In Iran klinkt steeds meer kritiek op de steun van de regering aan Hezbollah. Toch spreken velen van een heilige plicht: „Ik zou mijn laatste cent aan Libanon geven.”
De oude Hoessein staat in de bloedhete zon zijn pick-up in te laden. Zijn huid is verweerd, zijn rug krom. Hij moet zo dadelijk zakken cement vervoeren naar een dorp zo’n 100 kilometer van Teheran. Veel zal hij er niet aan verdienen, weet hij. „Maar ik geef niet om rijkdom”, verklaart hij met een felle blik in zijn ogen. „Als het nodig is, rijd ik vandaag nog naar Libanon om mijn laatste centen aan die arme burgerbevolking te geven. Als moslims moeten we elkaar helpen.”
Hij vindt het dan ook terecht dat de regering hulp biedt aan Hezbollah. „Het is verschrikkelijk wat daar gebeurt; kinderen en vrouwen zijn gedood door Israël. Ik ben er trots op dat onze regering in tegenstelling tot de meeste andere landen, tenminste iets doet.”
Sinds de oprichting van Hezbollah in 1983 ontvangt de organisatie financiële steun van Iran. Verbonden als Iran zich voelt met alle sjiieten in de wereld, is dit een vanzelfsprekend gebaar van islamitische naastenliefde, menen sommigen. Anderen spreken in het kader van het huidige bloedige conflict met Israël zelfs van een heilige plicht. Zo zijn er in de sjiitische wijken in Beiroet ook met Iraans geld gefinancierde ziekenhuizen, scholen en andere sociale instellingen. Zelfs het Iraanse staatshulpfonds heeft een eigen kantoor in Beiroet.
„Die sociale en humanitaire hulp vind ik goed”, zegt de eenentwintigjarige studente economie Soeraja. „Waar ik moeite mee zou hebben, is wanneer Iran militaire steun zou verlenen aan Hezbollah.” Ze zwijgt bedachtzaam, trekt haar zwarte hoofddoek recht. „Ik vermoed dat ze raketten en andere wapens naar Libanon sturen. Dat leidt alleen maar tot meer geweld en meer doden. En het geweld moet juist ophouden.”
Welke militaire rol Iran precies speelt in Libanon, is niet duidelijk. Want terwijl het Westen, de VS voorop, Iran ervan beschuldigt Hezbollah van wapens te voorzien, blijft Teheran dit ontkennen. Toch zeggen veel analisten dat de lange-afstands-raketten die op Israel vielen, wel van Iraanse makelij moeten zijn.
Niet alle Iraniërs zijn geïnteresseerd in de vraag of Iran nu wel of niet militaire steun verleent aan Hezbollah. „Al zou het zo zijn, wat dan nog? Israël gebruikt toch ook zat wapens die vervaardigd zijn in de Verenigde Staten?”, bromt bakker Homajoen (41).
Daarnaast klinkt er een steeds luider wordende roep uit de samenleving dat de Iraanse regering zich meer op de binnenlandse politiek moet concentreren. Vooral jongeren die niet echt warm lopen voor de islamitische ideologie zijn kritisch.
„Begrijp me goed”, legt de pas afgestudeerde grafisch ontwerper Reza (23) uit. „Ik vind die oorlog tussen Libanon en Israël vreselijk. Maar tegelijk denk ik dat de Iraanse regering zich eerst maar eens bezig moet houden met haar eigen zaken. We hebben genoeg problemen en staan onder zware internationale druk door ons nucleaire programma.”
Daarnaast bestaat er in Iran zoveel armoede, zegt hij. „Waarom wordt er altijd eerst gedacht aan andere volkeren? Zijn het de Palestijnen niet, dan wel de Libanezen. Wanneer zijn de Iraniërs eens een keer aan de beurt? Wie denkt er aan onze toekomst? Was de regering ook maar zo gul voor de eigen burgers.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.