witjes: groot en klein koolwitje en klein geaderd witje. De laatste is gemakkelijk herkenbaar aan de door een donkere bestuiving geaccentueerde adering op de onderkant van de achtervleugels. Het kleine koolwitje of knollenwitje is even groot, maar de onderkant van de achtervleugels is geel zonder accent op de aderen.
Het grote koolwitje is een stuk groter dan deze twee en alleen daaraan al te onderscheiden, behalve wanneer hij voorbijvliegt.
Het knollenwitje op de foto zuigt nectar uit het hoofdje van een duinpaardebloem. Deze soort is met het kleine geaderde witje misschien wel de talrijkste vlinder van ons land. Hij vliegt in drie generaties per jaar en als het een mooie herfst is wel in vier generaties. De vlekkentekening op de bovenkant van de vleugels is bij de laatste generatie lichtgrijs.
Koolwitjes zijn berucht om hun vraat aan koolsoorten in de moestuin. Ook het knollenwitje doet eraan mee.
De rups is goed te onderscheiden van die van het groot koolwitje, die in groepen bijeen leven. Hij is alleen, groen van kleur met een vachtje van fijne korte haartjes en zwart gespikkeld met een smalle gele rugstreep en een rij gele vlekjes op de flanken. Behalve kool eet de rups ook andere kruisbloemigen, Oost- Indische kers en reseda – wat het groot koolwitje ook doet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.