*

 

Religie als moreel appèl in de politiek

Door: redactie − 02/09/06, 00:00

Als ik wat somber ben gestemd en naar amusement verlang, raadpleeg ik wel eens de rubriek Religie & Filosofie in Trouw. Donderdag was het weer raak. Drie gelovige vrouwen, lees ik, fietsen van Canterbury naar Rome. Ze begonnen de dag met bidden en lezen van een stuk uit het Marcus-evangelie, waarna met de tocht van Amiens naar St. Just wordt aangevangen. Het gebed heeft helaas niet kunnen verhinderen dat hun ’witte fietsonderbroeken’ slecht wasbaar zijn: modder en kettingsmeer gaan er niet meer uit.

Heb ik zin om mij te laten ergeren, dan kan ik vaak goed terecht in het katern Letter & Geest, waar de kruistochten nog altijd op volle sterkte worden voortgezet. Uit een recent artikel van een Franse lerares middelbaar onderwijs leer ik dat een gematigde moslim niet bestaat. De gelovige moslim wordt geacht ongelovigen te doden, de ongelovige moslim geldt als ketter. Anders gezegd: het algemeen aanvaarde verschil tussen de islam en de politieke islam is een ’grote leugen’ die wordt verkondigd door ’oneerlijke of onwetende struisvogels’ die ’misleiding’ nastreven en ’ons in slaap willen sussen’. De conclusie van mevrouw: ,,Het is hoog tijd dat we ons niet langer laten behandelen als idioten.’’ Ik kan mij vergissen, maar ik krijg soms de indruk dat religieuze kwesties in Trouw weliswaar veelvuldig aan de orde komen, maar dat de bijdragen ofwel deel uitmaken van een curiositeitenwinkel, met de meest bizarre sektarische bedenksels en onnozele bijzonderheden, inclusief het bezwaarlijke van witte fietsonderbroeken, dan wel voor de honderdste keer Europa te wapen te roepen tegen de oprukkende horden van Mohammed. Een tussengebied lijkt te ontbreken.

Teneinde de lezer te laten kennismaken met dat tussengebied, wil ik vandaag graag de aandacht vestigen op het zojuist verschenen nummer van Socialisme en Democratie, het maandblad van de Wiardi Beckman Stichting. De aflevering is voor een groot deel gewijd aan geloof en politiek. De problematiek, schrijft de redactie terecht, staat momenteel hoog op de politieke agenda, waaraan kan worden toegevoegd dat vooral de PvdA, die bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen uitzonderlijk veel stemmen van moslims wist te trekken, alle reden heeft om zich over het thema te beraden.

De bijdragen aan het nummer bieden een verrassend beeld. De sociaal-democraten zijn vanouds gekant geweest tegen de invloed van religie in de politiek. Ze kennen een seculiere traditie die trouwens ook in deze aflevering stem krijgt in een artikel met de veelzeggende titel ’Moraal kan ook zonder religie’. Opmerkelijk is echter dat vrijwel alle andere bijdragen religie niet alleen zeer serieus nemen, maar haar ook als een morele krachtbron beschouwen die de sociaal-democratische politiek waardevolle diensten kan bewijzen.

Het meest stoutmoedige stuk is van Job Cohen, die zich bekendmaakt als een ’seculiere jood’ die van religie vrijwel niets weet, maar die naar zijn zeggen uit zijn burgemeesterschap heeft geleerd dat religie in de 21ste eeuw ’een politieke factor van formaat is’.

Die ervaring voert hem terug naar het denken van Willem Banning, de predikant die in 1946 aan de wieg van de PvdA stond en de ’doorbraak’ verdedigde. Om in sociaal-democratische geest een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen, zo was zijn standpunt, is samenwerking nodig met gelijkgezinden uit verschillende denominaties, dwars door de toenmalige zuilen heen.

Banning, schrijft Cohen, is helaas vergeten. De PvdA is een seculiere partij geworden, druk in de weer met pragmatiek, economie en welbegrepen eigenbelang. Maar wat is de betekenis dan nog van de oude begrippen van solidariteit, gelijkheid, gerechtigheid? Wat is er van ons morele kompas geworden?

Religies hebben per definitie een morele agenda, al staat die vaak haaks op praktijken in onze samenleving die wij min of meer accepteren, zoals alcohol- en drugsgebruik, echtscheiding, pornografie en de algemene commercialisering van het menselijk bestaan. Die divergentie schrikt Cohen echter niet af, integendeel: ,,Dat kan ons een spiegel voorhouden, het kan ook een appèl uitoefenen op mensen die de existentiële leegte van de seculiere samenleving willen ontstijgen.’’ Schiet de politiek op dit punt tekort, dan ligt het voor de hand dat religies terrein winnen.

Vandaar zijn laatste en radicaalste stap, die hij ’een omgekeerde doorbraak’ noemt: de seculieren in de partij, de grote meerderheid, zouden voor een morele herijking te rade kunnen gaan bij de religies.

Het artikel bracht bij mij een schok teweeg. Zo dachten velen een halve eeuw geleden inderdaad over politiek en zo zouden we ook nu nog over politiek kunnen denken: als het streven naar een rechtvaardige samenleving, waarbij godsdiensten – op hun manier op eenzelfde zoektocht – wellicht inspiratie kunnen geven of zelfs als bondgenoten kunnen worden beschouwd.

Natuurlijk roept zo’n stelling vragen op, maar er zou een zinvolle en waardige discussie uit kunnen voortkomen die in Trouw bepaald niet zou misstaan. Helaas: wij worden in de religierubriek afgescheept met klachten over damesondergoed. J.A.A. van Doorn

mailIcon print |