Hoewel beperkt in omvang en veel losser georganiseerd dan CDA en PvdA is de VVD altijd een invloedrijke club gebleven. In de afgelopen dertig jaar kende de partij electorale pieken en dalen, tijden waarin grote verwachtingen werden gekoesterd en perioden van diepe crisis, maar ondertussen regeerde zij meer wel dan niet. Abraham Kuyper heeft het calvinisme eens ’de grondtoon van onze natie’ genoemd, maar de geest die liberalen vertegenwoordigen is dat evenzeer, anders is hun bestendige aanwezigheid op het voorste plan in de politiek nauwelijks te verklaren.
Daarbij speelt stellig mee dat zij, gerekend vanaf 1848 toen de liberaal Thorbecke met zijn Grondwet de koning ’ontkoningde’ en de weg baande voor de parlementaire democratie, de oudste macht zijn. De calvinisten, katholieken en socialisten veroverden pas later posities in het bestuur. Dat werkt onderhuids nog altijd door. Regeren CDA of PvdA met de VVD, dan komt in hun geledingen al snel het verwijt op dat zij programmatisch onder het juk van deze partij doorgaan en een liberaal of neoliberaal beleid voeren. In de wijze waarop liberalen de macht uitoefenen zit iets vanzelfsprekends, vermoedelijk ook doordat hun politieke pretenties worden getemperd door een sterk gevoel voor de realiteit en een pragmatische inslag.
Ayaan Hirsi Ali was daarom met haar activistische optreden en eenzijdige missie tegen de islam een vreemde eend in de bijt. Het verkiezingsprogramma dat de partij deze week presenteerde, bewijst dat, in die zin dat de sporen van dat optreden nauwelijks nog zijn terug te vinden, zo niet moedwillig zijn uitgewist. In dat programma onder de titel ’Voor een samenleving met ambitie’ herkennen we de oude VVD weer: optimistisch, sterk economisch gericht en royaal inspelend op de behoefte aan materiĆ«le en fysieke zekerheid van burgers, vooral degenen met een eigen woning.
Terwijl Hirsi Ali’s politieke beschermheer, Frits Bolkestein, afgelopen donderdag andermaal de waarschuwing liet horen dat de islamieten over ons komen, spreekt het program in positieve zin over migranten en nieuwkomers, die we de komende decennia hard nodig zullen hebben. Vooral daarin schuilt het opmerkelijke verschil dat de VVD het thema heeft ontdaan van de angst en de verkramping die de afgelopen jaren de boventoon voerden. Voorzover de partij zich schatplichtig toont aan Bolkestein is het dat zij van immigranten aanpassing eist aan de regels van onze moderne samenleving, met als belangrijke norm de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, homo’s en hetero’s. Maar van de ondergangsstemming, de polarisatie en de verbetenheid, wil zij af. Het is al veelzeggend dat het woord ’islam’ in het stuk volledig ontbreekt.
Ligt het aan de VVD, dan straalt Nederland weer gastvrijheid uit, gaat het naar Amerikaans voorbeeld slim met immigratie om (hoe groter de waarde van een migrant voor de arbeidsmarkt, hoe makkelijker hij binnenkomt) en schept het een klimaat waarin vreemdelingen zich welkom weten. Er zit een geforceerde trek in dit nieuwe gezicht, ingegeven zonder twijfel door de wens de rust in het verdeelde liberale huis terug te brengen. Maar tegelijk lijkt het een ernstige poging van de nieuwe aanvoerder, Mark Rutte, de nationale consensus op dit vlak te herstellen.
Bolkestein verbrak de consensus vijftien jaar geleden door de westerse cultuur superieur te verklaren aan de islamitische. Daarmee nam hij afstand van het beleid dat uitging van ’integratie met behoud van eigen culturele identiteit’. Pim Fortuyn ging vier jaar geleden nog een stap verder door de immigratie van moslims te verbinden met de dreiging van ondergang van onze moderne cultuur. Dit benauwende perspectief verdraagt zich slecht met de blijmoedige grondtrek van de liberalen. Ze zijn toch liever de koopman dan de dominee.
Bolkestein poogde als VVD-leider de liberale opvattingen op economisch gebied te verbinden met een cultureel conservatisme. Hij wilde op die manier het (smalle) ideologische en electorale draagvlak van de partij verbreden. Dat is niet gelukt, althans niet overtuigend en consistent, omdat de liberalen hierover domweg niet eensgezind zijn en de concurrentie van het CDA na het ideologische en politieke herstel van deze partij tijdens de jaren negentig veel sterker was dan verwacht.
De papieren die de christen-democraten meebrachten sloten meer aan bij de tijdgeest na de eeuwwisseling en bleken bovendien geschikter om een antwoord te geven op de problemen door de komst van een andere godsdienst. Daardoor zagen de liberalen het perspectief verdampen na honderd jaar weer de toonaangevende partij te worden en kregen ze intern grote problemen.
Zo wisten ze zich de afgelopen jaren geen raad met de verhouding tussen de klassieke vrijheden en het non-discriminatiebeginsel. Aanvankelijk keerden zij zich fel tegen onwelgevallige uitspraken van imams over homoseksualiteit, maar na de moord op Theo van Gogh verdedigden zij weer even fel de vrijheid van meningsuiting.
In dit program maakt de partij alle grondrechten weer ondergeschikt aan het anti-discriminatie-artikel. Zij verheft dit zelfs tot ’de fatsoensnorm van en voor onze samenleving’. Maar dit gebeurt meer vanuit het pragmatisme dat de koopman aan de dag legt ’in een land met meer dan 180 nationaliteiten’ dan, zo lijkt het, vanuit een moraal of ideologie. Voorzover die ideologie tot uitdrukking komt heeft zij vertrouwde trekken: belastingverlaging, minder overheidsbureaucratie, een geharnaste bestrijding van misdaad en onaangepast gedrag.
Dit ideologische draagvlak, hoe smal ook, is voor de VVD altijd voldoende gebleken om haar invloed op het bestuur in Nederland te behouden en daarop een stempel te drukken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.