*

 

Van Mahler en Strauss in tien minuten naar Scooter en de Vengaboys.

door Sytse Wilman − 12/08/06, 00:00

Twee bussen, één vrachtwagen, vijf begeleiders, één solist, één dirigent en 83 jonge musici. Het Jeugdorkest Nederland is bijna twee weken op tournee door Nederland en Duitsland.

„Na de oorlog lag dit gebouw helemaal plat”, vertelt dirigent Jurjen Hempel tijdens een repetitie in een bijgebouw van de Staatsoper, aan de beroemde boulevard Unter den Linden in Berlijn. De instrumenten zwijgen, de leden van het Jeugdorkest luisteren aandachtig.

„Alleen de gevel stond nog overeind. Ze wilden hier een nieuw gebouw neerzetten, maar doordat er te weinig geld was hebben ze het oude gebouw gerestaureerd. Gelukkig maar.” Dan pakt de dirigent zijn stokje en hervat hij de repetitie. De volgende dag speelt het orkest in het Konzerthaus. Op de lessenaars: een nieuw stuk van Cornelis de Bondt. Richard Strauss’ ’Tod und Verklürung’ en Mahlers Vierde symfonie.

Op de terugweg naar het hotel heerst er een uitgelaten stemming in de bus. Dronkemansmeezinger ’Lief klein konijntje’ knalt uit de speakers, gevolgd door een dancemix. Van Gustav Mahler en Richard Strauss naar Scooter en de Vengaboys in tien minuten. Terug in het hotel gaan sommige orkestleden slapen, de rest onderzoekt tot hoe laat de hotelbar open blijft. Berliner Weisse – witbier met een scheut frambozensiroop of groene grenadine – is het populairste drankje van de avond. Om halfvier sluit de bar en zoeken de laatste overblijvers hun kamer op.

„Het blijven jongeren van een bepaalde leeftijd”, weet directeur Annette Schautt. „Soms nemen we ze tegen zichzelf in bescherming, maar de meesten kennen hun verantwoordelijkheid. Het zijn toch jongeren die een paar uur lang geconcentreerd op een stoel kunnen blijven zitten. Daar zijn er niet zoveel van.”

Het Jeugdorkest Nederland biedt getalenteerde musici tussen de veertien en twintig jaar de kans om zich te ontwikkelen en om kennis te maken met het leven als orkestlid. „Op tournee weet ik meestal niet welke dag het is en soms ook niet in welke stad we zijn”, vertelt Amber Mallee, die fagot speelt in het orkest.

De meeste orkestleden dromen van een toekomst als musicus, anderen hebben er een leuke hobby aan. De jonge musici hebben verschillende achtergronden: van het conservatorium tot een baan in een militaire kapel, van gymnasium tot vmbo. De meesten van hen zitten nog op de middelbare school. Daarna zullen ze moeten kiezen: naar het conservatorium of toch een andere opleiding volgen.

De dag van het concert zijn de jongeren vrij. Tijd om te winkelen, door de stad te slenteren, terrasjes te pakken of een rondvaart te maken. In groepjes trekken ze Berlijn in, gesorteerd naar leeftijd, geslacht, instrument en regio.

Aan het eind van de middag zit een groep meiden voor de trappen van het Konzerthaus aan de historische Gendarmenmarkt. Tussen hen in staat de buit van die dag, verpakt in tasjes van kledingzaak Hennes & Mauritz. Het standbeeld van dichter Friedrich Schiller kijkt toe. Aan weerszijden van het plein staan twee kathedralen uit het begin van de 18de eeuw: de Französischer Dom aan de rechterkant, de Deutscher Dom aan de linkerkant.

Aan de overkant van het plein zit Irene Kok op een bankje in de zon, met om zich heen een handjevol toeristen. Ze probeert met haar cello de drankjes van de vorige avond terug te verdienen. Na een halfuur – opbrengst: vijf euro en twintig cent – heeft ze er genoeg van en voegt ze zich bij de groep.

„Mensen denken vaak dat klassieke muziek duf en saai is, dat je een nerd bent als je in een orkest speelt”, klaagt violiste Anne-Sophie Gerards (16) terwijl ze een sigaret opsteekt. „Maar als ze dan een keer komen kijken, veranderen ze meestal van mening.” De andere meiden knikken instemmend. Leeftijdsgenoten begrijpen meestal weinig van hun passie voor klassieke muziek, zeker als ze horen dat er een paar uur per dag gestudeerd moet worden. „Wat helpt is een keer op een schoolavond optreden en de show stelen”, tipt een van hen.

Zelf luisteren ze naar allerlei soorten muziek: top-40-pop, rock, jazz. „Alles behalve die hardcore waar mijn broertje naar luistert. Er moet wel melodie in zitten”, vindt Yanna Pelser van 17. „Maar klassieke muziek is gewoon de shit!” voegt ze er lachend aan toe.

Om kwart voor acht stroomt aan de voorkant het publiek het concertgebouw binnen, aan de achterkant staan tien jongeren hun zenuwen weg te roken. Binnen lopen de jonge orkestleden ongeduldig heen en weer, op zoek naar een verdwenen strikje of een paar zwarte schoenen.

Om acht uur zit iedereen keurig aangekleed op het podium, instrument in de aanslag. De schitterende zaal is met zo’n 1200 bezoekers zo goed als uitverkocht. Alleen op het tweede balkon, achterste rij, zijn nog een paar plaatsen vrij.

Op het podium zijn de pubers uit de bus en de bar veranderd in een groep jongvolwassen musici. Onderlinge verschillen zijn verdwenen. Er zit één orkest: jongen of meisje, oud of jong, Limburger of Fries, strijker, blazer of slagwerker, het maakt nu niet meer uit. Het Duitse publiek reageert laaiend enthousiast, helemaal als na de pauze sopraan Claron McFadden haar intrede doet om het slotdeel van Mahlers Vierde te zingen. Aan het applaus lijkt geen einde te komen.

Als na afloop de zaal is leeggestroomd, weten de meesten niet hoe snel ze zich van hun strikje moeten ontdoen. Timo Tromp zit (16) nog op het podium na te genieten. „Dit is echt kicken”, jubelt hij terwijl hij zorgvuldig zijn klarinet schoonmaakt en opbergt. „Dat we in zo’n prachtige zaal hebben gespeeld, dat er hier zoveel mensen voor ons zijn gekomen...” Slagwerker Sander Simons blijft nuchter: „Het ging goed, maar het publiek stond nog niet”.

Als echte professionals vinden ze altijd wel iets wat voor verbetering vatbaar is. Lang blijft het niet hangen. De bus is de hoek nog niet omgeslagen of de musici zijn met hun hoofd alweer bij de Berliner Weisse.

mailIcon print |