Een groot spreker zal Gerco Schröder nooit worden; hij laat liever zijn ruiterskwaliteit spreken. Een grote ruiter is hij ook niet; wel een gróót ruiter. Collega Harrie Smolders toonde dat op het kampioenspodium overduidelijk aan.
Gerco Schröder stond in het midden, op de hoogste trede. Smolders flankeerde hem ter rechterzijde op het tweede treetje. De Limburger reikte met zijn kruin bijna tot dezelfde hoogte als Schröder en gaf dat met een handbeweging aan. Maar hij incasseerde ook met respect de superioriteit van de kleine man uit Tubbergen, die hem voor het tweede jaar in de barrage versloeg. „Toch ga ik hem nog een keer pakken”, zei Smolders.
De vraag is: wanneer? Want Gerco Schröder is niet zo snel te pakken. Vrijdag en gisteren probeerden 45 collega’s het, maar na vier zware manches bleek alleen Smolders in staat Schröder te volgen. Totdat deze zich in de barrage definitief de slimste toonde en Nederlands kampioen werd.
Hij is de jongste van drie broers. Ben en Wim zijn een oudere tweeling. Alle drie hebben ze van de springsport hun beroep gemaakt. De jongste is in daden en resultaten vooralsnog de grootste. Met Wim rijdt Gerco voor stal-Eurocommerce van de gebroeders Visser in Lochem. Ben heeft een eigen stal in Tubbergen.
Toen het de broederclan vorig jaar wat minder voor de wind ging (Ben brak een nekwervel, Wim een been, maar gelukkig gaat het beiden weer goed) stelde Wim zijn jongere broertje voor de twaalfjarige schimmelhengst Berlin van hem over te nemen.
„Hij vond dat ik er beter op paste”, zegt Gerco. „Ook meneer Visser vond het wel een goed idee omdat ik hoog op de wereldranking stond.”
Vindt hij zichzelf ook geschikter voor Berlin? Op zo’n vraag volgt een bedeesd lachje. Bescheidenheid? Verlegenheid? Hij doet niet snel vrijpostige uitspraken. Bijdehand is hij vooral in het zadel.
„Het paard heeft een enorm vermogen, het voelt goed aan, is in een superconditie. Het is ook afgeslankt, want het was te dik”, antwoordt hij op de vraag hoe hij Berlin in topvorm gekregen heeft. Dat ís dus geen antwoord, want hij legt het krediet alleen bij het paard.
„Ik was gebrand op deze titel. Het was een mooi zwaar parcours”, wil hij ook nog wel kwijt. Maar daarmee is hij dan wel uitgesproken.
Later, bij een biertje, wil hij nog wel wat meer vertellen over zijn werk in de stal van de Vissers. „Zij zijn mijn bazen. Gelukkig hebben ze oog voor de belangen van mij, de paarden en de springsport in Nederland. Het zijn liefhebbers. Toen ze een bod van een miljoen op Montreal kregen, besloten ze toch, na overleg met ons, het paard te houden. Dat is altijd een risico, want het is maar de vraag of je zo’n bedrag er ooit uithaalt.” Montreal verzeilde korte tijd later in een dipje, waaruit hij nu weer wat opklautert. De vorm van een paard is altijd ongewis.
Voor ruiters geldt dat minder, voor pikeurs die hun stiel beoefenen als Gerco Schröder nauwelijks.
Wim zit weer hersteld in het zadel, maar hij eindigde op het NK in Mierlo ver achter Gerco, terwijl Ben uitviel. Is Gerco dus de beste? „Dat weet ik niet; mijn broers hebben ook mooie erelijsten.” Meer wil hij er niet over zeggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.