Nelly Miricioiù is weer terug – en hoe. Vorig voorjaar ging het in Amsterdam tussen haar en ’Norma’ fout. Afgelopen weekeinde maakte ze in het Concertgebouw een glorieuze come-back. Een gesprek, over opkrabbelen en terugvechten. „De menopauze hoeft niet het einde van je carrière te betekenen”.
Een volbloed raspaard dat voor de eerste keer in haar glanzende carrière weigert een hindernis over te gaan. Misschien een wat oneerbiedige vergelijking. Toch voelde het zo toen de Roemeense ras-belcantosopraan Nelly Miricioiù in maart 2005 de ’Norma’-horde bij De Nederlandse Opera niet kon nemen. Juist in de stad die haar zoveel roem en erkenning bracht en juist op het moment dat De Nederlandse Opera eindelijk een productie speciaal rondom haar had opgezet, wilde de ultieme sprong niet lukken. De stem weigerde.
In de paardensport is het een goed gebruik om een onwillig paard meteen opnieuw over de onneembare horde te sturen. Bij Miricioiù was dat amper mogelijk. Zij zong in die onfortuinlijke tijd nog wel een complete ’Norma’ uit, maar dat telde niet. De ultieme sprong, degene die er echt toe deed, zou haar eerstvolgende optreden in Amsterdam worden. Met de titelrol in Francesco Cilea’s ’Adriana Lecouvreur’ wilde ze revanche nemen, dat stond voor Miricioiù vast. Dat eerste optreden, die eerste grote horde doemde afgelopen zaterdag op in de Matinee-serie waar ’haar’ publiek haar al tweeëntwintig jaar adoreert en waar ze al zoveel triomfen vierde. Miricioiù nam de horde glorieus.
„Toen de deuren bovenaan de Concertgebouwtrap openzwaaiden”, vertelt Miricioiù een dag na haar overwinning, „voelde ik de sympathieke warmte van het publiek als het ware als een golf uit de zaal stromen, alsof ik in dikke kussens zou landen. Ik wist dat velen die daar zaten vurig hoopten dat het goed zou gaan. In die ellendige tijd had ik immers zo veel steunbetuigingen uit Nederland gekregen, blijken van soms wildvreemde mensen die het verschrikkelijk vonden wat er gebeurd was. Ik wist inmiddels, terwijl ik de trap afdaalde, dat er die middag weinig mis kon gaan. Ik had mijn eigen geluid, de Nelly die ik zo goed kende, na lang zoeken en veel strijd immers weer teruggevonden, maar daar had het publiek nog geen weet van.”
Tijdens het soms emotionele gesprek („Hè jakkes, wat kan ik toch een sentimentele dramadiva zijn”, zegt ze na een korte huilbui) praat de zangeres voortdurend over haar stem in de derde persoon. Het moment van besef dat ze na een hele tijd haar stem toch weer terug zou krijgen, beschrijft ze als: Nelly was back! En over haar optreden in Barcelona in de titelrol van Rossini’s ’Semiramide’ (een half jaar na ’Norma’) zegt ze: „Natuurlijk wist ik dat Nelly daar nog niet eens op de helft van haar kunnen was.”
Het ’Norma’-debacle in Amsterdam was niet minder dan een trauma. „Zo voelde ik dat meteen, maar dat het zo’n groot trauma was, kon ik toen nog niet bevroeden. Dit jaar zit ik dertig jaar in het vak en er was eigenlijk nog nooit iets vreselijks met mijn stem gebeurd. Iedere zanger heeft op een bepaald moment in zijn of haar carrière een grote crisis - daar heeft een zanger recht op. Na bijna dertig jaar kreeg ík hem. Terugkijkend op de gebeurtenissen had ik de ’Norma’-voorstellingen moeten afzeggen. Maar dat klinkt nu veel makkelijker en logischer dan het toen voelde. Het was voor mij de allereerste keer dat ik niet door een keelaandoening heen kon zingen, de eerste keer dat ik de energie en de stem niet ergens kon oppikken. Ik had die desastreuze avond ondanks alles echt het gevoel dat ik het zou redden, had een hele apotheek aan antibiotica geslikt en ik was oprecht in mijn vurige wens om op wilskracht de voorstelling te laten slagen.
Fout gedacht. Afzeggen was beter geweest. Een lijf werkt op zo’n vreemde manier; ’s morgens voel je je nog fantastisch en om zeven uur ’s avonds kun je volledig heen zijn.
Maria Callas zei ooit dat als zangers onzekerheden, pijntjes en keelkriebels een rol zouden laten spelen, ze dan waarschijnlijk negenennegentig procent van hun voorstellingen zouden afzeggen. Zo zit ik niet in elkaar.”
Miricioiù benadrukt dat ze door De Nederlandse Opera absoluut niet onder druk is gezet om toch het toneel op te gaan. „Het was louter de druk die ik vanuit mezelf voelde. Mij was niet toegestaan om hier, uitgerekend in Amsterdam, niet te zingen; dat peperde ik mezelf in. Maar na de eerste akte realiseerden we ons dat het niet zou lukken. Het heeft me anderhalf jaar gekost om te herstellen. De rol van Norma heb ik diep weggestopt; die raak in niet meer aan. Misschien nog eens in een volgend leven.”
En toen begon voor Miricioiù de lange periode waarin ze probeerde om Nelly terug te vinden. Er bleek veel meer aan de hand te zijn dan alleen maar een keelonsteking. Het immuunsysteem was totaal in de war, er volgden drie nieuwe infecties. Na de voorstellingen in Barcelona was de zangeres een tijd lang doof aan één oor, en zo ging het van kwaad tot erger. De extreme droogte in haar keel bleek onder andere een gevolg van de menopauze, waardoor de hormonen in haar lichaam volledig uit balans waren. Er gingen wat wenkbrauwen omhoog toen Miricioiù ten tijde van ’Norma’ al over die menopauze sprak. Moest een zangeres het daar wel over hebben, zich zo kwetsbaar opstellen?
„Natuurlijk!” Miricioiù klinkt stellig. „Er wordt zo schamper over de menopauze gedaan, alsof het slechts iets psychosomatisch zou zijn of iets waarvoor je voor zou moeten schamen. Het is onder zangers een groot taboe, daar ben ik nu wel achter gekomen. Maar de menopauze is een heel natuurlijk proces. Het zet je hele leven op zijn kop en het verwoest je mentaal. Je weet niet meer wie je bent en je gaat je inderdaad afvragen of het zich inderdaad niet allemaal in je hoofd afspeelt. Zingen heeft alles te maken met een perfecte balans en als je jezelf en je functioneren ter discussie gaat stellen, dan volgt de stem vanzelf. Mijn beroemde collega Christa Ludwig, die haar carrière vanwege de menopauze tijdelijk stillegde, zei dat haar stembanden in die tijd wel als van glas leken - zo ontzettend breekbaar.”
Miricioiù stopte Nelly weg. Letterlijk. Ze gooide de handdoek in de ring. Ze nam meer leerlingen aan, focuste op andere dingen, omdat de gedachten aan haar gehavende stem ondraaglijk waren. Zingen is voor Miricioiù een noodzaak en ze was ervan overtuigd dat ze in een zware therapie terecht zou komen als ze nu al, 53 jaar oud, met pensioen zou gaan. Gedurende al die infecties mocht er niet gepraat, laat staan gezongen worden. Gesprekken met haar man gingen wekenlang per briefje. Een voordeel was, dat ze haar gewone, huiselijke leven terugvond, ver van de hectische en over-theatrale wereld van de opera-diva. Ze had tijd voor andere dingen, raakte geïnteresseerd in politiek en gaat straks in Engeland waar ze sinds 1982 woont, voor de eerste keer in haar leven stemmen. Maar de wil om de weggestopte Nelly te laten overleven was er ook en die wil was enorm.
„Een psychologisch trauma voelt als een ongeluk, alsof je een been verliest. Maar op een dag kom je uit die rolstoel en begin je te lopen. Je valt, staat op, en begint opnieuw, steeds maar weer. Het werd een obsessie voor me om weer te lopen zonder te vallen. Maar als je niet het gevoel hebt dat je zult sterven als je niet kunt zingen, begin er dan niet aan. Die passie voor het zingen is een voorwaarde. De menopauze hoeft niet het einde van je carrière te betekenen. Wacht, heb geduld, heb de moed om je ergste demonen tegemoet te treden. Het was schokkend om na zo’n lange tijd ineens weer te gaan zingen en te ontdekken dat de stem zich niet meer als een jojo gedroeg. Zaterdag op het toneel schoten er wel ineens weer van die negatieve ’Norma’-flitsen door mijn hoofd, maar ik kon gelukkig afstand nemen. Zoals ik vroeger auto reed, voorover geleund, heel dicht tegen het stuur aan, dat is voorbij. Ik heb geleerd afstand te nemen. ’Adriana Lecouvreur’ was een therapeutische opera om te zingen. Ik voel me geheeld.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.