*

 

Hij is onze beste tegenspeler Het is een zegen dat God als persoon verdwenen is.

Peter Henk Steenhuis − 11/10/06, 00:00

God is dood. Allang. Zeggen ze. Neemt niet weg dat we blijven geloven. Want we kunnen niet anders. Daarom hebben we God herdoopt tot Mysterie. Tot Geheim. Tot Iets. Alleen de persoonlijke God, die lijkt dood te blijven. Aflevering 25: Matthias Smalbrugge. „Zonder persoonlijke God verliest het geloof zijn hardheid.”

Het is een zegen dat God als persoon verdwenen is.

’Een nonsens stelling. Als je afscheid neemt van de persoonlijke God ontneem je het geloof zijn hardheid. Dan wordt God een containerbegrip, waar we al onze wensen en verlangens in kunnen dumpen.’’

Wat is daar tegen?

„Het containerbegrip ‘God’ is de grote witwasser van onze verschillen. Die witwasser is aantrekkelijk, we kunnen nu volmondig beamen dat we allemaal in één God geloven, want die God is gevuld met onze eigen heerlijke idealen: God is rechtvaardigheid, God is Liefde, God is barmhartigheid.

Zo wordt geloven een narcistische activiteit, en God een abstracte, roze teddybeer.’’

Geloven in een teddybeer is narcistisch en geloven in een persoonlijke God niet?

„Het is ondoenlijk een narcistische houding in te nemen tegenover de God uit de Bijbel. Hij is niet geïnteresseerd in onze moraal, niet geïnteresseerd in onze eerlijkheid. Hij kiest, en wij zouden zeggen: ‘Hij kiest altijd de verkeerde vrienden’. Onze idealen vinden we niet in Hem terug. Integendeel. De afstand tussen ons en de God uit de Bijbel is groot.

Dat merk je ook tijdens het gebed, waarbij je je soms eerder ontheemd voelt dan dat je Gods nabijheid ervaart. Zodra je van God een verlengstuk maakt van onze idealen raak je die ontheemdheid onmiddellijk kwijt.’’

Is ontheemdheid zoveel beter dan geborgenheid?

„God is er niet voor onze geborgenheid.’’

Waarvoor is Hij er wel?

„’Persoon’ betekent in het Grieks en Latijn niet veel meer dan een rol, een toneelrol. God is onze beste tegenspeler in het spel van ons leven, in een spel dat soms weinig lieflijke kanten kent – ja, de lieflijkheid van de poëzie, de lieflijkheid van de grote literatuur, maar niet de lieflijkheid van onze romantische idealen.

Hij is er voor diepe overgave aan dat spel, dus ook aan Hem als tegenspeler; niet voor romantische liefde.”

God is liefde, dat is toch een vrij algemene stelling.

„Staat netjes in de Bijbel: 1 Johannes 4, 16.’’

Toch is Hij geen liefde?

„Wij denken altijd dat die liefde samenvalt met een algemeen soort liefde. Dat willen we, maar het is niet zo. God is niet voor iedereen even lief. In de Bijbel kiest God vaak op een heel vervelende manier. Dat begint al bij Kaïn en Abel. Twee offers, maar God ziet het ene wel, het andere niet. En waarom niet? Als je Jacob en Ezau vergelijkt, kun je met recht zeggen dat Ezau een rechtschapener man is. Als je Saul met David vergelijkt, zou Saul helemaal niet door David van de troon moeten worden gestoten. Rachel en Lea – ga maar door. God kiest niet op grond van wat wij denken dat liefde is. Liefde is bij hem een volstrekt curieuze, niet navolgbare keuze.’’

Wat moeten wij dan met die liefde?

„Je kunt beter vragen: wat moeten wij dan met die God?’’

Goed, dan vraag ik dat.

„We hebben een tegenspeler nodig om ons leven diepte en zin te geven. Op het moment dat je het spel met God speelt, een Divina Comedia, merk je dat je vorm geeft aan de sterkste levenskrachten: liefde, haat, jaloezie, schuld en schaamte – dat begint al in Genesis.

In dat spel raak je de kern van ons bestaan, raak je zelfs aan een kracht als de dood, sterker nog, raak je zelfs aan de vraag of de kracht van die tegenspeler groot genoeg is om de dood een loer te kunnen draaien.

Nergens kom je de levenskrachten beter op het spoor dan bij deze tegenspeler. De Bijbel is een betere versie van Homerus; Jezus is een sterker personage dan Odysseus.’’

Moet God een persoon zijn om als tegenspeler te kunnen functioneren?

„Ja. Dat God een persoon is, ligt vast in de zogenaamde triniteitsleer. Op het moment dat we God een persoon hebben genoemd, kreeg hij een rol toebedeeld in ons toneelstuk.’’

De triniteitsleer is een duivels lastig begrip.

„Het betekent dat God één wezen is, dat we tegenkomen in drie verschillende rollen, personae. In dat persoonsbegrip zit de geboorte van de theologie, ja, zelfs van de taal. Want vanaf dat moment moet je denken in plaats van projecteren, spreken in plaats van dromen.’’

Wat heeft de taal met dit toneelstuk te maken? Gaat God uiteindelijk niet onze woorden te boven?

„Dat is een platitude waar je niets aan hebt. Het wordt pas spannend als je God probeert vorm te geven in taal, en zegt: ‘God is een persoon’.’’

Spannend misschien wel, maar is het ook een juiste beschrijving?

„Van die vraag moeten we af. Sinds de filosoof Immanuel Kant weten we dat we uitspraken over God niet als gewone waarheden kunnen controleren of falsifiëren. Het gaat om een spel met een tragische, komische en diep serieuze kant. De eerste regel van het spel: God is een persoon met drie kanten: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Die drie namen geven aan dat Hij drie verschillende rollen speelt. Als God die spreekt over het voeren naar een bestemming – de Vader. Als God die me intens bevraagt en me vervreemdt van al mijn opvattingen – de Zoon. Als God die me bij tijd en wijle enthousiasmeert en me boven mijzelf uittilt – de Geest.”

Die rollen vullen elkaar aan.

„Was dat maar waar. Die rollen staan haaks op elkaar, er zit geen enkel logisch verband tussen. Nu eens heb ik het gevoel tegenover een speler te staan die me mijn bestemming laat zien, maar zodra ik iets van die bestemming denk te weten, word ik uitgekleed waar ik bij sta.’’

Dat is de lol van het spel?

„Ja. Maar er komt nog wat bij. Als we deze namen opgeven, geven we ons over aan een eindeloos moralisme. Wij willen namelijk altijd dat God rechtvaardig is, aardig en eerlijk. Zoals gezegd: dat is Hij niet.”

Ik kan me tóch nog steeds wel voorstellen dat we die God omtornen tot een roze teddybeer.

„Nee. De persoonlijke God doet ons begrijpen dat liefde en rechtvaardigheid niet zo veel met elkaar te maken hebben.’’

Dat is toch niet te harden?

„Geloof is ook geen brave burgermansovertuiging. Geloof is op het scherp van de snede je verstand, hart en ziel inzetten. Je moet je verstand durven gebruiken. Is deze God oneerlijk? Ja, hij is oneerlijk. En vervolgens veel meer dan dat. Dat moeten we durven zeggen. Als we dat niet doen, kunnen we het toneelstuk niet meer opvoeren, en kunnen we niet meer zeggen dat het christendom de kern van onze cultuur vormt.”

mailIcon print |