*

 

’We moesten een aanval uitvoeren’

door Teun Lagas − 12/08/06, 00:00

Kolonel Henk Morsink keerde deze week terug uit Uruzgan. Met zijn troepen bereidde hij het vervolg van de missie van Nederlandse militairen voor.

Kolonel Henk Morsink zit midden in de debriefings-gesprekken, die de commandanten van missies in het buitenland bij terugkeer op het departement van defensie moeten ondergaan. Hij hoeft zich geen zorgen te maken, want zijn leiding aan de voorbereidingstroepen in Uruzgan krijgt waardering in Den Haag. Niet veel Nederlandse militairen kregen al tijdens hun loopbaan het ’ereteken van verdienste in goud’, maar Morsink kreeg de versierselen afgelopen zondag bij terugkeer in Nederland opgespeld, door minister Kamp.

Zoals een troepen-commandant betaamt noemt hij de onderscheiding ’een beloning voor al mijn manschappen’. Later in het gesprek noemt hij de chauffeurs, die de konvooien met wapens en bouwspullen door Uruzgan reden, en de collega’s die hen beveiligden ’dapper’.

Hoe ging de thuiskomst van uw ontplooiïngseenheid?

„Niet iedereen krijgt uitgebreide gesprekken op het departement. Maar er was wel voor iedereen de tussenlanding van twee dagen op Kreta om te wennen aan de terugkeer in de westerse samenleving. Daar is gesproken door psychologen, die vertelden dat je de terugkeer thuis kunt vergelijken met invoegen op de snelweg. Dat moet je niet te snel en niet te langzaam doen. Je moet niet al te snel je hele eigen verhaal met belevenissen in Uruzgan thuis kwijt willen, er moet ook aandacht zijn voor wat ze thuis intussen hebben meegemaakt. Bij mij liep de terugkeer thuis geloof ik best goed, maar ik weet natuurlijk nog niet hoelang mijn invoegstrook zal zijn.”

Wat waren de moeilijkste momenten tijdens uw missie?

„Aanvankelijk was het lastig dat ik geen greep had op het tempo waarin al die containers en militairen vanuit Nederland naar Afghanistan kwamen. Waren de spullen eenmaal binnen het land dan kon ik gelukkig zelf weer bepalen wanneer de konvooien gingen rijden. Het moeilijkste moment was toen ik moest besluiten om een aanval uit te laten voeren op de Baluchi-vallei. We ontdekten dat ongeveer 400 Talibanstrijders vanaf de heuvels op tien kilometer afstand Kamp Holland in Tarin Kowt bedreigden. We veronderstelden dat niet alleen mijn kamp gevaar liep beschoten te worden, maar ook het plaatselijke kantoor van gouverneur Munib.”

Bij die uitval naar de heuvels doodden Nederlandse commando’s achttien strijders. Er deden daar ook coalitietroepen mee van de door de Amerikanen geleide anti-terreuroperatie Enduring Freedom. Kwam het besluit om aan te vallen van de Amerikanen of van u?

„Voorzover ik daar iets over mag zeggen: het was een combinatie. Er werden inlichtingen gedeeld. Op enig moment moest ik toch zelf besluiten over de Nederlandse inzet. In goede afstemming met de bondgenoten. We opereerden apart, maar we mochten elkaar niet voor de voeten lopen. Het was een dreiging op mijn kamp. We waren niet sterk genoeg om dit in ons eentje op te lossen.”

„Onze commando’s hebben toen geen gevangenen gemaakt. We kregen de indruk dat de Taliban-strijders zich niet snel gevangen laten nemen, ze vechten door tot het einde. Bovendien was er veel schotenwisseling over grote afstand. Zodat zij de gelegenheid hadden om hun gewonden zelf mee te nemen.”

U vroeg een paar keer luchtsteun voor uw konvooien. Weet u zeker dat bij zulke luchtaanvallen geen burgerslachtoffers vallen?

„Onnodige burgerslachtoffers kun je voorkomen door heel zorgvuldig te werken. Onze doelaanwijzers op de grond, die contact maken met de vliegers, zijn heel goed getraind om dat te voorkomen. Die laten alleen aanvallen als geen burgerdoelen kunnen worden geraakt. De vliegers controleren zelf ook nog eens.”

„Ik heb ook commando’s gesproken die moesten vechten. Die verzekerden ook dat ze zeer terughoudend zijn gebleven in vuurgevechten. Als er rond een woning vrouwen en kinderen liepen vuurden onze commando’s echt niet terug.”

Bent u na zulke gevechten toch nog optimistisch over het succes van de Uruzgan-missie?

„Eerst moeten we invloed uitbreiden voordat er kan worden begonnen aan opbouwprojecten, zoals de aanleg van wegen en bruggen. Ik denk het op de twee plaatsen waar we een basis hebben gebouwd, Tarin Kowt en Deh Rawod snel kan gaan. Ik denk ook dat dat in deze twee plaatsen hulporganisaties vrij snel veilig aan het werk kunnen. In de uithoeken van Uruzgan kunnen we nu wel dingen gaan bouwen, maar die kunnen we nog niet beveiligen. Uiteindelijk zullen de Afghanen dat zelf moeten doen met hun eigen politie en leger, maar die zijn nu duidelijk nog niet sterk genoeg om op eigen kracht hun invloed uit te breiden.”

De vorige gouverneur, de krijgsheer Jan Mohammed, is onder Nederlandse druk overgeplaatst door de Afghaanse president Karzai. Zijn opvolger is Munib, ooit nog minister tijdens het Taliban-regime. Wat voor indruk maakt hij op u?

„Ik heb Munib vaak ontmoet. Ik vind het een heel rustige man die erg goed nadenkt en goed op de hoogte is van de lokale verhoudingen. Hij heeft een goed doordachte lijst van wensen, zoals de aanleg van infrastructuur, de ontwikkeling van het onderwijs, ook voor meisjes, en het opzetten van medische zorg, ook voor vrouwen. Dat is toch wel bijzonder voor iemand met zo’n achtergrond.”

Dat kan een politiek antwoord zijn.

„Het zou inderdaad kunnen dat hij het gewenste antwoord geeft. Aan de andere kant had hij in Tarin Kowt de meisjesscholen kunnen sluiten, maar dat heeft hij niet gedaan. Wij werken nauw met hem samen, net als de Amerikanen deden, waarbij hij de eer krijgt voor projecten die worden uitgevoerd. Zo kan hij langzaam zijn macht uitbouwen. Het geeft ons ook de gelegenheid om te kijken wat hij doet. Want stel je voor dat hij een verkeerde stap zou maken, dan gaan we daar natuurlijk niet zomaar blindelings steun voor geven.”

Hoe probeert u de Afghanen in Uruzgan op uw hand te krijgen?

De lokale raden van stamoudsten, de sjoera’s, zijn erg belangrijk. Als je via die mensen de bevolking benadert dan heb je denk ik meer draagvlak voor je plannen en besluiten dan wanneer je die domweg op zou leggen. Dan doen ze misschien even mee, maar waarschijnlijk niet van harte en loopt het daarna ook weer uit de hand. Het is nog mooier als je het doet met een Afghan face, zoals we dat noemen, door de Afghanen zelf mee te laten doen. Dus we nemen vaak een paar Afghaanse militairen mee of huren Afghaanse aannemers in zodat de mensen er zelf wat aan verdienen.

Op welke manier intimideren de Taliban de lokale bevolking?

„Dat doen ze door bloederige voorbeelden te stellen, bijvoorbeeld dat iemand een oor afgesneden of onthoofd wordt. Zoiets is afschrikwekkend genoeg voor de mensen om hun dan maar eten en een slaapplaats te geven. Dat is de normale manier van werken van de Taliban, net zo goed als het gebruik van dumdum-kogels. Dat is verboden volgens de Conventies van Genève, maar daar trekken ze zich niks van aan. Onze eigen Nederlandse artsen die in het ziekenhuis in Kandahar werken haalden kogels uit lichamen waarvan de koppen afgezaagd waren. Dus ze zijn eropuit om echt smerige verwondingen te maken.”

Is er ook lokaal verzet tegen de Taliban in Uruzgan?

„De Taliban-strijders brengen niks goeds in het land, geen ziekenhuizen, geen scholen, geen ontwikkeling, zij brengen alleen maar meer van het oude. Dat is anders dan bij verzetsgroepen zoals Hamas, die wel een sociale tak hebben en proberen iets voor de bevolking te doen. Er zijn wel wat signalen dat de Afghanen er genoeg van hebben. Zo is er is een dorp ten oosten van Tarin Kowt dat de wapens heeft opgenomen tegen de Taliban. Ik hoop dat dat elders ook gaat gebeuren.”

De Britse troepen willen meer mensen en materieel, de Australiƫrs sturen ook meer troepen. Kan Nederland het met deze 1400 af?

„Ik denk dat de huidige commandant Vleugels het daar voorlopig wel mee kan doen. Zolang hij zijn eerste aandacht richt op Tarin Kowt en Deh Rawod, heeft hij daar voldoende aan lijkt mij. Het ligt verder aan de ontwikkelingen, als er meer vijand komt bijvoorbeeld. Tegelijkertijd hopen we natuurlijk dat het Afghaanse leger en de politie nu sterker gaan worden. Er zijn verzoeken ingediend in Kaboel om versterking, maar ik weet dat die er uit verschillende provincies zijn. Als die versterkingen niet komen, of als de opdracht zou veranderen dan ontstaat er een andere situatie, dan moet je het opnieuw bezien denk ik. Maar dat is normaal militair gebruik.”

mailIcon print |