*

 

Hinderlaag na spreekuur van arts voor de bevolking

door George Marlet in Deh Rawod − 05/09/06, 00:00

De hinderlaag waarbij zaterdag in Uruzgan een Nederlandse militair gewond raakte, was volgens betrokkenen een goed voorbereide en gecoördineerde actie. Een reconstructie aan de hand van gesprekken met militairen die erbij waren.

„Ze moeten geweten hebben dat we kwamen. Onze commandant zag vrouwen en kinderen over de heuvels weglopen.” Zaterdagmiddag vertrekt het konvooi van negen wagens naar de Nederlandse basis in Deh Rawod, Uruzgan. Het peloton van 44 pantserinfanteriebataljon heeft in het oosten van de Afghaanse provincie een ’medcap’ beveiligd. Het medisch spreekuur voor de bevolking is niet aangekondigd, maar snel rondgebazuind. In een paar uur behandelen de meegereisde arts en verpleegkundigen zo’n 100 dorpelingen. „De sfeer was goed. De mensen waren aardig en vriendelijk.”

De locatie van het spreekuur was eerder verkend. Pelotonscommandant Peter: „We hadden geen aanwijzingen dat er iets zou gebeuren.” Een uur na vertrek rijdt het konvooi door een droge rivierbedding, met linkers een heuvelrug en rechts maïsvelden. Net voor de wagens de rivierbedding uit willen rijden, wordt vanaf de heuvel een anti-tankgranaat op een Patria-pantserwagen afgevuurd. De door een raket aangedreven granaat ketst af op de voorruit; twee volgende missen. Dan treft een granaat het zesde voertuig, een YPR-pantserrups. De granaat gaat diagonaal door het motorcompartiment. De chauffeur krijgt scherven in zijn onderbeen. Een terreinwagen wordt net niet geraakt. De Mercedes staat stil: de accu is door een kogel doorboord.

Tegelijk met de aanval openen tientallen vijandelijke schutters met kalasjnikovs het vuur. Militairen schieten direct terug met de boord-(mitrailleurs en snelvuurkanonnen) en persoonlijke wapens. De commandant geeft opdracht om de wagens zo te manoeuvreren dat de gewonde uit de YPR kan worden gehaald. Drie voertuigen rijden de heuvels in om dekking te geven.

Het lukt om de gewonde chauffeur naar een andere pantserwagen te brengen zonder dat er meer gewonden vallen. Een verpleegkundige verzorgt de beenwond. De YPR houdt er na 300 meter mee op en wordt op sleeptouw genomen. De schutters vuren in totaal vijf tot negen granaten af en blijven met geweren en mitrailleurs vuren. Het gevecht duurt zo’n driekwartier.

Volgens infanteristen zijn zeker 20 tegenstanders geraakt. „Iedereen heeft zelf gezien hoeveel hij er heeft neergeschoten. Hij drie, ik één.” Pelotonscommandant Peter wil geen aantallen noemen: „We hebben heel sterke aanwijzingen dat we mensen geraakt hebben.” De infanteristen hebben ’geen spijtgevoelens’ over het neerschieten van tegenstanders. „Die lui moeten weten dat we ze met alle macht terugpakken.” Peter: „We doen wat nodig is om ons personeel te beschermen.”

Als de resterende tegenstanders zich terugtrekken, rijdt het konvooi op topsnelheid naar de basis in Deh Rawod. Daar neemt de arts de behandeling van de verpleegkundige over. Een helikopter vliegt de gewonde naar het veldhospitaal op Kamp Holland in Tarin Kowt.

Het peloton krijgt een debriefing en mag zondag rust houden. De militairen zijn ’trots’ op hun inzet. Peter: „Iedere militair heeft gedaan wat hij doen moest.” Gisteren zijn de infanteristen weer op patrouille gegaan. Zonder haat tegenover de bevolking, zeggen ze. „We hebben niks tegen de bevolking. De Taliban zijn onze vijand. Als die lui zwaaien, dan zwaaien we terug. En als ze schieten, dan schieten we terug.”

mailIcon print |