen af hoe we dit gaan organiseren. De kwestie is echt niet alleen of de ouderen hun eigen AOW moeten meebetalen, wat ze trouwens nu al voor bijna dertig procent doen. In een volgende kabinetsperiode moet ook nagedacht worden over een geleide arbeidsmigratie en het voeren van een bevolkingspolitiek die het krijgen van kinderen financieel stimuleert. Het debat hierover wordt er niet makkelijker op, nu op ongeveer alle mogelijkheden een politiek taboe is gelegd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.