Komkommertijd, ook in de wereld van de klassieke muziek, doet deze rubriek in de dunnere zomerkrant even verdwijnen. Orkesten zijn op vakantie, operahuizen sluimeren, beleidslui bedenken even geen beleid. Toch niets om over te schrijven, is de gedachte. De wens is hierbij de vader van die gedachte, want je wilt het inventiviteitskwabje van je hersenen ook wel eens even in de ruststand zetten. Maar nieuws laat zich niet in seizoenen dwingen en dus tierde er deze zomer een komkommer welig op los: de kwestie-Koopman!
Nadat Ton Koopman in een dankrede tijdens de uitreiking aan hem van de Leipziger Bach-Medaille, de nationale overheden al had gekapitteld om hun financiĆ«le desinteresse voor zijn orkest en de oude muziek in het algemeen, gooide hij later in de Volkskrant olie op het vuur. Hij dreigde dat als de situatie niet zou verbeteren, hij met zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir naar Bordeaux zou verkassen, waar de lokale overheden kennelijk wel geïnteresseerd zijn in een Bordeaux Baroque Orchestra. De Fransen en hun nationaliteitsgevoel kennende, zal dat dan wel omgedoopt worden in Orchestre Baroque de Bordeaux.
De kwestie Koopman bleek al snel een pars pro toto te zijn, want het gaat met de oude muziek als geheel belabberd in Nederland, zo luidden de verschillende verhalen en commentaren in de media. Het toeval wilde dat ik al een interviewafspraak met Ton Koopman had lopen toen het Bordeaux-dreigement ineens de pers haalde. De aanleiding voor het interview was de afsluiting van Koopmans Bach-cantate-project en het begin van een nieuw concert- en cd-avontuur: het complete werk van Bachs voorganger Dietrich Buxtehude. In de drukke agenda van Koopman werd een plekje gevonden, maar het management liet er meteen bij weten dat de Franse stad aan de westkust niet in de vragen mocht figureren. Dat was – juist in de komkommertijd – natuurlijk geen optie voor de krant. Met zo’n op springen staande bom op de achtergrond en dan alleen maar over Bach en Buxtehude praten? Nee.
Maar het laatste deel (volume 22) van Koopmans Bach-cantate-project ligt dus in de winkel. Bij het begin in 1994 verkocht Koopman ook al zijn ziel en zaligheid aan Fransen en wel aan Erato Disques. Dat liep slecht af omdat Erato vanwege de malaise het project ver voor de voltooiing stopzette. Ton Koopman zag zich genoodzaakt de resterende delen in eigen beheer uit te geven op het label Antoine Marchand – da’s een naam waar je in Bordeaux mee aan kunt komen. In twaalf jaar tijd zesenzestig cd’s. Een hele prestatie, ook al werden Koopmans interpretaties en solistenkeuzes lang niet altijd en overal geprezen. Op het laatste deel is de keuze voor sopraansoliste Johannette Zomer wel heel gelukkig. Zij zong op deel 1 nog in het koor. Een mooie ontwikkeling.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.