Kleding met een militair imago is in. Onlangs stal modeontwerper Francisco van Benthum de show tijdens de Amsterdam Fashion Week door zijn mannen de catwalk op te sturen in hagelwitte pakken gemodelleerd naar het marine-uniform. Compleet met pet. Ook uit het straatbeeld is de military look niet weg te denken. Camo is stoer, er zijn broeken, topjes, T-shirts en jacks. Het in gay kringen populaire Aussiebum – inderdaad, mode uit Australië – heeft zelfs onderbroeken met camouflageprint. Ook epauletten en opgestikte klepzakken zijn terug te voeren tot het militaire tenue.
Kenners leggen een verband tussen de populariteit van camo en de aandacht van bijvoorbeeld de media voor het militaire bedrijf, zeker nu Nederland zich op vredesmissie in de woestijnen van Irak en Afghanistan waagt. Het mariniersmuseum in Rotterdam is daar handig op in gesprongen met zijn jongste tentoonstelling ’Mariniersmode van 1665 tot 2012’. Sinds de oprichting van het Korps Mariniers in 1665 is het uniform van de scheepssoldaten regelmatig van kleur en snit veranderd. En in 2012 krijgt de Nederlandse marinier weer een nieuw tenue. Dat gebeurt zeker niet zonder beroering van de gemoederen. Een klein proefje van de gehechtheid van de militair aan zijn outfit hebben we een paar jaar geleden al gekregen. Commando’s morden luidkeels omdat defensie de militairen van de landmacht een groene baret wilde geven. ,,De groene baret is van óns!’’, stelden de commando’s. En niet voor die zandhazen.
Het uniform doet iets met de persoon die het draagt. Het maakt je deelgenoot van een groep mensen die zich in uniforme kleding van anderen onderscheidt, heet het nogal gezwollen op een van de displays. ,,Een uniform geeft ook een gevoel van status en aanzien. Gewone jongens komen in eigen kleding de kazernepoort binnen. Gekleed in uniform – zelfs met de baret onhandig op het hoofd – zien ze er opeens heel anders uit.”
Dat soort gewichtigheid wordt gelukkig gecompenseerd met een filmpje dat de mariniers behandelt als modellen op de catwalk. Na een fragment van een koudetraining in Noorwegen heet het: ,,Ga maar snel naar binnen, jongens – een kop warme chocomel hebben jullie wel verdiend.”
Om een goed beeld te krijgen van wat mariniers de afgelopen eeuwen hebben gedragen is het het beste om wat over de drie verdiepingen van het mariniersmuseum te zwerven. In elk geval was er de eerste honderd jaar van het Korps geen sprake van een uniform, hooguit van uniforme werkkleding van de zeesoldaat. Dat was dan een korte wollen buis met een kraag van wit linnen of een langere jas of rok (als in rokkostuum). Verder een pofbroek, lange wollen kousen, hoge laarzen of lage schoenen en een hoed of helm. In 1766 kwam er een kledingvoorschrift voor officieren, en aan het einde van de 18de eeuw voor onderofficieren of manschappen.
De rok werd een geheel gesloten jas met één rij knopen in de jaren zestig van de 19de eeuw. Daarbij droeg de marinier een kraag met gele lissen. De kleur voor koele streken was blauw en in de tropen droeg hij wit. De lange broek had een rode bies. Het hoofddeksel was een zogeheten shako, een cilindervormige hoed met leren klep.
Zet daar tegenover de marinier anno 1999, zoals hij deelnam aan de landing bij de Navo-oefening Battle Griffin in Noorwegen. Zijn uitrusting was zodanig dat hij zijn werk alleen of in klein verband kon doen. De kleding was een gevechtstenue en gevechtslaarzen, aangepast aan het weer. Daarnaast droeg hij een rugzak met voedsel en kleding, vecht- en overlevingsgereedschap.
Soms vragen de samenstellers van de tentoonstelling wel erg veel kennis van de bezoekers. Wie van buiten het militaire apparaat of de zeevaart is, weet bijvoorbeeld het verschil tussen een klaar anker en een onklaar anker? Of wat visgraat passanten zijn? Of chevrons? Of galons? Ze worden allemaal op een display onder het titeltje ’Franje of frutsels’ voorgeschoteld.
De PSU – ofwel de Persoonlijke Standaard Uitrusting – van de marinier ligt in een vitrine uitgestald. En in een kastje daarnaast wordt getoond hoe het allemaal dient te worden opgeborgen. Tot en met de legergroene handdoek toe. Een oud-marinier die een blik werpt in de kast heeft trouwens meteen commentaar. ,,Die jas moest je tegen de achterkant hangen, want je deelde de kast met z’n tweeën”, vertelt hij zijn vrouw.
De expositie laat ook zien hoe de afgelopen jaren de kleding is gemoderniseerd en hoe het er misschien in 2012 wel gaat uitzien. Er is een prototype van de gevechtskleding van Amerikaanse mariniers, zoals die dit jaar is ingevoerd. Met veel klittenband, een ruime snit voor bewegingsvrijheid en stof die wasbaar is in plaats van stoombaar. Een prototype voor een nieuwe gevechtstop van Nienke de Wilde oogt heel hip.
Binnen het kader van het Soldier Modernisation Program wordt er gekeken of en hoe de kleding wordt gewijzigd. Zal het Woodland-patroon van de Amerikanen nu worden overgenomen? Gaat het naar dezelfde camo als van de land- en de luchtmacht? Of komt er een nieuw patroon voor het Korps? Het gaat om het al dan niet behouden van de eigen identiteit, melden de samenstellers. Om er meteen een niet overdreven conclusie aan te verbinden: het is een gevoelig onderwerp.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.