*

 

Brecht is cool

door Antoine Verbij − 12/08/06, 00:00

Maandag is het vijftig jaar geleden dat de Duitse dichter en toneelschrijver Bertolt Brecht op 58-jarige leeftijd overleed. Hij was tegen medelijden en voor een kille analyse, maar nog altijd doet zijn werk de harten sneller kloppen. In Berlijn wordt zijn sterfdag groots gevierd, door punkers en door topacteurs.

Lang geleden hing boven mijn bureau een briefje waarop ik een tekst uit Bertolt Brechts ’Me-ti, Boek der wendingen’ had overgetypt. ’Waar Me-ti niet van hield’ heette de tekst. ’Me-ti hield er niet van om nieuwjaar te vieren, afscheid te nemen, een verjaarscadeau te geven, toekomstplannen te smeden, over successen te jubelen, over nederlagen te klagen, van momenten te genieten, toespraken te improviseren, zomaar wat te kletsen en op de schoonheden van de natuur te worden gewezen. Hij zei: het is al moeilijk genoeg om de echte veranderingen te vatten.’

Achter Me-ti gaat Brecht zelf schuil. Met de opsomming laat hij zich kennen als een man die meer van de rede dan van emoties hield, poespas verafschuwde en sentimenten vermeed. Tegenwoordig zouden we zo iemand ’cool’ noemen. Net als Brecht wilde ook ik een koele marxist zijn, met meer oog voor de maatschappelijke dan voor de menselijke verhoudingen. De mensen werden immers door de maatschappij gemaakt, niet omgekeerd.

Dat was althans wat Brecht ons almaar voorhield. In zijn gedichten, zijn verhalen, zijn beschouwingen en vooral in zijn toneelstukken, zijn mensen niet meer dan de tragische marionetten van het wereldgebeuren. Brecht werd beroemd als ’stukkenschrijver’. Hij was amper dertig toen in 1928 in Berlijn zijn ’Driestuiversopera’ in première ging en een groot succes werd. Het stuk is nog altijd levend cultuurgoed. Talloze Duitsers, maar ook heel wat Nederlanders, zingen de liederen op de beroemde muziek van Kurt Weill moeiteloos mee. Die liederen gaan over bedelaars, boeven en hoeren die slecht zijn omdat de maatschappij slecht is. De held van het stuk, Mackie Messer, vat het lot der mensen simpel samen: ’Eerst komt het vreten, dan komt de moraal.’

Brecht had kort daarvóór het marxisme ontdekt. Hij was een strenge marxist, voor wie de maatschappij slechts bestond uit onderdrukkers en onderdrukten. Hij mat zich ook een strenge opvatting over theater aan. Theater moest de onderdrukking laten zien, maar het mocht de toeschouwers niet tot medelijden verleiden. De toeschouwers moesten van het theater leren hoe de onderdrukking werkt en hoe ze die moesten bestrijden. Brecht noemde zijn stukken ’leerstukken’.

Maar theaterbezoekers zijn moeilijk van hun gewoonte af te brengen om, zoals Brecht zei, ’hun verstand bij de garderobe af te geven’. Als ze naar zijn ’Moeder Courage’ gingen, een leerstuk tegen de oorlog, zuchtten en huilden ze over het lot van de trotse marketenster en haar kinderen, die met de troepen in de Dertigjarige Oorlog meetrokken. De leereffecten ketsten af op de avondkleding van het publiek.

Die leereffecten bereikte Brecht ook niet als hij het publiek uitdrukkelijk tot deelname uitnodigde. Zo was er in het Amsterdamse Concertgebouw een spectaculaire uitvoering van ’De vlucht van Lindbergh’, met een heus vliegtuig. In het toegevoegde ’Leerstuk van de instemming’ moest het publiek op een teken van de dirigent roepen: ’De ene mens helpt de andere niet.’ Het klonk slapjes en zonder begrip.

Voor een marxist was in Hitlers Derde Rijk uiteraard geen plaats. Brecht vluchtte en kwam in het aartskapitalistische Amerika terecht. Maar daar was na de oorlog voor hem ook geen plaats meer. Vervolgd door communistenjagers keerde hij terug naar Europa en vestigde zich in de socialistische DDR. Daar werd hij als een held gevierd. Tot ongenoegen van de West-Duitse Bondsrepubliek, waar de opvoering van zijn stukken regelmatig werd geboycot. Maar sinds de val van de Muur geldt Brecht in het herenigde Duitsland als een van de grootste stukkenschrijvers van de 20ste eeuw, zoniet de grootste.

Zijn stukken worden over de hele wereld telkens weer opnieuw gespeeld. En de vele liederen die hij door zijn stukken strooide, zijn klassiekers geworden, mede dankzij de muziek van Kurt Weil. Ook popzangers voelen zich door zijn songs uitgedaagd, onder wie David Bowie, Sting en Robbie Williams. Rauwe liederen zijn het, die brutaal moeten worden gezongen. In de jubileumuitvoering van de ’Driestuiversopera’, die vandaag in Berlijn in première gaat, zingt en speelt zanger Campino van de Duitse punkrockband Toten Hosen de hoofdrol van Mackie Messer.

In de talloze interviews die punker Campino over zijn verrassende theaterdebuut geeft, benadrukt hij hoe goed de coole Brecht past bij de wilde jaren tachtig, toen hij met zijn Toten Hosen Duitsland shockeerde. ,,Wat Brecht schrijft, is brutaler dan wat de krakers destijds riepen. Over de politie zingen dat men ’hun bekken met voorhamers’ zou moeten bewerken, heb ik me nooit gepermitteerd.’’ Wat Brecht tachtig jaar geleden schreef, zegt Campino, ,,verschilt in niets van de wijsheden die de Londense punkfilosofen ooit te berde brachten’’.

Wat niet helemaal waar is. De punks waren kwaad en grof, maar een wil om de mensen te beleren en te activeren was er nauwelijks. ,,Brecht wilde dat de toeschouwers gingen denken, ja denken!’’, weet popzangeres Cindy Lauper, die thans op Broadway in de ’Driestuiversopera’ speelt. Brecht wilde niet dat de toeschouwers meevoelen met zijn boeven en hoeren, maar dat ze inzien waarom zij zijn wie ze zijn. ’Want waardoor leeft de mens?’, vraagt Mackie Messer. ,,De mens leeft doordat hij zo grondig kan vergeten dat hij een mens toch is.’’

Zijn afkeer van empathie rechtvaardigt Brecht door naar Lenin te verwijzen. In het ’Boek der wendingen’ laat hij zijn alter ego Me-ti over Mi-en-leh, oftewel Lenin, zeggen dat hij allesbehalve ’sentimenteel’ was. ,,Ik verplaats me niet in hen die lijden om met hen mee te lijden maar om aan hun lijden een einde te maken.’’

Dat klinkt haast bijbels. Niet alleen in het ’Boek der wendingen’, maar vooral ook in zijn balladen treft Brecht een toon die doet denken aan wijze profeten en oude kerkvaders. Maar zijn boodschap is allerminst christelijk. Hij roept met zijn teksten niet het hart maar het verstand aan. Hij predikt geen liefde maar opstand. Hij is de pleitbezorger van een koude ethiek die analyseert, propageert en revolteert. Een warme ethiek van de menselijkheid bewaart hij voor de toekomst, wanneer aan de uitbuiting een eind is gemaakt.

Bondskanselier Angela Merkel was pas twee jaar toen Brecht in 1956 overleed en haar land, de DDR, massaal rouwde. Ze vertelt erover in het dubbelinterview dat Die Welt had met haar en met steracteur Klaus Maria Brandauer, die de jubileumopvoering van de ’Driestuiversopera’ in Berlijn regisseert. Op school werd de domineesdochter geleerd trots te zijn op de grote-stukkenschrijver en zijn kritiek op het kapitalisme goed ter harte te nemen. ,,Natuurlijk werd ons de ’Driestuiversopera’ door de partij gepresenteerd als een leerstuk over de verderfelijkheid van het kapitalisme’’, vertelt Merkel. ,,Maar ons schrikte die Londense onderwereld van boeven en kleine luiden niet af. Integendeel, we wilden er meteen heen.’

Merkel en Brandauer bekennen in het interview dat hun liefde voor Brecht vooral op zijn gedichten berust. En daarbij denken ze vooral aan zijn zeldzaam mooie en gloeiend warme liefdesgedichten. Het is het lot van Brecht. Hij wilde cool zijn. Maar men houdt van hem om waar hij zelf niet van houdt: de sentimenten die in alle menselijke verkeer, hoezeer ook maatschappelijk bepaald, onvermijdelijk de toon zetten. Brechts werk zit er vol mee. En zijn leven trouwens ook.

mailIcon print |