*

 

De mooiste tuin van Nederland ligt achter heel veel verschillende huizen. Geitenwei wordt Hof van Eden

door Nicolien van Doorn − 01/07/06, 00:00

De mooiste tuin van Nederland? Die bestaat niet, laten verschillende deelnemers aan de Trouw tuinenwedstrijd ons ietwat bestraffend weten. Nee, natuurlijk bestaat die niet, dat weten wij ook wel. Maar we hebben 22 prijzen te verdelen en daar hebben we tuinen, dakterrassen en balkons bij gezocht die wij mooi vonden.

Dat viel niet mee, want het aantal reacties op de tuinenwedstrijd was overweldigend. Bijna 150 Trouw-lezers hebben een foto en een beschrijving van hun tuin opgestuurd. De ene foto was wat duidelijker dan de andere, de ene beschrijving was wat langer dan de andere. Maar over een ding waren alle 150 inzenders het roerend eens: onze tuin is een paradijs, een oase, een Hof van Eden. In dat stukje groen voor of achter het huis, waar vlinders fladderen en vogels kwinkeleren, komen we bij van de vermoeienissen van alledag. „In mijn tuin kan ik mijn zorgen even op een zijspoor zetten”, schrijft Garda Vroom-Ruijg uit Ommen.

Maar de tuin is meer dan een rustpunt. Sommige mensen schrijven dat ze van hun tuin houden omdat hij steeds weer verandert. Zielstevreden kijken ze naar het groeien en bloeien om zich heen en genieten van de wonderlijke groeikracht van bomen en planten. „Juist door al die cadeautjes en verrassingen vind ik mijn tuin de mooiste die er is”, schrijft Dina Gijzel uit Beilen.

Een bijkomend voordeel van al dat groen is dat erin gewerkt moet worden. Hoe ruig en onontgonnen de tuin oorspronkelijk ook was, geen enkele tuinier klaagt over de spierpijn die het ruimen van stenen, het omhakken van bomen, het spitten en wieden hem heeft opgeleverd. Allemaal hebben ze het over het uiteindelijke resultaat. Vol trots vertellen ze hoe een tegelvlakte, een verwaarloosd erf, een schapenweitje of een modderveld na lang en hard zwoegen veranderde in een paradijs op aarde. Toen Annemarie en Hans Aartsen uit Garyp een oude boerderij met een erf vol rotzooi kochten, hadden veel mensen uit hun omgeving zo hun bedenkingen. Maar nu, na drieënhalf jaar keihard werken, genieten ze van een schitterende tuin met uitzicht op ooievaars, een ree met haar jong en de boomgaard. Veel planten hebben ze cadeau gekregen. „Bij elke plant hoort een verjaardag, een feestje, een buurvrouw, een tante, een ruil voor een kitten”, schrijft Annemarie. Niet alleen voor haar, ook voor anderen is een tuin een verzamelplaats van herinneringen. Pabe Wiersma uit Drachten heeft in zijn voortuin een Japanse kers en een forsythia, afkomstig uit de tuin van zijn overleden ouders. Telkens wanneer hij naar de boompjes kijkt denkt hij aan ze.

In de tuin van Mieke Bosman uit Middenmeer staat een tachtig jaar oude schoenlappersplant, die zijn jeugd heeft doorgebracht in de tuin van haar grootouders. Haar moeder nam hem van daar uit mee naar Velsen-Noord, Witteveen en Hoogeveen, en ook bij Mieke in Middenmeer doet-ie het geweldig.

Behalve van de planten genieten we ook van de dieren die onze tuinen bevolken. In Landgraaf ligt een tuin waar niet alleen de familie Wassen, maar ook het hele vogelbestand van Zuid-Limburg plezier aan beleeft. En in haar tuin in Geesteren ziet Riekje Bisperink behalve vogels en insecten ook kikkers, vleermuizen en echte muizen waar de ransuil zijn honger mee stilt. Heel bijzonder moet ook de tuin van Janny en Barend van de Weerdhof uit Groenekan zijn, waar egels en ringslangen in rondscharrelen.

Sommige verhalen roepen ontroering op. Zoals dat van Ziska Haarms, geboren en getogen in Amsterdam. In de zandbak legde ze tuintjes aan met steentjes, takjes en grassprietjes. „Zo groeide ik op met een groot verlangen naar een echte tuin.” Haar hele leven heeft ze tweehoogachter gewoond, maar toen zij en haar man vijf jaar geleden met vervroegd pensioen gingen, kochten ze op de Veluwe een caravan met een flinke bostuin waarin zij zich nu helemaal uitleeft. Indrukwekkend is ook het verhaal van G. van der Weide uit Hoogezand. Omdat hij blind is heeft hij een ’blindvriendelijke’ tuin ontworpen met rechte paden. In een verhoogd middenperk met opstaande randen staan op gevoel herkenbare planten met geurende bloemen of eetbare vruchten.

Het is opmerkelijk hoeveel bloed, zweet en tranen sommige mensen overhebben voor het paradijsje achter hun huis. Denk eens aan al het werk dat Els van Gaasbeek uit Windesheim heeft gehad bij het omtoveren van een geitenwei in een ’Hof van Eden’. „Mijn vrienden denken dat ik dagelijks met mijn strooien hoed en oogstmand rozen en bessen pluk, en dat mijn man en ik veel onder de dikke kersenboom zitten met een goed boek.. Ik laat ze dat graag geloven!”, schrijft ze.

In onze tuinen wordt ook heel wat afgeknutseld. Voor veel mensen is de tuin bij uitstek de plek waar zij hun fantasie en creativiteit uitleven. Een achtertuin in een Woerdense nieuwbouwwijk kan, zo weet Trudelies de Graaf uit eigen ervaring, veranderen in een Portugese patiotuin. Marjo Raadgever liet zich bij het bouwen van een mozaïekbank inspireren door Gaudí en in Drunen hebben Peter en Marjan van Bracht een Arabische watertuin gecreëerd. En wie een kleine achtertuin heeft met inkijk van de achterburen, moet maar eens een kijkje gaan nemen in Roermond. Daar heeft Theo Verschoor dat probleem opgelost door van zuilen, bogen en glas-in-lood een schitterend ’ijzeren gordijn’ te bouwen. Denk nu niet dat tuiniers zo hard werken dat er geen tijd meer overblijft voor de luchtige kant van het leven. Ingeborg Lesener uit Amsterdam stuurde een foto van een tuin in de regen, voorzien van het bijschrift: „Zulke foto’s zie je nooit in tuinboeken en bladen.” Beginnersproblemen zijn eveneens een bron van hilariteit. Toen Willem de Graaff in het bezit kwam van een Haagse stadstuin, had hij visioenen van probleemloos tuinieren. „Maar doordat ik de grond de eerste jaren verwende met compost, zat ik ineens in een soort Doornroosje-scenario. De twee ramblerrozen die ik in gedachten zo romantisch langs de schutting had willen leiden, veroverden moeiteloos de magnolia, de sering maar ook de bomen en het schuurtje van de buren.”

Tia Albers uit Silvolde had soortgelijke problemen. Ze wist precies hoe haar ideale tuin er uit zou zien: rustgevend wit, met hier en daar een toefje blauw. Maar toen ze jaren later een tuin had, kwamen buren, familie en kennissen met stekjes en zaden aanzetten. Nu heeft ze een veelkleurige, om niet te zeggen ’bonte’ tuin.

Sommige Trouw-lezers gaan trouwens wel heel ver in hun wens een grasmaaier te winnen. „Sinds gisteren is het officieel”, schrijft Marike Oostwouder uit Amersfoort. „Ik ben een tuingek. Met de heggenschaar heb ik het gras geknipt. Dit bij gebrek aan een goede maaier.” Wie ook wel een grasmaaier had kunnen gebruiken, is Ineke de Putter uit Koog aan de Zaan. Zij en drie van haar buren hebben van hun vier afzonderlijke tuinen één grote tuin gemaakt. Op het grasveld geven ze feesten met z’n allen. ”, schrijft ze. De grasmaaier gaat naar Den Ham, in Twente. Daar ligt een schitterende tuin. Maar of het de mooiste tuin van Nederland is? Waarschijnlijk niet. Want de mooiste tuin van Nederland, dat is je eigen tuin.

Geitenwei wordt Hof van Eden

mailIcon print |