*

 

Steeds meer opa’s en oma’s laten zich betalen voor het oppassen bij hun kleinkinderen.

door Somajeh Ghaeminia − 05/09/06, 00:00

Wie weet komt een nieuw kabinet met gratis kinderopvang, maar voorlopig kost het nog handenvol geld. Veel ouders vragen hun ouders om hulp om de kosten te drukken. Dat oppasopa’s en -oma’s geld van de overheid kunnen krijgen voor hun wekelijkse diensten, is vaak onbekend. Steeds meer bedrijven spelen in op deze oppassubsidie.

Anne Rose (13 maanden) zit bij haar opa op schoot. Ze brabbelt vrolijk mee met haar grootvader, Piet van den Hooven (59). Die vertelt hoe hij samen met zijn vrouw Hermien (57) bijna een jaar geleden begon met betaald oppassen op kleindochters Anne Rose en Vera (7 maanden). „Mijn dochter was nog zwanger toen er een foldertje bij haar in de brievenbus viel.” Dat foldertje was van een jong oppasbedrijf dat aanbood om betaalde opvang door opa en oma te regelen met een oppas-subsidie. Oma van den Hooven werkt drie ochtenden in de week en haar man is al een tijd gestopt met werken. Nu past het echtpaar via het oppasbedrijf vier dagen in de week op en ontvangt daarvoor bruto tussen de vijfhonderd en zeshonderd euro per kind per maand. „Een ideaal systeem”, zegt opa Van den Hooven enthousiast. „Ten eerste is het leuk om op te passen. Ik krijg veel meer van mijn kleinkinderen mee dan van mijn eigen kinderen op die leeftijd. Ten tweede draagt het financieel ook bij zonder dat het onze kinderen wat kost.”

Sinds de invoering van de nieuwe Wet Kinderopvang, begin vorig jaar, bieden steeds meer kinderopvang- en gastouderbedrijven de mogelijkheid om opa’s en oma’s of vrienden in te laten schrijven als gastouder. Er zijn zelfs bedrijven die zich alleen op deze ’informele gastouderopvang’ richten. Inschrijving als gastouder is de belangrijkste voorwaarde om subsidie te kunnen ontvangen. Die kan oplopen van ruim honderd tot enkele duizenden euro’s per jaar. Na inschrijving bekijkt een medewerker bij opa en oma of het huis geschikt is voor opvang. „Of er bijvoorbeeld een traphekje is geplaatst, de vijver is afgesloten en of de kinderen niet te lang met een snotneus rond hoeven te lopen”, legt Gerine Vianen van de Kindercompany uit. Haar bedrijf richt zich speciaal op opvang die door de ouders zelf is gezocht. Twee op de tien gezinnen in Nederland regelen hun oppas op deze manier, blijkt uit recente cijfers van het CBS. Slechts vijf procent maakt voornamelijk gebruik van betaalde informele opvang.

Naast de risico-inventarisatie moeten opa en oma een Verklaring Omtrent het Gedrag via hun gemeente aanvragen. Het gastouderbedrijf helpt ouders en opa en oma vervolgens met registratie, subsidieaanvraag en betaling. De ouders ontvangen de subsidie, deels door de overheid en deels door de werkgever betaald, via de belastingdienst. De vergoeding betalen zij vervolgens aan hun oppas. Het oppasbedrijf ontvangt per kind bemiddelingskosten van ruim een euro per uur. Maar ook dat wordt indirect weer vergoed.

Het lijkt een hoop gedoe, maar volgens Piet van den Hooven valt het allemaal wel mee. „De medewerker van het oppasbureau helpt je met de aanvraag. Als je eenmaal daar doorheen bent, is het helemaal niet ingewikkeld. Elk jaar komen ze opnieuw kijken of we aan de eisen voldoen. Als de kinderen ouder worden en kunnen lopen, moet je ook op meer zaken letten natuurlijk. Vooral buiten in de tuin.”

Hoewel veel gezinnen waar opa en oma oppassen niet bekend zijn met de subsidie, groeit het aantal gastouderbedrijven gestaag. Een van de nieuwe bedrijven voor oppassubsidie is ViaViela, dat zich alleen maar richt op oppas door familie en vrienden. Begin 2005 begon het bedrijf met slechts één vestiging. Aan het eind van dit jaar heeft het zestig vestigingen, waar ruim tachtig mensen zich bezighouden met de oppassubsidie. „Tussen de zeshonderd en achthonderd gezinnen zijn bij ons ingeschreven”, vertelt Marlouke Bastianen van ViaViela. „Het grootste gedeelte daarvan is opa of oma. Veel grootouders die oppassen, weten niet dat ze daarvoor een beloning kunnen ontvangen. Maar ons bestand neemt toe, voornamelijk door mond-tot-mondreclame.” Hoeveel de gastouders verdienen, hangt af van hun inkomen, het aantal kinderen waar ze op passen en het aantal uren dat ze daarvoor in touw zijn.

Ook bestaande kinderopvangcentra breiden hun diensten uit met gastouderregistratie. Kiss4kids, een serviceorganisatie voor de kinderopvang, krijgt zo’n twee nieuwe aanmeldingen van gastouderbedrijven per week. Toch zullen in de toekomst niet veel vrienden en familieleden betaald gaan oppassen, denkt Pim Peters. Hij is bestuurslid van Branchevereniging ondernemers in kinderopvang en algemeen directeur van de grootste kinderopvangorganisatie in Nederland, Catalpa. „Het is een creatief bedacht bijverschijnsel van de Wet Kinderopvang. Maar wij denken dat informele opvang juist minder zal worden. Door de huidige economische situatie en de vergrijzing moeten mensen langer werken. Daardoor neemt de vraag naar professionele kinderopvang juist toe.”

De voordelige opvang door grootouders zal de dure crèche dus niet verslaan, denkt Pim Peters. Toch blijkt uit cijfers van CBS dat er in 2005 meer mensen gebruik maakten van (onbetaalde) opvang door familie of vrienden (21 procent) dan van de formele opvang (14 procent). Die 21 procent komt dus in aanmerking voor een subsidie, bevestigt Bastianen van ViaViela. „Die markt is toch heel groot. Daarom hebben we het ook zo druk.” Maar Peters verwacht dat dit grote aandeel door de toenemende arbeidsparticipatie zal zakken.

Ook minister Aart Jan de Geus (sociale zaken en werkgelegenheid) zei vorig jaar ’niet te verwachten dat er op grote schaal gebruik gemaakt wordt van familieleden als formele gastouders’. Peters: „De meeste opa’s en oma’s gaan niet oppassen vanwege een paar duizend euro per jaar.”

Voor echtpaar Van den Hooven maakt het niet uit. Zolang ze kunnen, blijven ze betaald oppassen. „We zien tot op heden geen nadelen van deze regeling”, zegt oma Van den Hooven. Opa: „Je zet je wel ergens aan vast. Je kunt niet zeggen: weg gaan eventjes een paar dagen weg. Je hebt een contract getekend.” Oma: „We hebben wel gezegd dat een derde oppaskind voorlopig te veel is.” Opa: „Op twee passen is al anders dan op een”. Oma: „We voelen ons niet extra verantwoordelijk omdat we er geld voor krijgen. Je bent toch voorzichtiger, het zijn niet je eigen kinderen.” Opa: „Voor iemand met een beperkt inkomen is dit een leuke aanvulling. Maar zonder vergoeding hadden wij het ook gedaan, hoor.”

mailIcon print |