*

 

Kennelijk mag je niet rechtstreeks van Ajax’ reservebank naar Feyenoords eerste.

Rob Schouten − 05/09/06, 00:00

Ik dacht al die lange jaren dat ik een echte Feyenoorder was. Al woonde ik maar twee jaar in Rotterdam en woon ik inmiddels al meer dan dertig jaar in Amsterdam, de overstap naar Ajax heb ik nooit gemaakt. Integendeel, ik ergerde me altijd groen en geel aan het godenzonen-gedoe van de hoofstedelijken, al die neuzen in de lucht, de vermeende brille.

Geef mij maar de noeste arbeiders van Feyenoord, het gevoel dat er iets van bootwerkers door hun voetbalbloed stroomt: Rinus Israel, Theo Laseroms, Willem van Hanegem. Omdat ik als voetballiefhebber nu eenmaal in Amsterdam woon ging ik wel eens in de Arena kijken maar nooit om Ajax aan te vuren. Integendeel, ik hoopte stilletjes dat ze zouden verliezen van onbeduidende dreumesen en dat al die arrogante coaches en spelers niet wisten hoe snel ze in de catacomben moesten verdwijnen.

Maar ik heb me kennelijk vergist, mijn Feyenoorderschap stelt zo te zien niks voor, ik ben maar een meeloper die helemaal niet weet wat echt Feyenoord-bloed is en vooral ook niet wat echte Ajax-haat is, en ik geef toe, een enkele keer gunde ik Ajax ook wel wat, in de Champions League bijvoorbeeld als het tegen buitenlanden ging. De echte Feyenoordfan versaagt ook dan niet, denk ik nu, hij blijft tegen!

Mijn slapte kwam aan het licht tijdens de affaire Charisteas, inmiddels van ajacied Feyenoorder geworden. Feyenoords hardliners kunnen daar slecht tegen, hun club die een op een zijspoor geraakte Ajax-spits koopt, een afleggertje van de grote, boze wolf. Ik zag ze woest en verbijsterd in de diverse journaals tieren, alsof hun geen grotere vernedering kon worden aangedaan.

Ach, er zijn wel meer voetballers van Ajax tenslotte bij Feyenoord terechtgekomen, en niet de minsten: Johan Cruijff, Henk Groot, maar kennelijk mag je niet rechtstreeks van Ajax’ reservebank naar Feyenoords eerste. Dat krenkt het Feyenoord-hart. Terwijl ik zou zeggen dat Charisteas’ mislukking bij Ajax juist een goed teken is, dat hij niet thuishoort bij die windbuilen. Kom maar bij ons! Je kunt ook zeggen dat je de maker van het belangrijkste Griekse doelpunt ooit hebt binnengehaald.

Maar zo gemakkelijk gaat dat kennelijk niet. Mij deed de scene denken aan de befaamde sketch van Ton van Duynhoven, die als Feyenoord-suppoost Van Crooswijk de naam van Ajax niet uit zijn strot kon krijgen en een kotsbakje nodig had. Zo kinderachtig moet je zijn, anders is het niet echt.

mailIcon print |