*

 

Een goede dokter is iemand die niet schreeuwt

door Sybilla Claus − 12/08/06, 00:00

’De toestand in het ziekenhuis van Beira, de tweede stad van Mozambique, is vreselijk. Je mag blij zijn als er een dokter komt, en soms moet je zelfs smeergeld betalen”, vertelt dr. Bernard Groosjohan, hoofd van de medische faculteit in de stad.

Sinds de onafhankelijkheid in 1975 had Mozambique maar één medische faculteit, in de hoofdstad Maputo. Van de 100 beginnende medische studenten studeerden er 20 af. Momenteel heeft het land slechts 350 eigen artsen. De andere 400 komen uit het buitenland, onder andere uit Cuba. ,,Die enige opleiding was zo inefficiënt dat wij in 2000 in Beira met een eigen medische faculteit zijn begonnen”, vertelt de Nederlander, die al twaalf jaar in Mozambique woont.

Via de stedenband Amsterdam-Beira werden in dat jaar de eerste contacten met het AMC gelegd. ,,Een groepje specialisten kwam toen kort op missie.” Nog steeds worden elk jaar deskundigen, soms op eigen kosten, overgevlogen om hun kennis te delen. De Katholieke Universiteit van Beira krijgt nog meer Nederlandse steun: hulporganisatie Icco betaalt er tien personeelsleden. Ook werkt de K.U. sinds 1999 intensief samen met de Universiteit van Maastricht. ,,Wij volgen hun leermethode van probleemgestuurd onderwijs.” Dat betekent geen grote volle collegezalen, maar kleine werkgroepjes die samen problemen oplossen. De reden klinkt Nederlanders vreemd in de oren: docenten hier willen hun kennis slechts sporadisch doorgeven, tenzij er wordt bijbetaald.

In de ruime, lichte kantine hangt de uitslag van een enquête naar wat patiënten in Beira een goede dokter vinden: iemand die niet schreeuwt, luistert eer hij een recept schrijft, schone witte kleren draagt en een patiënt aanraakt. Omdat de huidige generatie artsen vaak hard en onverschillig met hun patiënten omgaat, hecht de universiteit eraan dat de medische studenten leren om mensen respectvol te bejegenen. ,,In een kliniek voor buurtbewoners kunnen onze derde- en vierdejaars al in de praktijk oefenen met stabiele ziektes als diabetes en astma.” Vanaf het vijfde jaar lopen de studenten hun coschappen in het ziekenhuis, om te leren en om en passant de staf te stimuleren.

De bibliotheek van de faculteit ziet er goed uit. De computers doen het en de boekenkasten zijn gevuld. Groosjohan wijst op gebundelde vaktijdschriften die de Erasmusuniversiteit heeft gedoneerd. „Nederland gaat digitaal, en daar maken wij weer dankbaar gebruik van.” In de grote zaal is vandaag een bijeenkomst van studenten, vrouwen en de chief uit de volksbuurt over de aanpak van een aantal projecten. Een eenvoudige vrouw met een hoofddoek staat op en vertelt dat het niet de bedoeling is dat de studenten gaan vertellen hoe het moet. Er moet wel worden overlegd. „Eerder is er gezamenlijk een badhuis gebouwd. Nu zijn ze bezig met latrines, in plaats van dat iedereen ergens buiten zijn behoefte doet”, legt Groosjohan uit.

De totale opleiding duurt zeven jaar, waaronder een eerste voorbereidend jaar, omdat het onderwijs ter plekke zo slecht is. Bovendien wordt er dan veel Engels onderwezen. Hoewel de eerste artsen pas volgend jaar afstuderen, is er toch al sprake van succes. De regering wil in Nampula, in het arme noorden, nog een universiteit opzetten, en heeft Beira daarbij om hulp gevraagd. Groosjohan: ,,Ook andere faculteiten willen nu meer volgens onze methode gaan werken. Vorig jaar hebben we talentvolle vierdejaars ingezet om 120 eerstejaars studenten in werkgroepen te begeleiden. Daar leren ze praten en kritische vragen stellen. En het mooiste van alles: sinds onze vijfdejaars in het ziekenhuis werken, is de situatie daar al enorm verbeterd.”

mailIcon print |